woensdag 26 april 2017

Dover naar Marazion

Toen ik onlangs weer in Amerika was, sprak hij blasé en wereldwijs, vielen me de idiote veiligheidsmaatregelen van die halve zolen daar enorm op.

Tot in het belachelijke doorgevoerde controlewoede, pogingen om karma te beheersen tegen beter weten in. Alsof je chaos kunt beheersen. Na mijn aanvankelijke woede hierover, ik kan slecht tegen de invasie van mijn privacy door Grote Broer, heb ik besloten dat Amerikanen gek zijn en dat ik dat dan maar moet aanvaarden.

Het is dus normaal is dat je een zakmes mee naar binnen mag in het MOMA – het lemmet werd gemeten en als niet-dodelijk afgegeven. Te kort om een Amerikaan om zeep te helpen. Volgens mij, met de nodige geestdrift, zou het best lukken, trouwens. Dat je met datzelfde zakmes eeuwen aan cultuur, van onschatbare waarde, binnen minuten kan verwoesten, dat blijkt niet relevant.

Helaas blijkt dit soort krankzinnige beheersdrift besmettelijk. Ons bezoek aan Windsor Castle, Windsor,  werd bezoedeld door dezelfde doorgeslagen veiligheidsflauwekul als in de VS. Fouilleren, röntgenscanner, riem af – om een kasteel te bezoeken. Ik heb hardop uitgesproken dat ik het afschuwelijk vond dat ze dat deden – en de reactie was dat ik toch niet hóefde te komen? We hadden al betaald, niet te flauw trouwens, en er was geen enkele aankondiging van de doorzoeking. Hare Majesteit, noch enig ander lid van de Koninklijke Familie, was ook maar in de búúrt van Windsor. Mijn vrienden de Britten zijn een beetje van hun voetstuk geflikkerd deze week.

Okee. Het blog. The Blog Is Back. Jullie doen me wat aan. Nu ik in de statistieken te zien krijg dat er binnen een maand na publicatie meer dan 400 mensen dit verhaaltje lezen, wordt de druk hoger. Ik wil natuurlijk wel kwaliteit leveren. Het eerste regeltje, heb ik gemerkt, is van belang; als dat er een beetje inhakt, lezen meer mensen het blog dan wanneer het een wat saaie startzin betreft. Vandaar Amerika, dees keer. Ik had wat moeite met opstarten; dit is de derde versie van dit verhaal.

Laten we vooraan beginnen. Mijn eerste-versie beginzin, die volgens mij ook wel wat lezers over de streep had getrokken.

Middelbare scholen zijn wereldvreemde, onthechte en surrealistische organisaties die ongeveer even goed met hun tijd mee gegaan zijn als de Bond Tegen Het Vloeken. Potdorie. 
In de afgelopen weken hebben onze scholier-dochters de éne na de andere studiedag, proefwerkdag, uitvalmiddag en vrijgeplande ochtend gehad. Er moest door de leerkrachten der natie rapport vergaderd worden en niet te vergeten gestudiedagt. Het aldus bijgespijkerde en opgefriste onderwijspersoneel kan dan vervolgens hard doorwerken, zo tot een uur of drie. Op de vrijdag. De laatste schooldag voor de vakantie. Geen genade maar dreigbriefjes over de Inspectie, die langs gestuurd wordt om illegaal spijbelende schurken aan te houden. Want stel je voor dat die bloedjes, die de afgelopen weken gemiddeld anderhalf uur per dag op school moesten zijn, nu ineens een uurtje les zouden missen. 

Dan komt de dag der dagen. Na een half jaar winters doorbuffelen mogen hordes bleekgewerkte op hun tandvlees lopende tweeverdieners vertrekken op vakantie. Met dank aan de lokale scholengemeenschappen echter pas dermate laat dat ze werkelijk élke file die er bestaat tussen thuis en doel van de reis maximaal mee mogen maken. 

Thuis begint het feest al. Sittard, alle straten opengebroken. Dan bijna twee uur vertraging op de ring van Brussel. Ongelukske geburt, 'nen camion erbij, allee. Sjammer. 
Opnieuw terreur in Parijs, daags voor vertrek. De relifanatieke fuckers. Ik had er alle begrip voor gehad als de Fransen de grens dichtgegooid hadden en me tot een uurtje of drie 's nachts hadden laten wachten. Ik had er begrip voor gehad, ik had het niet leuk gevonden. Hulde voor de Fransozen echter; geen gezeik bij de grens. Van weeromstuit heb ik aardig gedaan tegen de sjagrijnen van de ferry-transfer in Calais. Hielp niks, trouwens.

De altijd weer fraaie promenade in Dover was opnieuw onze gastheer voor de eerste nacht. In het donker uitkijkend op de Ferry-haven, de veerboten af en aan varend, horizontale kerstbomen op het water. Voor het eerst Dover ingelopen. Was niks mis met de KFC. Verder geen bijzonderheden.

Daags erna het hierboven beschreven Windsor gedoe. Mooi, enorm, potsierlijk, meer kostbaarheden gezien dan te bevatten. Geweldige tuinen – als ík dat zie, dan waren ze echt mooi, tuinen interesseren me geen zier. Einde dag nette landelijke camping, niks bijzonders, nu alweer vergeten.

Het otter- en vlinderreservaat (merkwaardige combinatie, vind ik ook) in Buckfastleigh, bleek onderdeel van een bij elkaar geraapt zootje bezienswaardigheden. Een piepklein inritje met een nog wat smaller weggetje erachter leidde naar een oud stoomtreinstation met speeltuinen, wandelroute, stoffig modeltreinwinkeltje, kinderboerderij en dus een vlindertuin en otterreservaat. Geweldig dus. Gerund door über Britse bejaarde vrijwilligers. Die meteen bij ons verschijnen, zo’n 8 meter sta-in-de-weg, driftig gebarend ruimte maakten om ons zo’n beetje ín het station te laten parkeren. Waarna discussie of dat witte gevaarte niet een beetje misstond. Gewonnen door de – naar ik vermoed – leider van het stel die ons op die positie had gewapperd.

Formidabele middag, mooie vlinderfoto’s van Emma. De ottermeneer was erg verheugd met mijn aanbod om wat foto’s voor de (nogal armetierig vormgegeven) website te maken en op te sturen. Komt goed.

De parking tussen Polperro en Lansallos, uitgezocht op Google Earth – wát een uitvinding is dat! – voldeed volmaakt aan de verwachtingen. Het nabij gelegen strandje was qua afstand dan wel een eitje, qua hoogteverschil evenwel allerminst. De dag erna een fikse wandeling gemaakt, schitterend weer en dito omgeving.

Ik wilde al jaren naar een camping in The Lizard, een schiereiland, misschien meer een landpunt, in het zuiden van Cornwall. De website en recensies tonden het beeld van een hippiecamping, met ingegraven flessen, veel loslopende beesten, eigen scharreleieren en love, peace en happie-de-peppie feestbende.
Bij aankomst, opnieuw prachtig weer trouwens, werd dat beeld alleen maar bevestigd.
Nadere inspectie evenwel deed het campinkje geen goed. Op een manshoge vuilnisbelt achter de toiletten lagen een stuk of vier lekkende accu’s hun bijdrage aan een betere wereld te geven. De vrolijke bende kippen die overal los rondscharrelde bleek de hele camping gestaag van een verse laag guana te voorzien. Het moddervette varken in de ton achter onze camper snurkte keihard.

Daar was allemaal nog mee te leven geweest, als de rekening net zo hippie en seventies zou zijn als het imago deed vermoeden. Voor één nacht evenwel, zonder wifi, met krapwaterige en apart te betalen douches, op 24 april, vroeg men de lieve somme van 39 pond, bijna 50 euro. Daar is het dan ook bij gebleven, bij die éne nacht. Grote teleurstelling. Bij wat vlottere wifi zal ik een google review in het Engels achterlaten voor Henry’s Campsite, The Lizard, Cornwall. Ik vrees dat Henry niet blij gaat wezen.

zondag 19 februari 2017

Voorjaar Voorpret

Mijn onverwoestbare vertrouwen in de mensheid heeft de afgelopen tijd een tikje opgelopen. Alle grote ellende van de afgelopen 30 jaar heb ik altijd optimistisch kunnen duiden. Nee hoor, we verzinnen er wel wat op - het menselijk vernuft lost de lopende zaken heus op.

Zo heb ik het gat in de ozonlaag zien ontstaan en verdwijnen, zure regen op mijn mik gekregen en weer ontzuurd zien worden. Chernobyl ontplofte, de Muur viel en de Sowjet-Unie implodeerde. Ik heb Margaret Thatcher, Ronald Reagan, Jörg Haider, Hans Janmaat en Bush Junior de revue zien passeren. Allemaal gekomen, hoop lawaai gemaakt, allemaal nu morsdood. Doei. O nee, Bush Junior is niet dood. Jammer. Voor de continuïteit in dit stukje, natuurlijk. 

De energiecrisis is nog in volle gang, maar de gloeilamp is al vervangen en steenkool verdwijnt aan de horizon - leve de zonnepanelen & windmolenparken. Diesel verliest elke dag verder terrein - ik weet niet eens meer of ik mijn Fiat'je nog moet inruilen voor een nieuwe diesel of dat ik op Jesse Klaver's Modesto Electric Average moet wachten.

Afbeeldingsresultaat voor milli vanilli
Ik heb Boney M. overleefd; kind van de Seventies immers. Maar ook, wellicht veel erger, Milli Vanilli. UB40. Rick Astley. Falco. Europe. Maar toch vooral Milli Vanilli. En dat zijn nog alleen maar de Eighties. Daar ben ik trots op, dat ik daar overheen gekomen ben. Zonder enige vorm van councelling. Beetje drugs, dat wel. Maar wat wil je ook.                                                                                             Nu evenwel maak ik tijden mee die ik niet voor mogelijk had gehouden. Mijn geliefde Verenigd Koninkrijk dreigt de Europese Unie te verlaten. Het is alsof je verstandige oom, de enige die naar de universiteit geweest is, na een door een altijd dronken familielid verpeste verjaardag ineens besluit dat hij niet meer mee wil doen met Kerst en Oud Op Nieuw. Je snapt het ergens wel, maar je hoopt dat het niet zo'n vaart zal lopen. 

In de Verenigde Staten, het land van de onbegrensde halvegaren, hebben ze, in een baldadige bui van volslagen verstandsverbijstering, een paranoïde malloot tot president gekozen. Na acht jaar Obama - beschaving, terughoudendheid, eloquentie en intellectuele vastberadenheid  -waren de Rednecks het zat. Zo kon het niet langer. Er moest wat gebeuren. Dus kozen ze een megalomane, psychopatische vastgoedmaffioso tot machtigste man ter wereld. Je kan zeggen wat je wil, je verveelt je nooit met die lui. Es zien wat de komende jaren brengen, qua vooruitgang en beschaving. 

Waar wilde ik eigenlijk naartoe, ook al weer? Niet naar Amerika voorlopig, in ieder geval. Goed. Het is bijna maart. Ik moest gisteren even naar de winkel. Zonder jas liep ik in het waterige zonnetje te mijmeren dat de lente er aan komt. Een wat dronken vliegende hommel kwam, als om de gedachte te ondersteunen, even op de mouw van mijn rode vest zitten. Iets te vroeg opgestaan, denk ik. 

Voorjaar. De camper, onze Polly Dipsie, is nog op vakantie in Duitsland. Op een onwaarschijnlijk afgelegen industrieterrein in Norverich wordt het gezwel boven de cabine, beter bekend als de alkoof, door een gepensioneerde camperklusser gereviseerd. Een kalme, bedachtzame man met eeuwig en altijd een leesbril op, die op zijn ooie dooie de rotte multiplexdelen verwijderd heeft en vrijwel het hele gezwel herbouwt. Hij zit deze week in Fuertoventura - van mijn centen - maar volgende week gaat hij weer verder. De foto's zijn veelbelovend. Nog een paar weken, dan is Polly weer klaar. 

Om de zaken nog wat nodeloos ingewikkelder te maken kreeg ik van mijn verzekerings-maatschappij bericht dat ze er mee ophouden. Failliet - toch duur, campers verzekeren, blijkt. Dus moet Polly elders ondergebracht en opnieuw gekeurd. Daarvoor moet ze van Norverich naar Budel. So bloody what, hoor ik u denken - maar wait for it, wil ik daar tegenover stellen. De winterschorsing, die van november tot half april loopt, laat niet toe dat ik van de Nederlandse wegen gebruik maak in die periode. Je betaalt voor een geschorst voertuig namelijk geen wegenbelasting. De boete bij eigenwijzigheid is niet mals: als je wordt gepakt, mag je de niet-betaalde belasting van 76 euro per maand alsnog voldoen. Vermenigvuldigd met een factor drie. Keer het aantal jaren dat de camper in je bezit is. 

En gepakt wordt je; ik weet dankzij www.spitsmijden.nl dat Big Brother op de A2 iedere dag - jazeker, iédere dag, mijn kenteken registreert. Dus Polly zal de dans niet ontspringen, mocht ik zo onverstandig zijn om de kortste verbinding tussen twee punten te nemen. 
Ik zal dus vanuit Norvenich naar Aken, Luik, Hasselt en Lommel rijden om stiekem achterlangs Nederland te penetreren. Mijn mazzel kennende zul je zien dat ze net die dag bij Budel-Schoot aan het controleren zijn, op dat stukje onverharde Limburgse karresporen van anderhalve kilometer vanaf de grens naar de garage. 


Eénmaal in de garage gearriveerd kan een team van deskundigen een verzekeringswaarde komen vaststellen en mag ik premie gaan betalen. Hoe saai wordt dit verhaal, hoor ik u denken? Nou, saai. De APK keuring kan dan namelijk ook gedaan worden. Eigenlijk is dat fout, APK-keuring; APK staat immers voor Algemene Periodieke Keuring. Als je APK-keuring zegt dan zeg je dus eigenlijk Algemene Periodieke Keuring keuring en dat is dubbelop.  
Ik denk niet dat de APK problemen op zal leveren, maar ja, je weet het natuurlijk nooit, met de APK. Zo'n APK, dat is altijd weer afwachten. Je kan het voertuig nog zo goed onderhouden hebben, je weet nooit wat ze bij de APK vinden. En ja, dan moet er natuurlijk wat aan gedaan worden, anders wordt hij APK-afgekeurd en dan moet je een herkeuring doen. Nee, het is niet niks, zo'n APK. 

Ondertussen hebt u - als u er nog bent, lieve lezer - vast begrepen dat ik me een beetje zit te vervelen. Schrijven leidt af, dan. Tussen de alinea's door evenwel ben ik ook met andere dingen bezig; net nog een leuk filmpje op Facebook gezien van een man die van zijn motor valt. Daarnaast echter staan er een paar tabbladen open met de topografie van Cornwall - daar gaan wij, en nu dus ook dit stukje, naar toe namelijk. Ah, de subtropen, palmbomen, zon, zand en zee. Bijna goed - zon, rotsen en zee. Want inderdaad, als gevolg van de Gulf Stream, heeft de universiteit van Exeter lang geleden vastgesteld dat het klimaat van Cornwall vergelijkbaar is met dat van delen van Mexico en Vietnam. 

Afbeeldingsresultaat voor gulf stream affect cornwallSnow falling annual average (1981-2010)

Minder dan 3 maanden per jaar is de temperatuur er (af en toe...) lager dan 10 graden Celcius, om maar eens wat te noemen. Sneeuw is helemaal bijzonder daar.  Het is, heus eerlijk waar, officieel subtropisch klimaat. Daarom vindt je er palmbomen, papegaaiduikers, dolfijnen en walvishaaien. Zeehonden in soorten en maten. Onderstaande foto's zijn niet gemaakt op Mallorca maar in Cornwall. 

Tresco Abbey Gardens
THE TAO OF CLIMATE CHANGE. newiching.com/blog












Afbeeldingsresultaat voor basking shark cornwall


Cornwall has a temperate Oceanic climate (Köppen climate classification: Cfb) and has the mildest and sunniest climate in the United Kingdom, as a result of its southerly latitude and the influence of the Gulf Stream.(Wikipedia)








During the early spring and summer months, warmer water moves from the Atlantic into the coastal waters of the western UK, encouraging greater marine productivity, particularly in the hotspots such as Cornwall and Scilly. (The Shark Trust, UK)





Eind april, als de voorjaarsvakantie begint, stappen we in Calais op de boot. 's Avonds om 20 uur vertrekken, om 20u30 aankomen na anderhalf uur varen - jaja, tijdverschil dus. We overnachten op de promenade in Dover, wat we eerder deden en goed beviel. De volgende ochtend rijden we door naar Polperro. Daar gaan we een paar dagen blijven, om in de twee weken daarna langzaam naar The Lizard te meanderen.  Zin in.

woensdag 21 december 2016

Kerstmis - Het Kerstpakket anno 2016

Vroeger kreeg je met kerst een -nauwelijks - gepimpte kartonnen doos. Alle personeelsleden kregen dezelfde kartonnen doos. Daarin vond je dan crackers en een vaag chemisch geel kaasje. Een pot pittige augurken en een duur uitziend blikje  met een chique Franse naam met een herder en een berglandschap erop bevatte uiteindelijk  ordinaire leverworst. Vieze leverworst. Daarnaast een fles rode - altijd rode - wijn met een label erop dat vooral reclame maakte voor het bedrijf dat je deze traktatie cadeau deed en een waxinelicht-houder. Een rieten broodmandje, een veel te klein kaasplankje en een bot kaasmesje completeerden het geheel. 
Sinds de aanslag op de Gouden Koets zijn waxine-licht houders uit de gratie. Goede rode wijn is bij de Lidl zó goedkoop dat het bocht met het label van je firma uiteindelijk veel te duur bleek. We komen óm in de broodmandjes, botte mesjes en kleine klote-kaasplankjes. Smerige leverworst is er nog steeds, inclusief exclusieve etiketten; in iedere supermarkt drie-honderd-zeven-en-twintig varianten in diverse graden van onsmakelijkheid. Het chemische gele kaasje van elf jaar geleden ligt gewoon nog steeds achter in je koelkast -en het ergste is dat het nog steeds eetbaar is. De kartonnen doos staat op zolder onverwoestbaar te wezen met oude fotoboeken erin. 

Tegenwoordig gaat dat heel anders. Jij krijgt een fraai vormgegeven email van jouw werkgever waarin jij wordt uitgenodigd om je onder te dompelen in de Christmas Experience 2016. Jij krijgt een inlogcode voor de speciale website van het speciaal geselecteerde bedrijf dat jouw XMAS onvergetelijk zal maken.  

Trillend van de opwinding log jij met jouw code in - een wat complexer proces dan jou van tevoren duidelijk is gemaakt. Eénmaal succesvol daarentegen kun jij kiezen uit speciaal voor jou geselecteerde geschenken. Dan gaat men er in mijn geval evenwel gemakshalve vanuit dat jij een zij bent; het stikt van de wijvencadeautjes op de website, van smoothiemakers en couch-blankets van echte synthetische wol tot Speciaal voor jouw Spa-ervaring geselecteerde Hammam-producten en een fraai driedelig setje siervaasjes. 
Niks accuschroevendraaier, niks leren handschoenen, niks zakmes, niks whiskyglazen.  Niks pechlamp, niks radarverklikker, niks bierpakket, niks universele afstandsbediening of dashboard/spycam combinatie. Zelfs geen miniatuurdrone. Of een gootsteenontstopper. Niks.

Dus in arren moede bestel ik dan maar een setje bordjes en schaaltjes in sfeervolle blauwtinten, met het idee om de kerstdis er mee op te frissen - al was het maar vanwege de suggestie 'Pimp your XMAS dinner - 2016 Style!' die knipperend op de betreffende internetpagina wordt weergegeven. 

Jij kunt jouw bestelling- ter waarde van maar liefst 100 (HONDERD!) punten ophalen in jouw ziekenhuis, op een moment dat het jou schikt! Als het maar op 22 of 23 december is! Vóór vijf uur 's middags!

De smoothiemaker - sorry Anne-Marie - kost 100 punten (HONDERD!). Het cadeau zou zo'n 25 tot 30 euro waard moeten zijn. Ik denk dat het ding voor 6,95 te koop is bij de Xenos. En dat 'ie niet meer dan 5 keer gebruikt kan worden zonder kuren te krijgen of domweg kapot te gaan. In de categorie duurzame producten scoort het ding niet best, vrees ik. 

Het kan evenwel treuriger. Mijn bordjes zijn inmiddels geleverd - door de kerstpakkettenboer van mijn vrouw, die met een vergelijkbare tekst dezelfde bordjes een week eerder aan de man heeft gebracht. Waardoor het setje in míjn kerstpakket niet meer leverbaar was. Ik mag het op de 27e op komen halen, dan leveren wij jouw bestelling na, sorry voor de overlast. 

De 27e januari 2017, wel te verstaan. En om het nog wat pijnlijker te maken: de exclusieve bordjes en serveerschaaltjes heb ik ondertussen ook in de winkel zien staan. Bij de Action. Voor Action Prijzen. Dus voor ongeveer 4 euro 30. Dat ben ik dus waard, volgens mijn werkgever; voor 4 euro 30 aan aardewerk en voor zo'n 25 euro aan glanzende, holle en inhoudsloze marketingpraat. 

Doe mij maar zo'n doos, komend jaar.






donderdag 1 december 2016

Midwinter

December Solstice  heet het ook wel. Midwinter.  In 2016 is het op 21 december. In de Noordelijke Hemisfeer is het de Winter Solstice - dan zal het in het zuiden wel de Summer Solstice zijn. En ja hoor. Het valt op een woensdag dit jaar, geeft de Gregoriaanse kalender aan.  Midwinter. Om 10 uur 44, om precies te zijn.


Op maandag 31 oktober 2016 hebben we de laatste dag van onze herfstvakantie gevierd op de Gaasper Camping in Amsterdam, de school-herfstvakantie verlengend met één dag. We moesten immers naar Paul Simon in de Ziggo en zo. In 2015 Rotterdam, een hele week, herfstvakantie bij de havens; in 2016 het polderland van Haarlem en omstreken; met dank aan Annie, die nu zo langzaam aan wel genoeg klauwen in ons leven heeft gezet. De eerste keer dat E van A alleen thuis mocht blijven. J en L echter wilden nog maar even in de buurt blijven vandaar dat de bestemming in de herfstvakantie enigszins binnen de p moest blijven - qua afstand dan.

Honderd twee en zeventig dagen tussen de laatste dag van de herfstvakantie en de eerste dag van de voorjaarsreis. Mothafocka. 182 dagen is nota bene een héél half jaar.  Daarom ook dit tussentijdse verslag; ik probeer de moed er in te houden om deze donkere en voor mij altijd wat sombere periode door te komen. 


Winter is niet mijn favoriete seizoen. Het is koud, je ruiten zijn bevroren, de verwarming maakt lawaai en kost veel geld, de bomen zijn kaal, de wind is schraal, net als je lippen. Kinderen jengelen dat ze niet willen fietsen, de files zijn somberder dan ooit, daglicht is een vage herinnering. 

Ik ben geboren in november maar eerlijk is eerlijk - wat is dát een waardeloze maand. In november lijkt het alsof het altijd november is. In november lijken 30 dagen op levenslang. Elk jaar weer. In oktober valt het weer regelmatig mee, zelfs in Schotland - ik kan het weten. In november valt helemaal niks meer mee. Je breekt je nek over pappige bladresten nét voor je deur; je bent al dood voordat je ook maar in de buurt van je auto komt. En anders kom je wel om twee dagen voordat je afspraak bij Kwikfit gepland is. Bij een aanrijding die je níet had gehad op de winterbanden die je wilde laten monteren. Je wankele huwelijk strandt definitief - en strand is wel een héél cynisch woord in november - omdat die leuke collega op het juiste moment je vrouw wél warm weet te krijgen. 

Je verwarmingsketel houdt ermee op - natuurlijk op vrijdagavond. Je onderhoudscontract, zoals je (nu wél) meteen te binnen schiet, heb je niet verlengd vorig jaar. Vergeten. Voor het eerst in dertien jaar. Vernikkelen tot maandag, want dit is het eerste koude weekend - en de vaste klanten gaan voor. Je mooie leren handschoenen, die je in januari - bij plus 8 - kocht - zijn geweldig. Kon je ze nou maar allebéi vinden. 


Nee, doe mij maar de glorieuze helft van het jaar tussen maart en oktober. De tijd van het jaar om te reizen, waarin werk een hinderlijke onderbreking is van de avonturen op de wegen van Europa. 
Het wordt een bijzonder voorjaar. De alkoof van de camper wordt deze winter vernieuwd. In de voorbije jaren is er veel vocht tussen de multiplex constructiedelen gekomen; dat resulteert in wat onze Duitse reparateur heel elegant en subtiel "Schrott" noemt. Voor slechts de prijs van 8 nachten in de goedkoopste kamer van het Amstel Hotel Amsterdam zit er een nieuwe slaapkamer op ons dak. 

Vooralsnog echter is het winter, traditioneel de tijd waarin in dit huis alles stuk gaat. Het begint meestal met wat lampen - dat is nog te hebben, die ga je meer gebruiken in het najaar, daar kan een mens mee leven. Dan gaat er een auto stuk - in dit geval een leeglopende band, twee weken geleden. Vervolgens is de huishoudelijke apparatuur aan de beurt. Leest u even mee? In één week tijd hebben de keukenweegschaal, mijn mooie nieuwe keukenmachine en één van beide ovens de geest gegeven. Dat is lastig cake maken, zonder weegschaal en met een handmixer. Hij is desondanks briljant gelukt overigens, mijn bonbonbloc cake met in port casks gerijpte whisky. En in diezelfde whisky gewelde rozijnen. 

Maar goed, ik dwaal af. Volgend voorjaar gaan we, mét nieuwe slaapkamer, terug naar Zuidwest Engeland. Cornwall en Devon - deze keer een minder razende race dan de eerste keer dat we er waren, in 2012, toen met Roos. In een oude huurcamper uit Nijmegen. Met zijn zessen. Bergop niet harder dan 60 kilometer per uur. Een dorstig oud kreng waarmee we op de terugweg nog zonder benzine zijn komen te staan. In één week: Sittard - Calais, 321 kilometer. Dover - Land's End is 365 mijl, net geen 600 kilometer. En dan weer terug. 



Dees keer gaan we 15 dagen. Met zijn vieren. We gaan vooral wat meer wandelen en fietsen - almaar rondracen is ook leuk maar de rotskusten verdienen meer aandacht dan een blik in het voorbijgaan. Er zijn zeldzame vogels, zoals papegaaibekjes. Je kunt er vanaf de rotsformaties zeehonden en basking sharks - als je mazzel hebt - zien. Basking Sharks zijn walvishaaien in het Nederlands, zeven meter lange monsters die enkel plankton eten. 


Daar het klimaat in Cornwall tegen het subtropische aanzit, verwachten we prima weer; het is al volop lente daar tegen de tijd dat we aankomen, eind april. De palmbomen zijn toch al het hele jaar groen; de overige tropische begroeiing zal bloeien in de periode dat we er zijn. Ook Saint Michael's Mount, het kleine en onbekende zusje van Mont Saint Michel - zelfde kloosterorde - wil ik nog wel eens zien. Het is er niet half zo druk en al helemaal niet zo toeristisch en megalomaan als in Frankrijk. Wel heel mooi gerestaureerd en je kunt met een bootje teruggebracht worden als het vloed wordt tijdens je bezoek. 


Verder is er in Porthcurno een in de rotsen uitgehakt openluchttheater met als decor de Atlantische Oceaan. Daar wil ik graag een kijkje nemen. Liefst een voorstelling zien - iets van Shakespeare, lijkt me toepasselijk. Nee, dat komt wel goed daar in Cornwall. Het pond staat laag, Brexit is nog niet doorgezet dus de grens over dat gaat wel lukken... kortom, laat maar komen, dat voorjaar.








vrijdag 16 september 2016

Op een mooie Pinksterdag

Er is zelden een moment in het leven waarop je denkt: "Dát was génánt! En állemaal míjn schuld! Kom, ik schrijf er een blog over!"
Dat is dan ook de reden dat ik nu pas,  met de nodige terughoudendheid, een poging doe om mijn grootste blunder van de afgelopen twintig jaar - ja heus - met jullie te gaan delen.
Ik zou het graag doodzwijgen. Als ik een manier zag om dat voor elkaar te krijgen zou ik daar dan ook zeker gebruik van maken. Essentieel echter, wanneer je besluit een poging te doen tot herschrijven van de geschiedenis, is de aanwezigheid van getuigen. Daar ik niet van plan ben om mijn eigen gezin te decimeren kom ik er dus niet onderuit om jullie een in ieder geval tenminste dééls correcte versie van dit onaangename, uiterst pijnlijke verhaal voor te schotelen.

Vanzelfsprekend is al dit wollige geneuzel bedoeld om zoveel mogelijk van mijn lezers te vervelen, zodat ze afhaken en filmpjes van schattige katten op Facebook gaan bekijken. Dat draagt dan weer bij aan de relativering van mijn gepruts; als er steeds meer mensen afzien van lezing van het onderstaande, hoef ik aan steeds minder mensen uit te leggen wat me in godsnaam bezield heeft.

Nog even geduld. Doorzetten blijkt, beloof ik bij deze, de moeite waard. Mijn laatste verslag komt uit Bovec, Slovenië. Zondag 14 augustus, goeie ouwe tijd, toen vader nog een held was en altijd gelijk had.

Vader was een mooie held
Vader was de baas
Vader was een duidelijke mengeling van onze lieve Heer en Sinterklaas 

Vanuit Bovec - de braafste van alle spannende toeristenvakantie-bestemmingen - zijn we door de Dolomieten gereisd. Nou kan ik van alles verzinnen, poëtische beschrijvingen geven, foto's delen en zo maar daarmee doe ik de Dolomieten te kort. Ga daar naar toe. De bergen zien er uit alsof het opgestoken middelvingers zijn. Het weer was verpletterend mooi. Dat droeg bij aan de impact van de omgeving. God wist wellicht niet altijd wat Hij deed maar toen hij zat te kleien in Noord-Oost Italië had Hij een goede dag. De Dolomieten - gaat dat zien. Nondeju. 
We hebben overnacht aan een obscuur stuwmeer - Lago (di?) Sauris. Op de kaart uitgezocht. Route er naar toe gekenmerkt door bespottelijk smalle tunnels en dito scherpe bochten. Resultaat: geen toerist te bekennen, de smalle parkeerstrook met fabuleus uitzicht voor ons alleen, superfoto's en één van de mooiste wilde camperplaatsen ooit. 

Daarna- nog wat nazinderend van de fantastische beelden van de Dolomieten - hebben we overnacht op een doodgewone heuvellandcamping. Nauwelijks noemenswaardig, ware het niet dat we er een Nederlandse die-hard fietser het leven gered hebben door hem een fatsoenlijke maaltijd voor te zetten. Was gezellig. Hij is bewaker in een gevangenis in het Noorden van Limburg en heet Michel Vosbeek. En de bosboer die me een flink bord lokaal geplukte wilde paddestoelen voor in de risotto cadeau deed mag evenmin onvermeld blijven.

Daags erna hebben we de nettowinst van de gratis plek bij Lago Sauris er onmiddellijk doorgejaagd. Een - zeker heel mooie en vast hooggeëerde - camping vlakbij Innsbruck was het doel. Na de gebruikelijke formaliteiten bij de meertalige receptie -wat altijd een alarmsignaal is - kregen we een peperduur uitziende map met plattegrond, activiteitenoverzicht, weersvoorspelling en voordeelbonnen. Dat is géén best teken. Te meer daar de map in het Nederlands was. Zonder spel- stijl- of taalfouten. Kortom, 70 euro per nacht. Om te piesen, beetje stroom, wachtrijen voor de douche en o-ver-al Nederland sprekende mannen, vrouwen en kinderen. Ware het de Titanic, ik was aan boord gebleven.
Naast ons stond een verhuurtent. Voor die tent een krijtbord: "Welkom, Familie Megens uit Boxtel"(écht).
Terwijl ik op zoek was naar een pistool - ik was immers al in de hel - kwam de lokale pendelbus naar Innsbruck voorbij. Vooruit dan maar, je vergalt zo'n reis ook maar met suïcidaal geklooi - dan maar naar de stad.

Jullie zitten nog steeds te wachten op de échte ellende. Jaja, die komt er héus wel aan. Beetje respect; ik schrijf niet alléén maar voor het entertainmentgehalte voor mijn 174 volgers maar ook om een verantwoorde familiekroniek bij te houden.

De middag in Innsbruck was aangenaam. Het weer was geweldig. De stad gezellig; ik was er eerder maar herinner me niet dat er iets bijzonders was. Nu wel. De Altstadt was sfeervol; veel toeristen (net als wij, niet Roomser dan de Paus), gemoedelijk, leuke winkels, terrassen en kroegjes.

Op weg terug naar de bus zagen de dochters een groepje jongedames met papieren winkeltassen. Een grote mate van agitatie was het gevolg. Wat bleek?
In een lusteloos en lelijk winkelcentrum aan de achterkant van het station van Innsbruck is onlangs de eerste Oostenrijkse vestiging van de modeplaag Primark neergestreken. Gelukkig was er een koffiebar (niks koffie, halve liter troostsap) naast die ellende. De koffiebar had comfortabele stoelen en snel Wifi. Een deel van deze tekst is daar aan mijn brein ontsproten. Bram naast mijn stoel. Het arme beest is ondertussen omgerekend zo'n 98 jaar oud (14×7) en zo oud voel ik me soms ook. Vooral als ik naast de Primark op mijn gezin zit te wachten, nog onzeker over de schade die met een creditcard aangericht kan en zal worden. We - Bram en ik -  zaten elkaar dan ook zwijgend en vol broederlijk begrip aan te kijken. Ik boven mijn bier en hij boven zijn waterbak.  Peinzend over het leven.

Morgen kan ze zwanger zijn
Kan ook nog vandaag 
Het kan van de behanger zijn
Of van een lange zanger zijn
Of iemand uit Den Haag

Na Innsbruck hebben we op de weg naar huis nog even in Frankrijk, op een camperplaats in de Elzas overnacht. Terloops stevig herrie staan maken met een stuk banlieu-tuig - niet ouder dan 21 jaar  - uit Parijs, die samen met zijn zwangere vriendin de ene na de andere sigaret rokend en beide met een fles goedkope rosé aan het hoofd, in een gewone auto een enorme ruime camperplaats bezet hield. Op mijn verzoek om een beetje plaats te maken kreeg ik nogal wat Franstalige bagger naar mijn hoofd. Moe en geïrriteerd, boos terugscheldend, uiteindelijk de brui er aan gegeven en vol wraakgedachten maar scheef op een te klein plekje overnacht.

Nou, vooruit dan maar, daar gaan we.

Op naar huis! Nog maar 350 kilometer, uurtje of vier, vijf rijden. Vroeg weg, het Frans gespuis hun roes laten uitslapen - korte fantasie over het leeggooien van het WC-tje over hun auto - en en route. Nog even bij de hypermarché, lekkere dingen inslaan. Vol blikken, flessen en potten - au revoir.
Terug Duitsland in, tuffend over de autobahn, goedgemutst - moe maar tevreden. Uitkijkend naar rustige middag thuis, langzaam op het gemak de camper uitruimen, undsoweiter, undsofort.

Mooi niet. Een BMW-Polizei-Motorrad op een verdrijvingsvlak stond op zijn gemak file te veroorzaken. Beetje schamper mopperend over onze vrienden van de Autobahn-Polizei tuften we verder. Eventjes. Toen moeste we achter cette motorrad aan een parkeerplaats op; routine controle. Banden, papieren, gordels; allemaal in orde. Even wegen nog. Oeps. Ik weet al sinds jaar en dag dat we te zwaar zijn- de camper is leeg al bijna zijn wettellijk maximum-gewicht; laat staan met passagiers, bagage, water, boot, buitenmeubilair, volle tank diesel - want nét goedkoop in La France getankt. 
Dus. 650 (!) kilo te zwaar. Voordat de moraalridders onder jullie nu los gaan; het gaat om het wettelijk, niet om het technisch maximumgewicht. Chassis, assen en banden zijn in staat tot 5 ton te dragen, dus link is het niet maar belastingtechnisch en rijbewijstechnisch mag het niet. Meer dan 3,5 ton: opwaarderen bij RDW, hoop meer belasting betalen, payage wordt 2 keer zo duur, verzekering wordt duurder en o ja, even rijbewijs C halen - nog eens 2000 euro aftikken.
Dus rijden er in heel Europa duizenden campers zoals wij rond; veilig maar zwaar. En dat mag niet. En daarom zijn er soms routine-controles. Waarbij gewogen wordt. En streng gekeken. Waarna je moet lossen (water vooral) en gewicht herverdelen; de vooras was lang niet maximaal belast dus zware dingen voorin, op de passagiersstoel. Stik, nog steeds te zwaar. 

Zware rommel moet eruit; de boodschappen dus. De net aangeschafte blikken, potten, flessen en zakken met fnalles werden aan een sympathiek Hollands stel overgedragen, die het wel in hun Volvo een paar haltes mee wilden nemen. Nog te zwaar; tafeltje en boot eruit en de politiemevrouw kneep een oogje dicht en stuurde 2 mensen plassen bij het wegen. Ruim 3850 kilo; 10% overschrijding, vooruit dan maar, waarschuwingsbekeuring van 35 euro en nooit meer doen - knipoog van de agente als toetje.

We komen nu zo langzamerhand bij mijn tijdelijke vlaag van verstandsverbijstering. Na dit hele gedoe konden we dus weg; de gedumpte tafel en boot stonden treurig bij de prullenbak naast de camper te wachten op de vuilnisdienst of een nieuwe eigenaar. Nog even lunchen voor we verder gaan. 

En toen besloot ik om van een wat vervelend oponthoud een drama in vier bedrijven te maken. Ik startte de camper, keek om me heen, zag geen juut en riep baldadig tegen de dames achterin: "Pak gauw de boot en de tafel, dan gaan we er van door!" En zo geschiedde.
Bad, báááád idea. Tante Juut zag het tóch, hield ons staande en er was geen sprake meer van knipogen, mevroj was not amused. Nicht amusiert. 
Kordaat, vastberaden en stellig werd mij medegedeeld dat ik nú geen clementie meer hoefde te verwachten: 3500 kilogramm. Und kein Gramm mehr. 
Ik kan hier uren over praten - zo lang duurde het ook - maar bottom line: Liel en kids met taxi "naar het station" (de volgende parkeerplaats) en ik moest zó lang spullen uit de camper slopen dat hij uiteindelijk leek op een Canadese houthakkershut - volledig uitgekleed. Op een hete parkeerplaats in Duitsland. 250 kilometer van huis. 
De uit de camper gesloopte spullen konden bij een Nederlandse vrachtwagenchauffeur in de (koel!)trailer. Samen met een ander Nederlands gezin, met een veel te zware (en wel heel gevaarlijke dus) caravan, geregeld. 
Okee, het is inmiddels fünf uhr. De juten beginnen te vertrekken; ik weeg minder dan 3500 kilo; mijn camperinhoud, inclusief reservewiel en alle kussens, is in een koeltruck op weg naar Helmond, Nederland; de boodschappen zijn al lang aangekomen in Hardinxveld-Giessendam. Ik mag weg. Dus ik rijd naar de volgende stopplaats, alwaar mijn gezin zit te wachten tot pappa het geregeld heeft. Instappen, wegwezen.
Mooi niet. Opnieuw juut, opnieuw preek, dat was de afspraak niet. Verbod om door te rijden, paspoort inleveren. Uiteindelijk veel over en weer overleg - het werd een beetje pesterig, dat gezeur van de juut; Tante Polizei nam het allemaal wel érg persoonlijk op. Ik spreek prima Duits en heb mijn mening over dat gepest dan ook omstandig en nogal boos staan uitleggen. Sommige agenten waren het ook wel er mee eens, Wenn es Genügt, Genügt ess - en dus mocht Liel met Emma in de camper dóór; ik moest met Totte  en een bult bagage achterblijven en opgehaald worden. Matilde stapte daarom dus in de auto in Sittard, op weg naar mijn Tankstelle. 

En toen moest de wet van Murphy nog toeslaan. 

Herinnert u zich de terloopse opmerking over de inhoud van de koeltruck? Staat u het woord "Reservewiel" nog enigszins voor de geest? Dus kreeg Lilian, voorbij Aken, in het zicht van de finish, een kapotte rechtervoorband. Het loopvlak liet los, zoals dat wel eens gebeurd bij vrachtwagenbanden, en richtte nogal wat schade aan. Liel was met geklapper en gedoe voorzichtig dóórgereden - nooit verstandig, maar volstrekt begrijpelijk als je weet dat je geen reservewiel meer bij je hebt.

Deze dag heeft wel het bestaansrecht van de mobiele telefoon in één klap op de kaart gezet. Door de communicatie met caravangezin wist ik waar mijn spullen in de koelvrachtwagen naar toe gingen; het aardige stel uit H-G nam onze boodschappen dan maar mee naar huis; Matilde kreeg route-instructies; Lilian coaching over wegslepen en afspraken met de lokale Mercedesdealer - en kon me later laten weten waar we haar op konden halen, toen Matilde Totte en mij opgepikt had. Snapt u het nog?

Het was 23 uur 55 toen we met zijn allen thuis binnenvielen; met onze huisraad en camper verspreid over 4 lokaties (thuis: personen  en deel van de bagage, boodschappen in de garage in hardinxveldgiesendam,kussens en reservewiel gekoeld in Helmond en de camper - met de rest van de bagage-  in Eschweiler).

Inmiddels is alles weer op zijn plek. Spullen thuis, met dank aan Arend! Camper in de stalling - weer compleet. Boodschappen opgehaald - met dank aan Matilde. En een grote deuk in mijn ego.

Vader is een hypocriet
Vader is een lul
Vader is er enkel en alleen maar voor de centen
En de rest is flauwekul
Ik wou dat ik nog 1 keer met mijn dochter aan het handje lopen kon
op een mooie Pinksterdag, samen in de zon


Tot volgend jaar

zondag 14 augustus 2016

Slovenië: Naar Bovec. Eerste conclusies.

Ik moet maar eens wat gaan vinden van Slovenië. We rijden nog door Triglav Nationaal Park morgen of overmorgen, als ik de gidsjes geloven mag het mooiste deel van Slovenië. Toch hoef ik daar niet op te wachten; dat het hier mooi is, dat hebben we gevoeglijk al uitgebreid kunnen vaststellen. Het is prachtig. Het landschap is gevarieerd, het platteland dat we gezien hebben in de regio Bled en Ljubljana lieflijk en vriendelijk, met aardige mensen en goede infrastructuur. Elk dorp is schoon, heeft zijn standaard witte kerkje net boven het maaiveld en voldoende oude gebouwen om het aanzicht historie te geven. Er is vrijwel geen nieuwbouw en als die er wel is, is de bouwstijl traditioneel. Dat is misschien maar goed ook; Ljubljana is in de Tito-tijd aardig verpest door nare jaren-70 kantoorarchitectuur op de lelijkst mogelijke plaatsen.

Het westelijk deel, waar we nu zijn,  laat een wat ander beeld zien. Veel winkelloze gehuchten, zelfs geen bakker te bekennen, en daartussen  toeristendorpen vol hippies en hipsters. Daar zit, ondanks de sterke gelijkenis in benaming, nogal wat verschil in. 

De hippies zijn voorzien van rasta's en reizen in oude zelfbeschilderde Renault-busjes. Ze zijn erg jong. De jongens hebben vlassige pogingen tot baardgroei, de meisjes rare zonnebrillen. Ze hangen wat rond op de meer alternatieve campsites of zo maar in het wild.  Of ze staan een beetje ongemotiveerd te liften hier en daar. Ze kamperen in muffe oude tentjes en lopen te blowen en te loven en peacen en zo. 

De hipsters lopen relaxed te wezen - met schijnbaar achteloze gestylde baardjes (niet te verwarren met de hippievlasbaard), tjokvol semi-kunstzinnige tattoo's -  of ze rijden rond op peperdure mountainbikes. Zij doen inkopen in de vele natuurwinkeltjes vol onbespoten en derhalve dus overpriced pokdalige paprika's en lelijke komkommers. Ze reizen in afgeragde stationcars óf in opzichtig goed gerestaureerde VW-busjes. Wij keutelen daar vrolijk tussendoor in ons grote witte monster, alleen op campings staat er af en toe een modernere camper. De meeste campings aan deze kant van het land zijn echter vooral voor de sportieve medemens, die wil raften, kajakken of aan canyoning en wat dies meer zij wil doen. 

De omgeving is, vooral door de onwaarschijnlijk groene Soça gecombineerd met de uit het niets oprijzende bergen - rivier, weidelandschap, BAM! berg - uniek. Het weer werkt nogal mee; strakblauwe lucht, warme dagen, koele nachten. Reizen is geweldig; de wegen zijn goed en veilig, mooie uitzichten om de hoek, stijgen en dalen is zoals altijd vermoeiend rijden maar geen knotsgekke hellingen of onneembare bochten. 

De bergen om ons heen zijn nog steeds geen hooggebergte, ik neem aan dat dat in Triglav anders wordt; de Triglav is 2850 meter hoog, dáár zal toch wel eeuwige sneeuw op liggen? We gaan het zien.

Gisteren wild gekampeerd bij de Soça. Mooi plekje aan het water vlakbij zo'n hipstertent waar grote borden stonden dat je binnen die zone niet mocht overnachten; alleen voor gasten van de betreffende tent. Er mocht wel gekampeerd maar niet met campers. Dus net vóór zo'n bord gaan staan. Lilian heeft tot 21 uur aan het water gezeten, we hebben lekker geluierd en ik heb nachtfoto's geschoten. Vanochtend vroeg gaan rijden. We waren dan ook om 11 uur al geïnstalleerd in Bovec, op een populaire camping naast het "centrum" van dit stadje. Buiten goedkope - erg goede, trouwens - eettentjes en een stuk of 37 action & leisure centra, waar je je buitenactiviteiten kan boeken, is er echter niet meer te zien dan een paar souvenir-standjes en een supermarkt. De winkelbeluste dames waren dan ook wat teleurgesteld; eindelijk een stadje maar winkelen ho maar. 

Slovenië dus. Slovenië is lieftallig, vriendelijk, mooi, een soort extra zacht Oostenrijk. De bergen en rotsen zijn dermate rond en zachtaardig dat ik oprecht verrast was toen ik me er gisteren aan stootte en het zeer deed. De heuvels glooien, het klimaat is mild, de bossen hebben driehonderdzevenentwintig kleuren groen - de herfst hier moet spectaculair zijn. Slovenië doet me denken aan Kuifje; er is een Kuifje-album die zich afspeelt in een verzonnen land - Syldavië. De naam van dat album is "De Scepter van Ottokar".  Nog drie andere albums spelen zich deels af in Syldavië.

(WIKIPEDIA:) Syldavië is een klein land. Het totale inwonertal wordt gesteld op 642.000, waarvan 122.000 in de hoofdstad Klow. Andere steden zijn Sbrodj, Tesznik, Niedzdrow, Istow, Dbrnouk en Zlip. Het voornaamste exportproduct van de Syldaviërs is mineraalwater.

Het lijkt hier sprekend op Syldavië. Je verwacht eigenlijk dat de bevolking zich de hele tijd in klederdracht, met ossenkarren mest vervoerend, vrolijk door het leven slaat en dat de moderne tijd hier niet echt zal aanslaan. 

Daar is ook mijn probleem in beeld. We hebben het hele land gezien - het is half zo groot als Nederland, dus zo moeilijk was dat niet. Slovenië is een toeristisch Madurodam; piepklein, overzichtelijk en, het spijt me, meest dodelijk van alles, schattig. Het ontbreekt hier aan rauwheid en onvoorspelbaarheid, aan het gevoel dat om de hoek iets spannends kan gebeuren. De bergen zijn leuk hoog en erg mooi maar niet imposant of angstaanjagend. De bevolking is vriendelijk en behulpzaam maar onpersoonlijk en beleefd afstandelijk, formeel. Natuurlijk niet allemaal de hele tijd maar toch. Het hele land voelt een beetje aan als een museum, alsof je verzeild bent geraakt in The Sound Of Music. Über-Oostenrijk. Heppiedepeppie niksaandehand. Elk raam heeft een bak begonia's hier. Ik word er kotsmisselijk van. Ik wil veel te smalle, slechte wegen; ik wil rauwe rotsen aan de kust waar vette zoute golven op stukslaan. Bergen die er uit zien alsof ze je willen vermoorden. Rivieren die zwart zijn, dreigend en schuimend, niet met rolkeien maar met zand en klei, die je verzwelgen als je erin lazert. Kampeerplekken waar helemaal niemand staat, misschien wel omdat niemand daar wil staan of omdat je er bijna niet kan komen. Moeilijk verstaanbare ruwe mensen die je helpen als het moet en je met rust laten als er niks is. Die stuurs voor zich uit kijkend ongeschoren de zee bevechten. Met dik eelt op hun handen de grond openrijten met een ploeg met een paard ervoor. Zoiets, dan.

Ik wil naar Normandië, ik wil naar Wales of Schotland, ik wil naar de Pyreneeën.

Doe me anders maar snoeiende hitte met als enige schaduw te lage olijfbomen in een land waar het bier niet te hachelen is. Waar niemand een woord over de grens spreekt. Waar je doodgestoken kan worden door hordes muggen en binnen twaalf seconden na zonsopkomst begint te verbranden.

Ik wil naar Toscane, ik wil naar de Provence, ik wil naar Andalusië. Desnoods Kroatië. Hoewel dat ook een pokkenland is - maar om heel andere redenen.

Alles is beter dan deze aanstaande bejaardensoos-hel, die ons lokt met lage horecaprijzen en lieflijke landschappen vol would-be actievelingen, die net als in het verdoemde Luxemburg doen alsof het gevaarlijk is om van een rots af te zakken met drie touwen en vier professionele gidsen eromheen. 

Maar verder is het heel aardig hier, hoor.


vrijdag 12 augustus 2016

UNESCO cultural heritage site Idrija


Tegenover mij staat een grote notenboom waaronder een bankje. Daarachter een houtstapel, stookhout om de winter door te komen. Daarachter ligt de vallei van Idrija, Slovenië, een van de meest vreedzame uitzichten die ik ooit zag. Als ik naar rechts kijk zie ik één van de vier kerken van het dorp, dat 6300 zielen kent. Die bewuste kerk staat op een heuvel met een kruisgang op een tweede heuvel ertegenover. Nog nét iets hoger, er moet wel geleden worden.

We verblijven op een camperplaats voor één tot drie campers. De eigenaar is medewerker op een administratiekantoor onder aan de berg. Zijn baas hebben we gisteren ook ontmoet.

Even vooraan beginnen. Ik schreef mijn laatste post vanaf camping Miramare, Punta Sabbione, Italië. Tegenover Venetië dus. Alwaar ik gefietst heb. Met mijn gewone fiets – boodschappen ingepland, vervoert wat lastig op Jan. Het was er warm. Maar vooral ook vlak. Godzijdank.
De dag na de vorige post hebben we Venetië ook daadwerkelijk bezocht. De boottocht alleen al was een hoogtepunt, een beetje zoals de rit vanaf het vliegveld JFK naar Manhattan; wanneer zíe je het nou? Zou het zo zijn als je je voorstelt?
Ik vond Venetië prachtig. We hebben een groot deel van de dag gedwaald door steegjes en over pleintjes, die vrijwel uitgestorven waren. Bruggetjes overgestoken (trapje op, trapje af) helemaal niet zover van de loeidrukke toeristenattracties, heel rustig. Het weer was oogverblindend, om een uurtje of twee ’s middags te warm om te bewegen – gelukkig is er genoeg schaduw in de stad en zijn er overal drinkwaterbronnetjes waar de waterflesjes bijgetapt kunnen.
De winkelstraten en de grote publiekstrekkers waren stampvol. Ik neem aan dat de Venetianen net zo’n grafhekel aan toeristen hebben als Amsterdammers, ze zijn in ieder geval net zo lomp en onbeleefd tegen hun boterham als die lui in 020. Je wordt pardoes omgelopen. Zonder enige vorm van excuus rammen kleine bitchy (wel goedgeklede en goedgekapte, Italië immers) heksen zich door de mensenmassa heen, puntige elleboogjes gebruikend om gestage voortgang te bevorderen.
Natuurlijk zijn ook wij in de prijsval gestapt. Klein, wat afgelegen pleintje, pizzeria, krijtbord met alleszins acceptabele prijzen buiten en vriendelijke ober die alleraardigst glimlachend de stoelen aanschuift en de kaart voor je neerlegt? Alvast iets drinken?
Pizza 11 euro, lasagna 12 euro, spaghetti 8 euro, vissoep 16 euro. Telt u even mee? 47 euro. Toch moest ik 91 euro betalen. Drankjes staan niet op de kaart. Biertje drbij: 8,50. Wijntje, 2x frisdrank, enfin, natuurlijk was het brood 2 euro per persoon en bleek de bediening niet inbegrepen (staat echt héél klein onderaan op de kaart). Ach, je leeft maar één keer. Én heel kort, met die prijzen.

Daags erna prutweer – op pad dus. Terug naar Slovenië, daar gingen we eigenlijk naar toe en hebben we nog maar weinig van gezien. Naar een dorp dat Dornberk heet, om te overnachten op een wijngoed. Niks mis mee, veel Nederlanders hooguit. Verse perziken gestolen uit de boomgaard. Piepklein zwembadje – dicht vanwege slecht weer.

Van Dornberk zouden we naar Tolmin gaan. Dat ligt aan de rivier Soça, de smaragdgroene rivier waarvan al die mooie foto’s toeristen zoals wij naar Slovenië lokken. Er is een korte en efficiënte verbinding tussen Dornberk en Tolmin. Ik hoefde alleen maar rechtsaf onderaan de berg. De pas naar Tolmin komt dan vanzelf.
Ik ging dus linksaf, de creatieve route; we rijden er een poos op los en dan zien we wel waar we uit komen. 

Nou ligt er een aardig heuvelmassief in de weg daar, waardoor je langdurig naar het zuidoosten moet vóór je weer de kans krijgt om naar het noorden te rijden. Maar dan écht ver naar het zuidoosten. Zo kwamen we uiteindelijk weer erg dichtbij Ljubljana en de snelweg – mijn vignet is verlopen en ik ben een krent, ik vind één vignet meer dan genoeg. De binnenweg naar Tolmin echter werd door dat gecross alleen maar langer.

We kwamen uiteindelijk in Postojna uit. Daar liggen de grotten van, het zal u niet verbazen, Postojna. Al 150 jaar een attractie van jewelste. Gezien de tijd van de dag aldaar gepicknicked en de grotten bezocht.
Met een treintje – gesorteerd op taal; tot mijn verbazing was de wachttijd voor het Duitstalige treintje behoorlijk wat korter dan die voor het Engelstalige treintje – wordt het aanzienlijke gezelschap de berg in getakeld. Het is een fikse attractie, ik denk dat op een drukke dag als gisteren er misschien wel vijf- tot zevenduizend mensen door de gaten in de grond gejaagd worden.


Het treintje jakkert met een stevig vaartje omhoog door 2 kilometer gangenstelsel vóórdat de eigenlijke bezichtiging begint. Die twee kilometer geven een klein voorproefje, het is mooi maar spaarzaam verlicht en het stikt er van de stalactieten en stalagmieten. Weinig kan je voorbereiden op de hoogste ruimte, waarin de drie niveaus van het grottenstelsel in lagen zichtbaar wordt. Het lijkt op een surrealistische scéne uit de Ban van de Ring; elk moment verwacht je Orks of erger, het is enorm hoog en groot. Hetzelfde effect als me opgevallen is bij de Grand Canyon kon je hier ook weer merken; een heel grote groep mensen wordt erg stil en gaat zonder enige reden fluisteren, onder de indruk van de monumentale omvang van wat ze waarnemen. Fotograferen is een nachtmerrie; niet alleen het beroerde (gebrek aan) licht speelt daarbij een rol, sommige indrukken zijn te groot voor de foto.

Okee, half vijf in de middag en beduidend verder van onze bestemming vandaan dan toen we vertrokken. Was er geen camperplek in Idrija, die goed aangeschreven stond? Jawel, die is er. En Idrija is vlakbij. En een monumentaal dorp, dus ach, dan maar naar Idrija.
Daar aangekomen waren aantekeningen, navigatiesysteem en de campercontact-app het buitengewoon oneens. Dat leidde tot wat verhitte gesprekken in de camper en enkele – al zeg ik het zelf – memorabele stuurmansprestaties met keren op volstrekt onmogelijke plaatsen en zo.

Vastlopend in opnieuw een verkeerd straatje toonde Slovenië zich van zijn beste kant. Er kwam een arbeider thuis van zijn werk – hij had een vieze overall aan dus ik maak daar een arbeider van. Tot mijn niet geringe verbazing sprak hij heel behoorlijk Engels. Ik vroeg hem om een kampeegelegenheid – die was er volgens hem niet. Toen ik hem echter de ipad met de informatie van Campercontact gaf, sloeg hij onmiddellijk aan het telefoneren. Want Veri, díe kende hij wel; iedereen kent Verí. Met wat instructies over een plek om te keren – opnieuw een heldenprestatie, al zeg ik het zelf – wachtte hij me op om me voor te gaan in zijn Tamagotchi (zijn woorden), een Hyundai van nogal wat jaartjes oud. Luid toeterend reed hij voor me uit.

Plots stoppend, om een niet nader aangekondigd iemand in te laten stappen – die bleek de weg te weten – en meteen weer verder, opnieuw het hele dorp door, de helling op die ik eerder al eens beklommen had op. Op de rotonde – nou ja, een klein pleintje ingeklemd tussen de huizen – waar ik eerder een andere straat in was gereden stond inmiddels de volgende auto klaar. Het raam stond open; een kalende man zat hartstochtelijk met zijn arm te zwaaien en te roepen. Follow me! Inderhaast gedag zwaaiend naar onze arbeider en zijn vriend, die ons blijkbaar overdroeg aan de kale man, volgde ik het grijze Peugeootje van cette kale man. Een belachelijk smal en steil weggetje, een paar nare bochten: en dáár stond dan Verí. We werden meteen onder het afdak van de schuur gemanoeuvreerd. Er kwamen zelfgebakken koekjes en zelfgemaakte wijnlikeur. Levensgevaarlijk spul; volstrekt geen alcoholsmaak of -geur.

We werden uitgenodigd voor het dorpsfeestje van de avond; een concert van vier alleraardigste jongedames die afwisselend Sloveense – volstrekt onverstaanbaar – en jaren-70 ABBA en aanverwante liedjes ten gehore brachten. Het was koud, de sfeer hooguit lauw maar de grote grijns van Verí was het waard. Naderhand nog een drankje gedaan in een koffiehuis / café. Rum-Cola voor Verí, grote bel witte wijn voor de vrouw, halve liter prima bier voor ondergetekende en twee glazen gesmolten chocolade (heus, moest met een lepel gegeten die Hot Coco). En dan wisselgeld terug krijgen van 10 euro.
Verí is een pre-pensionado. Over een half jaar is hij gepensioneerd, net als zijn vrouw – zij is al vijf jaar met pensioen. Beide zijn 59 jaar. Hun kinderen zijn volwassen; ze wonen in Ljubljana en Triëste. Onlangs heeft zijn dochter een zoon gekregen. Opa zijn bevlt Verí uitstekend.
Zijn “camperplaats” (er kunnen hooguit, met veel gedoe want stoepje, drie campers heel krap naast elkaar staan) heeft geen voorzieningen, buiten stroom. De wifi en badkamerfaciliteiten zijn ín zijn huis, ter beschikking op aanvraag. De omgeving en zijn hartelijkheid echter maken dat hij een 9,4 gemiddeld scoort op Campercontact en dat vrijwel iedereen, die net als wij voor maar één nacht komt, er minstens twee blijft – net als wij.
Verí is de (volgens mij zelfbenoemde) gids van het stadje. Hij is er niet geboren maar woont er al 35 jaar. Hij gaat straks met ons wandelen door het dorp – of fietsen, dat is me nog niet helemaal duidelijk. Hij wil na zijn pensioen zijn hobby maken van voorbijtrekkende campers, met wat meer plek en faciliteiten dan nu. Er wordt, kort gezegd, op ons geoefend.


En zijn baas? Dat was de kalende richtingaanwijzer in de grijze Peugeot. 

En nu heb ik nog geeneens verteld over de 52-jarige Peter, die-hard Beatlesfan uit Liverpool, die met zijn ouwe dikke Mercedes en joekel van caravan op verzoek van zijn 27-jarige (tweede...) vrouw met een bloedvaart door Frankrijk is geraced. Met een kruisje aan de binnenspiegel. Zodat ze niet door terroristen gedood zouden worden. Met hun dochtertje Eleanor (ja, van Rigby). De groeten.