Kleine inleiding camperbeheer. Zondag 23/8/26
Een camper bestaat uit een onderstel en een opbouw. In ons geval een vol-integrale opbouw van Hymer op een Fiat Ducato XL onderstel. De 130 pk common rail diesel van de Ducato is gechiptuned naar 180 PK en het koppel is van 320 naar 415 Newtonmeter opgeschroefd. Daarmee rijdt Plien als een zonnetje, ook serieuze passen met krankzinnige loeisteile bochten zoals de Lysebotnvegen.
We leren Plien steeds een beetje beter kennen. Pril begin van een serieuze relatie, zogezegd. Inmiddels hebben we er 1600 kilometer op zitten sinds ons vertrek uit Sittard. Het snelwegverbruik zit op 1:8,6. In het binnenland, zonder rechte stukken en in sterk gevarieerde hoogtes, lust ze een slokje diesel meer, zo'n 1 op 7. Al met al, voor een voertuig (vrachtwagen!) met een maximale last van 4250 kg (en dat weegt ze volbepakt ook heus wel) netjes.
Haar betrouwbare kilometerhistorie betreft net iets meer dan 61000 km bij aanschaf. Dat is voor een camper van 14 jaar oud een gemiddelde van 4500 kilometer per jaar, schunnig weinig voor een reizend buitenhuisje van deze kwaliteit.
Nu komen we bij het punt dat ik wil maken; de camper heeft weliswaar niet veel gereden maar is wel veel gebruikt, dus bewoond zonder verplaatsen. Waarom een mens dan een camper van €113000 koopt (in 2012!) is me een raadsel, een caravan met deze uitrusting kost misschien een derde van dat bedrag - en dan heb je een hele serieuze. Wij zijn derde eigenaar, de tweede eigenaar heeft 'm iets meer dan een jaar gehad en er 1200 km mee gereden (en dat is controleerbaar). De eerste eigenaar is nogal dood, zijn zoon heeft Plien in 2025 aan onze Belgische vrienden verkocht.
Die dooie bejaarde heeft dus flink aan onze meubels en uitrusting lopen trekken en duwen. Met name de veel gebruikte delen (display verwarming, lades keuken, draaislingers van dakramen, dat soort dingen) gaan nu allemaal langzaam aan stuk. De leeftijd van de plastics in een omgeving die knap warm kan worden in de zon helpt evenmin mee. Daar staat dan weer tegenover dat het zitmeubilair met een viezig soort grijs skai was bekleed - niet erg professioneel - en toen we dat er af haalden zagen de stoelen en banken er uit alsof ze net uit de fabriek kwamen. Geen enkele slijtage op de originele bekleding.
Om het raadsel nog wat groter te maken, de sanitaire voorzieningen (toilet en douche) zijn dan weer nauwelijks gebruikt. We vermoeden dat het ding veelal op campings gestaan heeft, langere periodes, en dat de lokale voorzieningen de voorkeur hadden.
Dat maakt dat we enerzijds mopperend het ene na het andere greepje, schuifje, bedieningspaneeltje, waterklepje, benzineklepje en wat dies meer zij zien haperen en sneven -zie maar eens aan onderdelen te komen in Noorwegen, waar de websites dus (meestal enkel) in het Noors zijn en je geen verzendadres hebt. Anderzijds evenwel is de kwaliteit van alle andere dingen, de kastjes bovenin bijvoorbeeld, van een dermate hoog niveau dat een club potige dronken stewardessen die dingen nog niet kapot gegooid zou krijgen al zouden ze hun uiterste best doen. De auto start en rijdt volstrekt zorgeloos de wereld door. De verlichting is dermate uitgebreid dat we een bron van stoorlicht zijn als we wild kamperen op een donkere plek. De Starlink op het dak, van de vermaledijde Elon Musk, doet het geweldig - we hebben altijd en overal breedband internet.Met betrekking tot de electra, die moet als eerder gemeld, gesaneerd. Ik gebruik deze reis om me daar grondig in te verdiepen, zodat ik in ieder geval een deel van die operatie zelf kan uitvoeren. Het resultaat gaat zijn dat we waarschijnlijk bijna nooit meer walstroom nodig gaan hebben, omdat de moderne techniek samen met de dynamo en de zonnepanelen de enorme accu vol gaat houden (en we zelfs op termijn een 12 volt airco kunnen installeren). Het streven is om binnen een jaar of twee een volledig autarkische camper te hebben; enkel water scoren en grijs/zwart dumpen zijn dan nog externe factoren. De camper wordt een soort wolf in schaapskleren; van buiten dertien-in-een-dozijn, van binnen state-of-the-art 2030-ready. Of zoiets.
Morgen rijden we naar Bergen. Niet om de stad te bezichtigen maar omdat daar een winkel met een magazijn (ze bestaan dus nog) een Alde bedieningspaneeltje op voorraad heeft. Naarmate het seizoen vordert en we verder naar het noorden trekken is een goed bedienbare verwarming wel een pré, zullen we maar zeggen. Het schermpje nu is uit 2012 en nét te vaak nét te hard ingedrukt. Het doet het dus soms. Even. En dan weer niet.
Overigens is Noorwegen een prijstechnisch krankzinnig land. Vies en/of ongezond eten (witte bonen in tomatensaus...) is het goedkoopst; voor een komkommer betaal je dan weer al gauw €2,50. Verse groenten zijn echt heel duur. Frisdrank en vlees valt mee; een brood evenwel kost bij de bakker doodleuk €7,-. En dat display voor de verwarming, zeldzaam, moeilijk te krijgen, in een fysieke winkel? Bijna €100,- GOEDKOPER dan de laagste internetprijs in Nederland.
Na een dikke week dagelijks verkassen hebben we er nu drie nachten op dezelfde plek opzitten. Nou ja, de derde, dat is vanavond. In Skanevik, tussen het Folgefonne Nasjonalpark en Geopark Sunnhordland, Uitgerust, beetje rondgefietst, boodschapje, prutsklusjes,12-volt-technologie bestuderen.
Morgen steken we over met de ferry naar Utaker, die ook zojuist weer achter mij langs vaart - de kade is 150 meter verderop - en rijden we een stuk. Dan nemen we de ferry van Arsness naar Gjerdmunds-hamn om maar in de buurt van Bergen te kunnen komen. Tja, dat zijn nog eens andere obstakels dan de wegwerkzaamheden voor de verbreding van de A2. Twee enorme fjorden om in de dichtstbijzijnde stad van enige omvang te komen, het is me wat.
De route die nu volgt (na Bergen) blijft aan de westkant, veelal de westkust, van Noorwegen, gestaag naar het boorden oprukkend. Maximaal noordelijk punt wordt Trondheim. Er komt nog een treinrit, het ene na het andere Nasjonaalpark, tig ferries, fjorden en een paar klassieke wegen aan (Tindevegen, Trollstiegen en Atlanterhavsveien). En dan vlotjes ("even") naar Oslo om die stad een paar dagen te verkennen en wat cultuur te snuiven, er is daar een heel geweldig museum voor moderne kunst, zeggen ze.
Ik beloof dat de volgende blogs weer wat smeuïger worden maar voor nu is het ook een beetje dagboekvoering. En rustdagen zijn niet de beste dagen voor juice. Dus vergeef me. Of niet, zoek het maar uit.
En nou ga ik race kijken.
.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten