maandag 8 juli 2019

Sardinië, zomer 2019, deel 1. Italië is geen Europa.

We zijn, voor het eerst sinds mensenheugenis, weer aan onszelf overgeleverd. Geen  gejengel, geen puberaal gezanik, niet strontvervelend want dan-weer-ziek-en-dan-weer-moe, geen gekmakende en niet te honoreren wensen, nul kinderachtige tegenstrijdige belangen, zonder onredelijk gemier, niks van dat alles. 
Tenminste, als ik me een beetje inhoud. 
Ik kan in ieder geval de kinderen de schuld niet geven; voor het eerst sinds april 1996 zijn we weer met zijn tweeën écht op reis. Drie-en-twintig jaar geleden vlogen we, al zwanger van wat Matilde zou worden, naar Mallorca, denkend dat we beseften wat dat betekende.  De laatste keer zonder kinderen op vakantie. Ik kan u vertellen, geachte lezer, dat we geen idee hadden van de gevolgen van het krijgen van kinderen; dat handboek wordt pas uitgereikt wanneer het te laat is om op je schreden terug te keren. 
Na een half jaar achtbaan - ik heb niet zo maar een nieuwe baan, ik heb een achtbaan - werd het tijd voor wat afstand, rust en relativering. De afstand is vrij letterlijk, niet dat we aan de andere kant van de wereld zitten maar het is een tijdrovende bezigheid, met de camper op Sardinië verzeild zien te raken. 

Over die eerste week, geachte lezer, wil ik het nu met u hebben. De reis, voorspoedig als zelden tevoren - er ging niks stuk dat niet thuis al stuk was - is de bespreking niet echt waard. Beaune was prima, het eer was heet, de camperplaats bij Lac de Cenise was net zo mooi als de eerste keer dat we er waren (2013, dat lijkt honderd jaar geleden, na wat we in de voorbije vijf jaren meegemaakt hebben) en de tocht naar de Bloemenrivièra was óók al incidentloos. 
Ik heb mijn oude notities er nog eens op nagekeken. Italianen spreken nog steeds enkel Italiaans. Ook de jeugd, sprak Methusalem, is ééntalig. Waar een paar jaar geleden er een vriendelijke en wat verontschuldigende reactie was - sorry, ik spreek enkel Italiaans, maar kan ik u helpen? - is er een nare  nationalistische reactie ingeslopen die ik eng vind. Er zit een mate van trots en neerbuigendheid in. No. Solo Italiano. Of, nog iets expliciteer, No, solo Italiano, we zijn hier in Italië en je spreekt maar Italiaans. Die speech kreeg ik  (in het Italiaans, dus ik parafraseer - zo goed is mijn Italiaans niet...) van een geüniformeerde verkeersmedewerker in Genua, die de weg stond te wijzen voor een overheidsgebouw, aan de mensen die de ferry's op moeten naar Corsica, Sicilië en Genua. Vast niet allemaal solo Italiano. 
Ze zijn er dus inmiddels trots op dat ze geen woord over de grens spreken. Het gaat zo ver dat zelfs rudimentaire woorden niet begrepen worden - ik vroeg om "water" (Engels) bij een festival aan de bar en kreeg een blik vol onbegrip. Toen ik vroeg of iemand Engels, F rans of Duits sprak (Nederlands laat ik maar even thuis) in die diverse talen, begreep van een groep van zes mensen niemand zelfs maar waar ik het over had. Solo Italiano in het kwadraat.
Dat maakt het bezoek aan de s'Ardia, de paardenrace waarvan ik al foto's postte, bijvoorbeeld tot maar een halve ervaring. In plaats van de gelegenheid om je te mengen tussen de plaatselijke bevolking, je bewondering uit te spreken en samen een biertje te drinken, ben je een opzichtige indringer, kun je niet aanschuiven en zelfs maar een praatje over het weer maken. En dan spreek je vier talen. In Europa. Solo Italiano. Er waren overigens bijna geen toeristen - nou ja, wel locals uit Turijn en zo. Solo Italiano.
Opmerkelijk incident: twéé tankstations achter elkaar weigerden zowel mijn creditcard (Mastercard, niet zo bekend?) én mijn  ING bankpas. De goorste kleine  negorij in Albanië, horror-tankstations in Kosovo vol kogelgaten, vijandige bejaarden met jachtgeweren die miniatuurpompen in de binnenlanden van Kroatië bemannen; Mastercard: No Problem! Twaalf-pomps A-merk tankstation bij Savona: Non Acceptariori Carte. Of zo. Solo Italiano.
Italianen  hebben, zo blijkt, wel wat last van nogal opzichtige gezagsproblemen. Zodra iemand ze aanwijzingen geeft, al is het Berlusconi zelf, gaan ze onmiddellijk in de contramine. Zeg links en ze willen rechts.  Ze parkeren waar het niet mag, laten we niet praten over inhalen en doorgetrokken strepen. Goedbedoelende vrijwilligers bij festivals worden uitgescholden, bijna aangereden, met de dood bedreigd, wanneer ze aangeven dat er verderop plek is. Bemoei je er niet mee! Ik heb twee jaar geleden in mijn blog de Griekse bloedgroep op de ferry van Ancona naar Igomenitsa de schuld gegeven van de kakafonie van meningen, de chaos van het inchecken en de puinhoop van tegenstrijdige borden en instructies.
Geachte Grieken, het spijt me. Diep. Mea Culpa. Op de ferry van Genua naar Sardinië is er sprake van solo Italiano; de puinhoop was er niet minder om. Het ligt dus, is de conclusie, niet aan de Grieken. 
Genua, aanrijdend naar de ferry, is al een levensgevaarlijke chaos van scooterrijders met een actieve doodswens en homocidale chauffeurs van vrachtwagens en bussen. Het ferryterrein wordt niet aangegeven. Als je er dan per ongeluk toch op beland bent moet je de route naar de uitgang - heus - volgen om bij je boot te komen. Dat heb je niet zo snel door. Niemand kan je even helpen. Solo Italiano, ook de bordjes met aanwijzingen. Op een internationale ferryterminal. 
Het boarden gaat, net als in Frankrijk, met onsympathiek toegeblafte instructies. Solo Italiano. Die door de volgende bootwerker dan weer als argument gebruikt worden om je nog nét niet uit je cabine te trekken, hoe háál je het in je hoofd?
Nou heb ik daar niet zoveel ontzag meer voor, we hebben nu zoveel veerboten gehad dat ik wel weet wat er van me verwacht wordt en naar wie ik wel en niet luisteren moet. De arme, wit wegtrekkende ferry-debutanten met gehuurde campers of erger, auto-caravan combi's, vol jengelde, oververhitte en doodvermoeide kinderen, plakkend van snoep en ijs, worden tegen Kerst nog steeds badend in het zweet wakker van breedgeschouderde volgetatoeëerde bootwerkers die "BASTARDO!!" schreeuwen als ze precies de instructie van de vorige bootwerker, 30 meter geleden, uitvoeren. Je haalt ze er 's avonds zó uit; het zijn de schokschouderende, snikkende mannen die trillend bij de bovenste reling van het schip staan te overwegen of ze er overheen stappen of niet. Want ze moeten ook weer terug, bij nadere bestudering van de kaart blijkt Sardinië een eiland.
Opzichtig open deur: het is hier bloedheet. Blijkbaar heter dan anders, zelfs de locals lopen te puffen. Achtendertig graden in het binnenland - we zijn blij weer aan de kust terug te zijn en vandaag was een rustdag, in alle opzichten. Dure camping, zwembad, fikse stroom dus camper-airco. Binnen een steenkoude 24 graden, zodoende uitgeslapen tot kwart vóór elf, wat voor mij een onwaarschijnlijke prestatie is tegenwoordig. Verder een wat bewolkte dag, waardoor het maar nét 32 graden werd.  De was gedaan, de koelkast gepoetst - die heeft het knap moeilijk, op gas doet 'ie het maar zeer matig. De vriezer werkt wel prima dus we gooien alle drankjes in de vriezer zodat we ze kunnen kauwen. 
Morgen gaan we Oristano verkennen. En dan verder zuidwaarts, dag of twee, drie wild kamperen - je kunt hier nog prima op plekken komen waar zelfs het telefoonsignaal afwezig is dus het kan best weer even stil zijn. Next major stop wordt Caglairi, waar ik zeer naar uit zie. Nog 100 km meer richting Afrika, het kan hooguit heter worden.


Tenslotte, and now, for something completely different: nog even terugkomen op mijn vorige blog. Er moet me, gezien enkele in mijn ogen onbegrijpelijke reacties, toch iets van het hart. De fijne en aardige reacties, vol waardering, plezier en steun, waren zeer ruimschoots in de meerderheid, dat moet ik vooral ook niet vergeten te vermelden.

Het idee achter dit blog is de verschijning van onregelmatige publicaties van zaken uit míjn leven en dat van ons gezin, naar ik hoop met ironie en zelfreflectie geschreven, met een grote willekeur van themakeuze - het is immers míjn blog. Ik deel het graag, ik vind het fijn als veel mensen het lezen - en als het je niet bevalt, even goede vrienden, lees het dan niet. Het is in ieder geval niet de bedoeling dat het allemaal al te serieus genomen wordt, ik neem mezelf niet eens serieus. Privé opinie en zo.

De wereld is een ingewikkelde plek. Er zijn regelmatig momenten dat ik weet wat voor bespottelijk plekje niks ik ben in het geheel van tijd en ruimte; even later daarentegen ben ik ook in staat om hartstochtelijk boos te worden over iets vreselijk onbenulligs. Vooral in de auto. Niets menselijks is mij vreemd.
Het is belangrijk dat je stelling neemt, dat je principes hebt, dat je keuzes maakt en daar consequenties aan verbindt. Daar staat tegenover dat het ook belangrijk is om te relativeren, dat je zaken moet proberen in te schatten op relevantie en urgentie en dat je jezelf vooral niet al te serieus moet nemen.
Ach, het leven gaat verder. Zie niet alleen narigheid en doem in dingen. Heb elkander lief. Geloof in de goede intenties van andere mensen, ook al maakt het leven je soms wat wantrouwig. 









zondag 18 november 2018

Fake News - dilemma's rondom Tribute Bands

Zo was ik onlangs in het Forum in Sittard. Het was al zeker twintig jaar geleden dat ik dat pand betrad - toen was het nog een slechte oude bioscoop met beschimmelde piepende klapstoelen en een penetrante keldergeur. Het heeft jaren leeggestaan. Een paar jaar geleden is het opgeknapt en is er een medium size zaal-met-podium van gemaakt. Geheel niet onverdienstelijk; het balkon boven is in ere gehouden, de zaal is mooi, het podium ruim en de ventilatie adequaat.
Het geluid evenwel is ronduit - excusez le mot - kut. Aanvankelijk gaven we onze plek, achterin de zal onder het balkon, nog de schuld van het abominabele geluid maar voorin, en dan bedoel ik écht voorin, was het eveneens bar en boos. De audiomeneer dacht het probleem gedurende de avond op te kunnen lossen door het volume op te krikken. Dat is een oude truc, meestal helpt het wel wat. Nu echter niet. Ik ben kort voor het einde van het concert, met bloedende oren, om erger te voorkomen (!), het pand ontvlucht. We waren niet in staat om ons gezelschap in te lichten - het was zó krijsend luid dat zelfs in het oor schreeuwen van best aardige mensen volstrekt zinloos bleek. De volgende dag werd gekenmerkt door aanhoudend gonzen, brommen, watten-in-oren-sensatie en maar langzaam afnemend piepen in het hoofd. Fijn, zo'n avondje uit. 

Dus dat was dat. Over de inhoud  hebben we het nog niet gehad, en dat moet toch heus ook even gebeuren. Het was Tribute Night. De Best U2 Cover Band In The World stond op het program. Als voorspel werden we opgewarmd door een adequaat kloon-bandje dat nummers van Coldplay ten gehore bracht, The Scientist.
Coldplay heeft me maar zelden écht kunnen raken. Heus wel goed, die liedjes, en fraai gearrangeerd en zo. Maar mijn kopje thee is het niet. Gebrek aan pissigheid en spontaniteit, overgeproduceerd en bedacht, niet vinnig of spontaan.

Dat gezegd hebbende, je hoort de kwaliteit van een band pas als je een tribute band van het cruise-schipniveau de nummers van die band uit hoort voeren. Wat bij Coldplay draaglijke soft-pop met een fijn up-tempo optimisme is, wordt door zo'n kermisband ineens teruggebracht tot slecht verteerbare zeikliedjes, weliswaar duidelijk herkenbaar maar even duidelijk niet goed. Wat is dat nou? De vraag is met een hypothese te beantwoorden. Zouden die liedjes, die de hele wereld nu kent, een hit zijn geweest wanneer ze aan het brein van The Scientist waren ontsproten en door hen op plaat vereeuwigd was? 
Kort antwoord: Nee. 
De scherpte van de arrangementen, de oprechtheid van de uitvoering, de precisie van topmuzikanten; dat verschil is onoverbrugbaar. Niet dat het slecht uitgevoerd of ongeïnspireerd was, men deed zijn best. Maar nee, het was niet goed. Het leek af en toe wel. Een beetje.

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, tekst
Het hoogtepunt van de avond moest dan ook komen van L.A. Vation, een professionele coverband - op zijn Amerikaans natuurlijk The Best In The World - die het repertoire van U2 vertolkt. De gitarist lijkt op de foto wel een beetje op the Edge. In werkelijkheid evenwel moet ik toch echt de hele tijd aan Joe Pesci met een mutsje op denken. FaggettAbooutIt.

De bassist en de drummer doen niet eens een beetje hun best om op hun evenknie te lijken, de bassist zou qua haar zo bij Kajagoogoo ontsnapt kunnen zijn. Wat opvalt is dat alle drie de frontmannen - van de drummer was het moeilijk te beoordelen - niet boven de, zeg, anderhalve meter uitkwamen. 
De zanger lijkt uiterlijk niet echt op de zoon van God (Bono dus) maar vangt dat uitstekend op met de juiste attitude, pose, arrogantie en stem. Vooral stem. God, wat lijkt dat goed op Bono. Zeker gezien het feit dat het een Amerikaan is - L.A.Vation, uit Los Angeles - weet hij intonatie, Iers Engels, zangstem en pathos zeer, zeer goed te benaderen. Zonnebril drop, klaar.

Buiten het slechte geluid - te beginnen het halve eerste nummer zonder zang, omdat de schuif van de microfoon blijkbaar kwijt was - klonk het goed, écht goed. Prima muzikanten, zichtbaar plezier, absolute professionals. 

Was dat het? Heb je niks te zeiken, Omvlee? Wat was er deze keer weer niet goed?
Nou, dat zal ik jullie eens haarfijn uitleggen. 
Al na twee of drie nummers gleden mijn gedachten weg naar filosofische beslommeringen over wat écht en wat nep is. Ik stond twee meter bij een overtuigende Bono vandaan, enkele van de beste liedjes ooit gemaakt werden werden prima uitgevoerd, het bier smaakte uitstekend. En het deed me niks. Ware het écht U2, dan had ik stijf van de stress, met betraand gezicht, overmand door emoties aan dat podium gestaan en aan 's mans lippen gehangen.

Ben ik nou een snob, een verwend nest? Wil ik per se een rolex, waar een casio ook prima de tijd kan aanwijzen? 

Dat vroeg ik me dus ook af. Het antwoord kwam van de band zelf. Ze zetten namelijk Sunday Bloody Sunday in. En toen begonnen de dingen op hun plek te vallen. 
Ik vind dat Sunday gedoe helemaal niet zo'n geweldig nummer. De snerpende gitaartjes, sirenes bij het lijden van de Ieren die omkwamen bij het geweld van het Engelse leger, zijn wél een symbool voor de Noord-Ierse volksopstand geworden. Het lied beschrijft de onrechtvaardigheid en zinloosheid van het geweld tegen de burgerbevolking. Het is geschreven door 4 jongens uit Ierland, die familie en vrienden verloren aan de wederzijdse gewelddadigheden tussen IRA en het Engelse leger. 

En daar begint de schoen te wringen. L.A. Vation bestaat uit vier carrière-muzikanten uit Los Angeles, die niks te maken hebben met de boodschap van dat liedje, die het enkel om commerciële redenen vertolken, die geen echt inhoudelijke band hebben met het verhaal erachter. 
Als om dat nog eens te benadrukken besloot Fake-Bono om een Limburgse, ik herhaal LIMBURGSE, vlag om de schouders te draperen en Freedom! dingen te gaan roepen. Toen was het klaar. 
Ik zou als tribute band dat liedje niet eens aandurven; het hoort niet, daar blijf je van af, je hebt geen recht van spreken. Als je het dan ook nog eens misbruiken gaat om plat de zaal te pleasen - de Limburgse vlag werd met gejuich ontvangen, waar stilte of BOE! veel meer op zijn plaats was geweest- verdien je deze review. Ga je ergens in een stil hoekje buitengewoon diep schamen, Fake Bono.

De rest van de avond heb ik overigens best genoten van wat briljante Edge riffjes, prima door Joe Pesci gespeeld. Opverend in momenten van herkenning, tussendoor mijmerend over de impact die The Joshua Tree en Achtung Baby op me hadden toen ze uitkwamen. Hoe verpletterd ik was door de brille van Real Bono cum suis, door de geniale componisten en arrangeurs die deze mensen zijn en hoe inadequaat een prima coverband is om die emoties wakker te schudden. Als je muziek van zúlke importantie naspeelt, sta je niet op de schouders van reuzen, je bent soundmixshow aan het spelen.

Volgend jaar komt L.A. Vation weer, ik kan tickets met korting krijgen! 

Dacht het niet.



dinsdag 6 november 2018

Happy Birthday To Me

Afbeeldingsresultaat voor new job
Wat brengt je nieuwe inzichten,  spanning, onzekerheid, uitdaging, variatie, nieuwe mensen, opwinding? Wat is, kortom, een hoop gedoe maar schijnt de moeite waard te zijn? Verandering dus. Ik hoop dat er - "as we speak" - in Amerika een mooi presentje voor mijn verjaardag bij elkaar gestemd wordt Change! Yes, We Can! Maar dat geheel  terzijde.

Bijna vier jaar geleden liet ik de Intensive Care achter me. Genoeg van de techniek, de hectiek en de diensten die me steeds zwaarder vielen. Meer tijd om aan de aanhoudend ingewikkelde thuissituatie kunnen besteden, minder weekenden werken. En, niet te vergeten, een nieuwe opdracht, een nieuw plan.

Ik mocht in een veeleisende omgeving  helpen bouwen aan een groeiend team. Daarmee zou ik de  fundering helpen leggen voor verdere kwaliteitsverbetering op de chirurgische afdelingen in de kliniek. En een boel onderwijs geven. Met hetzelfde doel. Dat leek me wel wat. 

Veel is goed gegaan. Op de afdeling Chirurgie krioelt het van de inspirerende, zeer gemotiveerde, hardwerkende en intelligente verpleegkundigen met hart voor de zaak én een stevige portie vakkennis. Leergierig, ambitieus, gedreven. Ik kan niet genoeg benadrukken wat een feest het was om met ze te werken, om te zien hoe goed feedback werd opgepakt, om te merken hoeveel onderwijs er in handelen werd omgezet. En hoeveel lol we hebben gehad en hoeveel goeds we voor onze patiënten voor elkaar hebben gekregen. 

Ik werd ook omringd door óók al heel hardwerkende arts-assistenten; als je het over gedreven hebt, dan heb je het over deze groep. Spijkerhard veel te veel uren werkend, altijd goedgemutst, steeds klaarstaand voor elkaar, samen studeren, werken, vechten en feesten. Al high-fivend en chestbumpend door het leven, dat werk.  Ik wil wel geopereerd worden, mocht dat ooit nodig zijn, door één van dat zootje ongeregeld. Helden zijn het. Knettergek ook, maar da's weer een ander verhaal. What happened in Austria, stays in Austria. (Gelukkig heb ik de foto's nog).

Ik maakte tijdens mijn sollicitatie de grap dat ik al bijna vijftien jaar op de IC deed alsof ik verstand had van Chirurgie en dat ik dat nu wel eens écht wilde krijgen. Dat was verontrustend meer waar dan ik toen zelf in de gaten had. Dank, afdeling chirurgie, voor het stevig aanpakken van mijn kennis van zaken op jullie gebied. Het was hard nodig.

Ik wil het Catharinaziekenhuis huldigen voor wat het voor me is geweest. Achttien jaar lang mijn werkgever, een tent om fier op te zijn, een bolwerk van inspiratie, optimisme en kansen. 

Wat is er veel gebeurd in achttien jaar. Enkel al de gebouwen die er staan - van de hoofd-ingang met de daarboven gelegen MC en HCK tot de poliklinieken in het V- en Z-gebouw tot de Psychiatrie en de parkeergarage, het is onvoorstelbaar maar niets van dat alles stond er toen ik begon.
Wat ben ik veel verschuldigd aan dit ziekenhuis. Een verweesde, net gediplomeerde, min-of-meer-IC-verpleegkundige met een véél grotere bek dan inhoudelijk waargemaakt kon worden, dat was ik; een door de wol geverfde, bekwame, veelzijdige en misschien zelfs verstandige Verpleegkundig Specialist bén ik. Dank, dank.

18 jaar. Naar beneden afgeronde getallen: 2880 dagen werken - 420.000 euro (netto!!) salaris. Waar dat allemaal gebleven is? O ja, drie dochters.  En diesel. Veel diesel.
500.000 (ja, heus) vijf-honderd-duizend - kilometer woon-werkverkeer. Bij gemiddeld 80 kilometer per uur - wat je niet haalt, trouwens - 260 dagen en nachten (opnieuw, ja heus) onafgebroken autorijden. Godsamme.

Toen ik begon op de chirurgie was het idee om een centraal team van vier of vijf FTE verpleegkundig specialisten te bouwen dat hoofdverantwoordelijk zou zijn voor de verpleegafdelingen. Ondersteund door AIOS, verantwoording afleggend aan de medisch specialisten, coachend voor ANIOS, co-assistenten en semi-artsen. Ieder een eigen deskundigheidsgebied: Lower GI, vaatchirurgie, bariatrie, enzovoorts. Ieder zijn eigen aandachtsveld: onderwijs, wetenschap, wondzorg, noem maar op. 
Voor dat toekomstbeeld is er evident onvoldoende draagvlak. Ook het opleiden van een "eigen" VS blijkt een brug te ver. Verschillen van visie, verschillende belangen - hoe dan ook, ik zie niet genoeg aanknopingspunten of vorderingen om me gemotiveerd te houden. 


Ik ben te oud om geduld te hebben, de tijd werkt tegen me. Lees die zin nog maar eens na. Als de koers van verschillende professioneel aan elkaar verbonden mensen 180 graden ten opzichte van elkaar is, verandert er niets. Die impasse is volstrekt niet gemakkelijk, maar tegelijk wel vrij eenvoudig, te doorbreken. Bij deze. 

And Now, For Something Completely Different (the larch).

Ik ben een ouwehoer en een leuterneus. Het grootste plezier in mijn afdelingsvisite heb ik in de omgang met bange, verdrietige, onzekere en vertwijfelde mensen. Daar kan ik aardig mee uit de voeten, al zeg ik het zelf. Ik kan ze geruststellen, leren hun situatie te accepteren, aan het lachen maken, een beetje vertrouwen (terug) geven en laten grimlachen. Zoek maar op: grimlachen is heus een woord. Waar ze precies allemaal last van hebben qua ziek zijn, dat wordt langzaam maar zeker steeds meer bijzaak. Na alle techniek, anatomie,  reanimatie, fysiologie, life support en pathologie blijk ik terug waar ik ooit begon: bij de psyche. De wereld van de empathie, vage klachten, zachte diagnostiek, gebrekkig empirisch bewijs, DSM-5, wollige taal, geitenwollen sokken en, o gruwel, kwalitatief onderzoek. 

Hoe dan ook: met ingang van 1 januari 2019 ben ik VS-regiebehandelaar op de PAAZ afdeling van het Zuyderland Ziekenhuis in, jawel, Sittard. Voor wie het niet wist: in een grijs verleden was ik gediplomeerd inrichtingswerker, ik heb (ook, onder andere...) op een gesloten crisisafdeling gewerkt. 
Ik krijg de MPU, Medisch Psychiatrische Unit, en de psychiatrische consulten-functie voor de medische kliniek in mijn takenpakket. Daarnaast mag ik weer onderwijs geven en zo de ontwikkeling van het klinisch redeneren op de PAAZ vormgeven. Kortom, een fraaie cross-over tussen psychiatrie en alles wat ik door de jaren heen aan medische- en onderwijs-bagage opgepikt heb. Een droombaan. 

En ik kan met de fiets. Naar mijn 11 collega-VS en 5 VS-io, die veelal transmuraal, poliklinisch en bij cliënten thuis werken.

In Limburg. Ook dat nog. Tussen de Limbo's. Zie je wel? Al die Limburgers willen uiteindelijk terug naar hun roots. Nou ja, ik heb er 18 jaar over gedaan. Ik ga werken voor het grootste niet-academisch ziekenhuis van Nederland - alweer. Dat was het CZE toen ik er begon namelijk ook. 

Ik heb er zin in. Ik wandel nog een maandje door de vertrouwde gangen in Eindhoven, het contract moet afgerond, de revalidatie voltooid. Carpal Tunnel Stress Fatigue Syndrome zullen we het maar noemen. Verder stik ik in de overuren die nog op moeten, dus rond 1 december is het wel klaar. 

Het zal een weemoedige periode zijn Herfst, afscheid, vallende blaadjes en zo. Voor daarna geldt:

Vaarwel, Catharinaziekenhuis, het waren 18 fantastische jaren. Het ga jullie allemaal goed. En voor iedereen die blij is dat ik opzout heb ik een fraaie oud-Hollandse uitdrukking: bite me.










maandag 30 april 2018

Alledaagse verwikkelingen

Vreugde en verdriet liggen soms heel dicht bij elkaar. Een moment hoeft niet altijd een hoogtepunt in je leven te zijn om je gelukkig te maken; het hoeft niet altijd een wereldschokkende gebeurtenis te zijn om vervuld van verdriet te zijn. 

Een zorgvuldig gekozen glaasje whisky kan soms de perfectie naderen. Het moment van de dag, het type whisky, hoe de smaak valt - daar kun je oprecht stil en gelukkig van zijn. 

Ook gezelschap kan er voor zorgen dat je kort maar krachtig herinnerd wordt aan je fortuin, de mazzel dat je gezond bent en in meerdere opzichten rijk genoeg om mensen blij te maken. Mensen die elkaar nauwelijks of niet kennen een genoeglijke avond bezorgen, onder het genot van de gezamenlijke hobby, een hapje eten, de zon en een heerlijke voorjaarsavond - meer is niet nodig om vreugde te ervaren.

Enkele dagen later afscheid te moeten nemen van je vriend, precies op zijn zestiende verjaardag - in hondenjaren 112 jaar - is een bitterzoete ervaring. Al meer dan een jaar bereid ik me voor op dit onvermijdelijke moment, de dag waarop ik de dierenarts moet bellen dat het wel goed geweest is. Bijna blind, steeds meer écht dan Oostindisch doof en elke dag wat slechter ter been - ach, dat ging allemaal nog net. Nu plots veel dorst en overal piesen - het was klaar, ik moest mijn eervolle belofte nakomen om áltijd een goede baas te zijn.

Bram is thuis, in zijn eigen mand en omringd door het complete gezin, door de dierenarts naar het hondenparadijs verwezen. Het waren zestien geweldige jaren, Bram was twee jaar ouder dan ons jongste kind. Het afscheid viel me zwaarder dan gedacht - alle ratio van de wereld wint het niet van emotie. Ik heb hem in het bos hier vlakbij, waar we heel wat meters gemaakt hebben samen, begraven. 

Ik mis Bram, ook al is hij pas een paar dagen dood, al heel wat langer. Door zijn slijtage was wandelen en met de bal spelen er al lang niet meer bij. Van weeromstuit kom ik zelf te weinig buiten, beweeg ik minder - wandelen zonder hond, dat werkt niet. Dat is dan weer niet goed voor me; somberheid wint, het leven bestaat nog enkel uit werken en slapen, zeker in de winter. Ook fotograferen, onderweg met de hond een heerlijke activiteit, leed er flink onder. 

Ik denk dan ook dat er een paar goedkeurende schelle blafjes uit het hondenparadijs komen. Afgelopen zaterdag heb ik een pup uit een nest Jack Daniels Russell terriërs een reu van 7 weken uitgezocht. 
Hij, onze Teun, blijft nog een weekje of twee bij zijn moeder - niet omdat het moet, maar omdat het kan. Zeven weken, het loopt nog niet eens zo stevig. Het vel is te groot, de brokjes veel werk - melk gaat nog steeds makkelijker.  En dan heb ik óók nog de kleinste  en zachtmoedigste van het stel (lees het grootste watje) uitgezocht. Mag nog wel effe bij mama, dus.
Daarnaast is er de baas, die eerst even twee weken naar Schotland moet, op vakantie. En Teun de Jack kan nog niet mee, want nog niet volledig gevaccineerd. 

Jack Teun zal evenwel volledig gevaccineerd, strak in het vel, stevig ter been, brutaal, dapper en weldoorvoed mee kunnen op zomervakantie naar Wales; in de komende weken heb ik veel tijd om aan de slag te gaan met mijn nieuwe maatje. Ondertussen zit hij goed, op die boerderij in Hulsel, bij de mevrouw met de dierenfreakte en haar bijkans onverstaanbare boer. Een tas koffie moesten we drinken - het werden er meerdere. We kwamen bijna niet weg, we moesten eerst alles horen over alle honden, katten, papegaaien, pony's, van vroeger en nu. En van de geitenstal - en natuurlijk de schapenstal - en de dieren van hun kinderen, niet te vergeten. En toen mochten we weg. Over twee weken halen we Jack Teun op - mochten we vermist raken, dan houden ze ons vast daar, Hulsel dus, tussen Bladel en Lage Mierde, dan komen we er niet weg. 






maandag 19 maart 2018

Marrakech, Marokko, Afrika


 Dit wordt geen makkelijke blog. Om te begrijpen wat ik bedoel moet je 'm heel goed lezen. Als je geen zin in bespiegelingen hebt en alleen maar wat lol wil, ga dan naar www.guustflater.com.  Er valt hier vandaag wellicht wat te lachen maar enkel een hilarisch relaas van leukigheden is het deze keer zeker niet. De verwarring die me overvallen heeft en waar ik veel over nadenk probeer ik eerlijk te beschrijven; enige sociaal-culturele ingewikkeldig-heid is daardoor onvermijdelijk. Mocht je daar geen zin in hebben, even goede vrienden, ga dan nu maar  gauw ophouden met lezen en RTL4 kijken. Zo niet, succes.

Komt'ie.

Het is ondertussen al weer bijna een week geleden dat we terugkwamen uit Afrika. Decadente eerste-werelders als we zijn, gaan we elk jaar in maart even op reis - met als excuus de verjaardag van mijn vrouw en de ondraaglijke lengte van de winter. Formeel zijn we beschaafd, we kiezen afwisselend verre bestemmingen en lokaal, zeg maar binnen autobereik, pittoreske stadjes. Twee jaar geleden New York, USA, vorig jaar Mechelen, BE, dit jaar Marrakech, MAR.

Ik weet niet zo goed waar ik beginnen moet. Ik weet ook nog niet echt wat ik nou eigenlijk vind van de cultuurshock die ik onderging. Het is veel, wat we in zo'n drie-en-een-halve dag voor onze kiezen hebben gekregen. Ik heb hard, lang en veel nagedacht over mijn gevoelens van verontwaardiging, ergernis, frustratie en onmacht. En daar kwam het volgende van.

Begrijp me niet verkeerd, we zijn overvallen noch gestrand, gechanteerd noch bestolen. Geen luchtvaartmaatschappij faalde, geen ambtenaar was onuitstaanbaar. Geen strobreed, geen onvertogen woord, niks mis. We zijn niet onderdrukt of onheus bejegend. We zijn niet opgelicht en niet respectloos benaderd.

Maar toch. Aan pogingen om respectloos te zijn, aan pogingen om ons op te lichten, aan pogingen om ons te bestelen en aan verholen en besmuikte weerzin tegen ons persoonlijk en tegen onze aanwezigheid ontbrak het evenmin. Almaar beleefde en aardige reacties onzerzijds op opdringerige verkoopterreur werd met nóg meer aandrang, en niet met waardering en terughoudendheid, beantwoord. Vriendelijke afwijzing van opdringerigheid werd met nóg meer opdringerigheid beantwoord. Resoluut weigeren van ongevraagde diensten werd met meer dwingend verbaal - en klein fysiek- geweld beantwoord. Duwen, trekken, rammen en drammen. "Een ding zonder vrienden".

Ik weet nu hoe een piñata zich voelt. Een piñata, voor degene die niet weet wat dat is, is zo'n Mexicaans papier-maché ding, vaak een dier, dat vol zit met snoep. Het hangt aan een touwtje in de tuin en het jarige kind moet er - geblinddoekt -  met een stok hard op slaan tot het snoep eruit valt. "Een ding zonder vrienden".

Ik ben dus, zoals de lezer begrijpt, een west-Europese zak met geld. Niet iemand maar iets. Motto van Marrakech: hersenloos (geblinddoekt) met zijn allen op iets in beuken, op die zak, daar valt vanzelf, als je maar stug doorgaat, regelmatig wat geld uit. Blijven meppen, blijven cashen. 

Depersonificatie is geen Europees patent. Wij zijn niet de enigen die alles wat anders is anonimiseert. Wij voelen ons - terecht - schuldig wanneer we over "de" vluchtelingen, Turken, Marokkanen of moslims denken - individuen de stereotype kenmerken van groepen toekennen is niet erg aardig maar ronduit stupide en onbeschaafd. Niemand wil "een ding zonder vrienden" zijn.

Wellicht is de meest onthutsende en confronterende observatie van deze trip dan ook dat anderen dat net zo goed bij mij kunnen doen. Dat anonimiseren, die depersonificatie. Met mij! De hoogontwikkelde, bijzonder goed opgeleide, intelligente, blanke Master Of The Universe!  Ik word ineens, hier, nog geen vier uur vliegen van huis, nogal gedepersonificeerd, zeg maar, als het ware. Het is een schande. En dat vond ik nou net zo'n typische blanke bwana-vaardigheid. Dat depersonificeren. Ik waardeer het allerminst dat, terwijl wij economisch, cultureel en politiek lichtjáren verder ontwikkeld zijn, anderen zichzelf blijkbaar superieur aan mij wagen te voelen. Ik was er nou net zo trots op dat wij op alle fronten gelijk hebben en die anderen ons daarom -terecht- benijden. En nou durven ze mij zomaar als toeristisch vee, als te lossen vracht, als witte pinautomaat, als blanke melkkoe, als klaar voor de slacht en rijp voor de pluk te zien. "Een ding zonder vrienden". En ik ben nog wel zo'n aardige kerel. Als je me de kans geeft, zal ik het bewijzen. 

En hoe ik mijn best ook doe, die perceptie - zak geld, rijke Europeaan - verandert niet. Hé-le-maal niet. Hoe vriendelijk, welbespraakt, meertalig, vergevingsgezind, contactgericht, toegankelijk, politiek-correct, glimlachend, begripvol of sympathiek ik ook probeer te zijn - ik blijf een zak vol geld. 

Ik vond het kut. Ik vond het helemaal niet leuk om hordes mensen na een poosje dan maar te negeren, om iedereen die me aansprak op welk moment dan ook als een piñata-mepper te zien - hoe terecht die attitude ook bleek. Ik verlangde al na één dag, echt waar, naar Engeland - waar "Can I Help You" niet betekent "How Much Will You Pay Me". Ik walg van de opgelegde paranoia, wat moet déze hoofddoek nou weer van me - het niet rustig om je heen kunnen kijken, je zonnebril ophouden want dan zien ze niet waar je naar kijkt - het  was uiterst onaangenaam en vervelend. Niemand die je ongemak erkent, niemand die laat merken dat hij je begrijpt en dat hij aan jouw kant staat. Relentless, zeggen ze in het Engels. Daar is geen goede vertaling voor. Genadeloos, onophoudelijk, zonder onderbreking. Eigenlijk is mijn vertaling net zo goed: "een ding zonder vrienden".

Met mijn één meter vijfentachtig en fikse hoed viel ik nogal op. Bijnamen: Indiana Jones, Angry Man (op dag 3, beetje klaar ermee), Ali Baba maar ook My Brother - zo werd ik genoemd door de zwartste man die ik ooit zag, hij moet haast blind geweest zijn. Boss vond ik de naarste. Dat is Bwana, maar dan anders - en er zat achter elke "boss" een bijna voelbare weerzin en afschuw. "Een ding zonder vrienden".

Het is een bitterzoete ervaring, dit weekendje Marokko. Pijnlijk, onthutsend, naar, verbijsterend. Maar ook prachtig, sfeervol, verpletterend, adembenemend, ongelooflijk mooi en uitdagend.
En dat laatste: uitdagend. Er valt heel wat te veroveren, overtuigen, accepteren, verteren, begrijpen en overbruggen. Islamitische landen zijn niet met een weekendje te begrijpen, verklaren of incorporeren. 

Zonder zelf in de spiegel te kijken en je eigen rol kritisch te beoordelen - waarbij je niet per se als winnaar uit de strijd komt omdat je toevallig uit een Westerse democratie komt - schiet het allemaal niks op. Ik ben er, zoals u leest, in ieder geval nog lang niet uit.


zondag 31 december 2017

Nieuwjaar In Londen

Je kunt jezelf verwennen. Je kunt dat overdrijven - dat kan extreme vormen aannemen. En als je dacht dat het niet absurder kan, dan is er altijd nog Londen. Decadentie, hedonisme, onmatigheid; het lijkt hier gepersonifieerd.

Dit was ons tweede bezoek aan Londen. In 2012 een bliksemdag, vanuit een camping in het zuidwestelijk van London gelegen Chertsey met de trein. Toen de usual suspects bezocht. Big Ben, Trafalgar Square, Westminster, Buckingham Palace, Piccadilly Circus - de poten kapot gelopen dus. 

Vandaar het voornemen om vandaag wat geduldiger en kleinschaliger op pad te gaan. Haalbare doelen, zogezegd. Allereerst: het goede, voor ieder gratis over te nemen voornemen om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Vóórdat je precies uitgevist hebt hoe je ergens naar toe moet lopen, ben je er al met de metro. Het is even gepuzzel om uit te vissen wat de gunstigste kaartjes zijn - in ons geval bleek dat een Oyster Card, net zoiets als een anonieme OV-chipcard. Te koop in een automaat, meteen op te laden en overal te gebruiken - met als sympathiek extraatje dat wanneer je meer dan 6 pond 60 ver-reist, de rest van de dag gratis is. Ik herhaal, voor het geval er Hollanders zijn die dit verkeerd verstaan hebben: het reizen in Londen kost niet meer dan 6 pond 60 per etmaal per persoon. Al stap je op 12 bussen, 23 metro's en 217 trams; kost niks extra. Kinderen zijn overigens goedkoper. 
De metro brengt je snel - maar volstrekt niet comfortabel - overal. Het is lawaaierig, erg warm, druk en krakkemikkig. In de metro gaan de hele tijd lampen uit - als de openingssequentie van een rampenfilm. Gelukkig reageert de doorsnee Londenaar daarop net zoals op een natuurramp, aanslag of Brexit; nauwelijks. Dat geeft rust, blijkbaar is het normaal dat de treinstelen gieren, knarsen, piepen en bonken; dat het licht te pas en te onpas hapert, de mededelingen van de machinist vaak volstrekt onverstaanbaar zijn en de stations mudvol zijn - overal, de hele dag door. En dan moeten we nog naar het vuurwerk, waar een miljoen (!!) toeschouwers verwacht worden.

Na wat over-en-weer gebakkelei werden mijn vrouw en ik het eens. Dag één zouden we een compromis-bezoek aan de National Gallery brengen. Ik wilde eigenlijk naar het British Museum, waar de Steen van Rosetta ligt en waar je kunt genieten van waarschijnlijk de mooiste en grootste collectie cultureel-historische kunst ter wereld. Liel  daarentegen wilde liever naar het Tate Modern, vol met 20e-eeuwse moderne kunst, van Picasso tot Míro, van Pollock tot Dalí. De Gallery ligt mooi in het midden qua collectie; schilderijen van 1200 tot ongeveer 1920, dus Van Gogh en Rembrandt, Titiaan en Degas, Da Vinci en Michelangelo. En Monet, en Toulouse-Lautrec. Ach, je moet wat. Had ik al verteld dat al die musea vrij toegankelijk zijn? Altijd?

Het was, gezien kerstvakantie en morgen Oud Op Nieuw, dus vreselijk druk in Londen. Het museum viel nog wel mee maar op Trafalgar Square, The Strand en Charing Cross was het bomvol. We besloten na de lunch met de metro naar Harrods te gaan, zo'n plek waar we veel over gehoord hadden en waar de vorige keer gewoon geen tijd voor was. Ik stelde me Harrods voor als de Bijenkorf in het kwadraat. 
Het bleek de hel op aarde te zijn. Strak in het pak, duidelijk duur gecoiffeerd, welriekend en duidelijk op uiterlijke schoonheid geselecteerde upper class, in grote getale aanwezig. En dat was nog maar het personeel.
Opvallend veel Arabieren. Ik zag vrouwen - neem ik aan - in volledige boerka's gehuld bij de balies van Dior. Blijkbaar mag je niet zichtbaar maar wel ruikbaar zijn. Jonge, gehoofddoekte prachtig opgemaakte vrouwen stonden handtassen van 2500 euro te knuffelen. Onwaarschijnlijk veel strakgeschoren Arabische patsers met loeidure zonnebrillen op en pakken die meer kosten dan ik in twee maanden verdien, liepen/stonden/hingen dit allemaal verveeld te aanschouwen. 

Het was er verschrikkelijk druk, het aroma van al die dure parfums en make-up overspoelde me. De atmosfeer die er hing was evenwel niet alleen bedrukkend door die overdaad aan cosmetica. Het duidelijke dédain van de rijkeluiskinderen, de leegte in hun ogen, de vanzelfsprekendheid van de bespottelijke prijzen van dit consumptie-armageddon - het was te veel. Buiten op straat liggen zwervers op kartonnen platen en binnen lopen mensen duizenden ponden te verbrassen waar ze geen minuut voor hebben hoeven werken. Het kinderfonds van de Saoedische emirs, prinsen uit de Emiraten en sjeiks uit Oman keert wel uit. Het is ranzig en weerzinwekkend. Ik ben echt geen antikapitalist maar mensen die de waarde van geld niet meer kennen omdat ze er, zonder er enige moeite voor gedaan te hebben, in omkomen - nee, dat vind ik, op zijn zachtst gezegd, helemaal niks. Ik zal mezelf heus niet van materialisme vrijpleiten maar ik heb voor alles wat ik bezit heel hard gewerkt. Maar daar? Die wereld?
Om bij de metro te komen moet je langs de Bang & Olufsen vertegenwoordiger, tegenover het Levin Hotel - kamers vanaf 500 pond per nacht. Verder gaat het, je loopt voor de etalage van de McLaren garage langs - vanaf 1 miljoen pond voor een auto. Gelukkig koop je ernaast, bij de Rolex boer, al een klokje vanaf 5 mille. Ik ga nooit meer naar Harrods. De mensheid op zijn ziekst, deze omgeving. De mens krijgt wat hij verdient - op Brompton Road en Bond Street verlies je alle vertrouwen in een goede afloop.

De Cadenhead Whisky Shop bracht verlichting. In de buurt van Gerry Rafferty's Baker Street ligt dat in whiskykringen beroemde winkeltje een parel van een winkeltje te wezen. In een straat met meer van die charmante kleine shopjes kun je tussen de vintage bruidsjurken en de kaarsenwinkel, vlak naast de in originele staat verkerende meer dan 100 jaar oude brandweerkazerne, leuk whisky kopen. Cadenhead is en onafhankelijke bottelaar; ze kopen vaten whisky van gerenommeerde stokerijen en zetten die onder hun eigen naam in de markt, zoals dat heet. Het is opmerkelijk dat whisky hier in het VK vaak veel duurder is dan op het vasteland - belasting en zo, het is werkelijk de moeite waard om whisky naar Schotland te smokkelen vanuit Nederland. Bij winkels als Cadenhead kun je wat zeldzamere soorten vinden voor heel redelijke prijzen - wat ik dan ook gedaan heb. Voor de kenner, een 21YO Ben Nevis en een 12YO Cask End Glen Ord. 

En dat was nog maar de zaterdag. Op zondag, na - vanzelfsprekend - mijn English Breakfast (met braadworst, witte bonen in tomatensaus, spek& ei en toast), zijn Liel en ik naar Camden Market geweest. Een oud fabrieksterrein omgetoverd tot winkeltjes, proeverijen, ambachtelijke ondernemingen(veel leer) en street food kraampjes. Ganz Toll, kan ik jullie vertellen. Ik kocht er een leren dokterstas/koffer van minstens 60 jaar oud, zo vintage als maar kan. Nog wat stoffig en verweerd maar ik ga 'm opknappen. Whiskysamples passen er prima in, denk ik zo.

Nu dan een paar uur rust, op de hotelkamer, wat facebooken en luieren - straks gaan we met zijn allen eten en dan naar de Thames, voor het vuurwerk. Om 01 uur Nederlandse tijd wordt dit op de BBC uitgezonden, dus als je weer binnen bent zonder brandwonden en met beide ogen kun je even kijken waar wij precies zijn. We zullen zeker even zwaaien. 






donderdag 16 november 2017

Seniorenskiën en penopauze

Antroposofische geneeswijzen worden door IZZ, mijn drugskartel / monopolistische ziektekostenverzekering, tot 500 (!) euro boven op het basispakket vergoed. Zonder verwijzing. Wanneer evenwel huisarts en fysiotherapeut be-amen dat een goede brace van 80 euro zeker bijdraagt aan de stabiliteit van je knie en je daardoor vlotter revalideert, moet je de 80 euro voor die brace zelf ophoesten - zelfs de verpakking wordt niet vergoed. 
Afbeeldingsresultaat voor ski accident cartoon
Ik sla een stukje over, geloof ik. Dit alles begint in juli, augustus. Van je vrienden moet je 't hebben; mijn verder zeer gewaardeerde collega Annemarie is van mening dat ík de komende winter aan de beurt ben om mee te gaan op ski-weekend met de Chirurgie van het Catrien. Teambuilding, survival undsoweiter zorgt voor een betere intercollegiale band en topsamenwerking en zo. Ik kan er niet echt onderuit - ik heb verleden jaar juist háár gedwongen om mee te gaan, met vergelijkbare argumenten. 

Ga er maar even voor zitten, er volgen wat omtrekkende bewegingen voordat we bij de pointe van dit blog komen. Ik heb alle tijd namelijk om de aanleidingen, oorzaken en voorgeschiedenis van één en ander te verkennen. Dat begint met een klaagzang  -sla de volgende alinea (of twee, drie, vier) gerust over. 

Mijn penopauze kruipt moeizaam voort. Ik kocht een racefiets omdat de sportschool (en het joggen op schoenen van 120 euro) toch niet brachten wat ik ervan verwachtte. De racefiets evenmin; het enige dat ik daarvan geleerd heb is dat ik beiderzijds carpaal tunnel syndroom heb. Dat blijk ik al tien jaar te hebben maar zonder diagnose. In gelukkige onwetendheid duidde ik de nachtelijke vingerkrampen jarenlang als het gevolg van rare slaaphoudingen; het blijkt evenwel een aandoening. Waaraan je je kunt laten opereren. De fiets is verkocht, de operatie (nog) niet gepland. 

Naast de ingegroeide teennagels, die mij de voorbije jaren teisterden, is er de terugkeer - zij het gelukkig zeer sporadisch - van mijn migraine-aanvallen, waarvan ik sinds mijn zeventiende of zo verlost leek. De wekelijks veranderende myopie, hypermetropie en het astygmatisme van wat er over is van mijn ogen maken het kiezen van een adequate bril tot een volkomen onmogelijke opdracht.  In het Nederlands - ik zie geen barst.

Het falende middelbare mannenlijf meldt zich evenwel vooral in nek-schouder-en onderrug-regio. Tot aan de arbo-deskundige toe; ik heb een volmaakt op mijn houding ingerichte arbeidsplek. Twee schermen zorgen ervoor dat ik zo af en toe goed zie wat ik doe. Houdingscorrectie, fysiotherapie en vruchteloos gekraak heeft in ieder geval mijn gezanik over mijn nek doen afnemen.

Het komt er dus op neer dat ik een langzaam uit elkaar vallende, snel verzwakkende bejaarde ben wiens beste tijd al ruimschoots in het verleden verkeert. Glorie zit er niet meer in, hooguit dat het voorzitterschap van de lokale kerstversieringsclub me nog enige status op gaat leveren. Of wellicht dat de Sittardse Katholieke Rozenkwekers nog een penningmeester zoeken.

Maar goed, we waren op weg naar de wintersport. In het kader van effectief optreden in de sneeuw leek het me een goed idee om niet te wachten met het leren skiën tot we in Oostenrijk aangekomen waren. Ik zag me al, vermoeid door de busrit, met mijn toch wat obese lijf de piste op wankelen. Om  vervolgens met in het Oostenrijks (ja, dat bestaat, misschien niet officieel maar dat lokaal geneuzel mag geen Duits heten) gehuurde niet goed passende ski's en vooral skischoenen in een kleuterklasje plaats te nemen. Om les te krijgen van de schlemielige Hans die niet goed genoeg is om les te geven aan de lekkere wijven. En dan op dag één mijn a.) enkel te breken b.) onderbeen te verbrijzelen c.) knie te ontzetten d.) een combinatie van vorige opties te ondergaan.
Dus nam ik, best enthousiast, les. Tenslotte woon ik maar 20 kilometer bij de mooiste indoor Ski Piste van Nederland, België en Duitsland vandaan! Succes gegarandeerd! Vierweekse Beginnerscursus, Wij Leren U Alles!

Behalve dat f#king melkkrukje loslaten als het misgaat met het f#cking liftje. Maar dat komt zo.

In een zeer klein klasje van 4 ging de eerste les vreugdevol en tamelijk succesvol voorbij. Op het kinderhellinkje stortte ik me als een adelaar naar beneden en ik zag een late, maar succesvolle ski-carrière aan de horizon verschijnen. Ik overwoog nog een Olympische medaille.
Tijdens les 2 zag ik die ambitie in de kiem gesmoord. De Duitse skileraar (die overigens werkelijk accentloos Nederlands sprak) bleef me maar aanmoedigen om middels pizzapunten gecontroleerd helling no.2 (voor iets grotere kinderen) af te dalen. Volstrekt vruchteloos. Pizzapunt, rechts/links inbuigen, geen enkel technisch advies weerhield me ervan om veel te hard de helling af te razen. Terwijl mijn klasgenoten steeds hoger mochten werd ik aan mijn 20 meter lot overgelaten. Om de twee minuten werd mij "PIZZAPUNT!!" toegeblaft. Volstrekt tevergeefs. 

Ach, vertelde ik mijzelf - en mijn vrouw die me gezelschap hield, het was immers mijn verjaardag- op de terugweg, dat het volgende week vast beter zou gaan. Spiergeheugen, laten bezinken, komt heus goed. Ik had het niet zo leuk gevonden, les twee. Het had een verstandiger man dan ik voldoende gewaarschuwd.

Maar nee hoor, ik stond weer keurig paraat voor les drie, een week later. Dat is nu drie dagen geleden. Mét nieuwe handschoenen. Ik had al, blij als een kind, weken geleden de benodigde ski-inventaris aangeschaft. Alleen nog geen handschoenen. Via marktplaats kocht ik van een man, die in veel opzichten op mij leek, een skipak. Ook dat was een voorteken; een zeer nuchtere Groninger, van mijn leeftijd en postuur, die een één keer gebruikt, zij het wat gedateerd, skipak verkoopt voor drie tientjes. Met de opmerking dat "dat ski'n niks voor normale mens'n is". Ik kocht een nieuwe skihelm! Een blitse, niet te dure. En bij de Lidl waren er skibrillen! Met een waanzinnige anti-reflectie-laag aan de buitenkant! Ik was er klaar voor.

Vanaf moment één werd me duidelijk dat mijn (fysieke) leervermogen wellicht aanwezig, maar allerminst snel is tegenwoordig. Ik kon er nog steeds geen hout van. Niet dat ik veel viel of zo; ik ga gewoon te hard en heb weinig controle. Die fucker met zijn pizzapunt zou ik graag nog even gaan slaan met een ski. Wát een gebrek aan didactische vaardigheden. Ik voelde me net een Franse bakker. Met een Nederlandse toerist in de winkel, die denkt dat de ander je heus wel gaat verstaan als je maar steeds nadrukkelijker schreeuwt wat je wil. Pizzapunt. Pizzapunt! PIZZA-punt! PIZZAPUNT! PIZZA!!! PUNT!!!! 

Het was treurig en ik was stiekem blij dat hij me aan mijn lot overliet om met de overige cursisten, die beslist meer progressie lieten zien dan ik (en waarvan 2/3e jongedames, maar dat terzijde) te gaan oefenen. Dus zij verdwenen letterlijk aan de horizon, heel hoog op de baan, en ik in mijn uppie heel treurig naar 25 meter, vruchteloos pizzapuntend naar beneden vallend. Ik bleef heus overeind, maar controle ho maar.

Grimlachend, binnensmonds vloekend, me kort afvragend wanneer ik voor het laatst iets opgegeven had en hijgend klauterde ik naar het liftje. Stug doorgaan, niet opgeven. Zo'n lift met zo'n ding tussen je benen - op een bepaald moment, na een keer of zevenentwintig,  dacht ik letterlijk "Dát heb ik in ieder geval onder de knie". Om de keer daarna, zonder enige aanleiding, zittend op het plankje onderweg te struikelen, mijn rechterbeen achterlatend in de nep-sneeuw, en vervolgens mijn knieband te scheuren. De werkelijkheid kun je niet verzinnen.

Nu zit ik dus per order huisarts thuis, op mijn stoel, met mijn been hoog en een gescheurde binnenste knieband. Week rust. Verplicht. Ik slaap wat, ik hang wat, ik blog wat. Ik koel drie keer per dag. Of, zoals vanochtend, vaker; om half zes, want pijn. Ik vreet naprosyne - goed spul, trouwens; met 2d500 kun je je eigen arm afknagen zonder pijn, volgens mij. Mijn brace zit, terwijl ik zit, lekker strak 80 euro te kosten. Ik heb vandaag 3 afleveringen Band Of Brothers zitten kijken en mijn whisky database bij zitten werken. Ik zit me dus, kortom, kapot te vervelen. Nu al. Daarnaast zit ik vastberaden te wezen dat ik nooit meer ga skiën. Ze hebben vast ook wel een huursleetje daar in Oostenrijk. Ik zet wel mooi mijn nieuwe helm op, en die skibril gaat ook mee.  En wat whisky, denk ik. En mijn brace. 

maandag 7 augustus 2017

Ne Shitje

De redding is nabij. Na bijna vier weken zijn we nu echt op weg naar huis. Onze omgeving verandert, naarmate we verder terug naar het noordwesten trekken, terug in herkenbare grootheden. Vandaag zijn we bij Wenen aangekomen na een bliksembezoek aan het Balatonmeer. Ook letterlijk trouwens, gisteren fikse onweersbui. Kort en goed, nou het toch over Hongarije gaat: daar bij dat meer, daar ga je naar toe voor het goede weer en de idiote prijzen. Kapper drie euro. Warme maaltijd altijd minder dan vijf, en soms ruim minder dan vijf euro. Overnachtingen in pensions vanaf een euro of vijf de man. De omgeving, westelijk Hongarije, spreekt niet erg tot de verbeelding. En dat is mild uitgedrukt; Keszthely is een treurig en sfeerloos dorp, zeker op zondagmiddag in het katholieke deel van Oost-Europa. Op doortocht in Kroatië zagen we zondagochtend een kerk die zó druk bezocht werd dat de mensen buiten de dienst stonden te volgen. Minaretten zijn hier nergens meer te zien. Tot zover het exotische oosten. 

Oostenrijk is land nummer 16 van onze reis. Indrukwekkender nog is het aantal grenspassages dat we gedaan hebben als we thuiskomen; zo’n 27 keer zijn we een grens gepasseerd. De laatste twee, Kroatië – Hongarije en Hongarije – Oostenrijk, zijn weer gewoon “doorwuif’ passages geweest maar tussen Italië en de tweede keer Kroatië hebben we aardig wat tijd in de hete rij gestaan, wachtend op onze uitgebreide papierencontrole – zowel auto als personen.

Juichend zagen we vanochtend voor het eerst weer een McDonalds, later een Ikea – welkom thuis. Het is hier weer ouderwets druk op het bedrijventerrein, waar torenhoge reclameborden alle meloenstandjes aan het oog onttrekken. We staan op Womo Stellplatz Wien; plaats voor zo’n 200 campers, hutjemutje, goede douches en toiletten, wifi bij de balie en medewerkers die drie talen spreken.

Nu dus de voetsporen van Mozart, Beethoven, Franz-Joseph en Sissy verkennen. Die Sissy, weet ik sinds kort uit een historische roman, was een sloerie eerste klas zonder enig decorum; ze reisde heel Europa door met steeds nieuwe kerels, waarvan er geen enkele Franz-Joseph heette. Ze liet in elk dorp dat haar beviel op kosten van de Hongaars-Oostenrijkse belastingbetalers een kasteel bouwen. Dat ze vervolgens nooit meer bezocht. Van weeromstuit is Franz-Joseph gaan rotzooien met een bekende Weense hoerenmadam, die hij zelfs meenam naar de opera. Tot zover de suikerspin-romantiek van de Sissy films. Ja, met royalty verveel je je nooit.

Hier in Wenen is naast alle (neo-)romantische pracht en praal ook heus wel iets hedendaags te vinden. Zoals te doen gebruikelijk zal ik de kinderen dan ook meeslepen (Emma protesteert hevig, die wil niet gesleept maar juist zelf graag) naar een museum voor Moderne Kunst. In het Albertina is een permanente bruikleen van een van de grootste en mooiste particuliere collecties van Contemporary Art te zien; het Batliner overzicht. Deze permanente expositie is “Van Monet tot Picasso” genaamd. Ik geloof dat ik dat wel ga waarderen.

Daarnaast heb ik twee belangrijke andere collecties ontdekt die ik zeker even wil beoordelen. Er zijn twee beroemde Spirituosen Geschäfte hier in Wenen, waar voor redelijke prijzen mooie whisky’s verkocht worden. Een lekker souvenirtje, verwacht ik zo. 

Tot snel allemaal.

PS: Ne Shitje betekent "Te Koop" in het Albanees. Of in het Macedonisch, daar wil ik van af zijn. Staat dus op borden bij huizen, brommers, muilezels en natuurlijk meloenen. Het is inmiddels een soort van verzuchting bij tegenslag geworden. U mag 'm ook gebruiken.

woensdag 2 augustus 2017

Montejagro

Verpletterend. Als je nou van bergen houdt, van onafzienbare landschappen waarin nauwelijks tekenen van menselijke activiteit, van per heuvel veranderende vista’s die onwillekeurige “ooohs” en “aaahs” oproepen: ga naar Montenegro. Zo gevarieerd, zo woest en wild. Het is een berglandschap van oneindige variëteit waarin wat – overigens best goede – wegen uitgehakt zijn en verder hebben ze het gelukkig met rust gelaten. Ook landbouw ontbreekt op de hoogvlaktes. Er wonen simpelweg bijna geen mensen. De afdaling vanuit het hoogland naar de kust is van een onbeschrijflijke schoonheid; je kunt tientallen kilometers over het land kijken, met schitterende meren in de afdaling en als bekroning de baai van Kotor, die in de diepte ligt te glanzen. Helaas neemt in de afdaling, door toename van de bevolking, de hoeveelheid afval en gestort puin – categorie halve huizen – exponentieel toe, wat aardig afbreuk doet aan je enthousiasme. Zie bijgevoegd fotootje.


En nu zijn we dus in mijn minst favoriete vakantieland, Kroatië. Wij hebben een weinig gelukkige relatie, Kroatië en ik. Ik vind het een grote geld-uit-de-zak-klop-machine, een kolossale toeristenval en een bloedheet pokkenland. Zo. Dat hebben we maar gehad. Opnieuw zijn de inwoners nors en onvriendelijk, opnieuw is de warmte om de een of andere reden hier ondraaglijker dan op andere plaatsen. Dubrovnik is fraai gerestaureerd na de bombardementen van 1991. Ik herinner me de beelden van de Serviërs en Montenegrijnen die vanaf de heuvel de bommen maar zo’n beetje naar beneden hoefden laten vallen om de historische stad in puin te gooien. Het is nog maar een paar jaar geleden. Dat maakt het ook raar om vanuit de stad die heuvel, die regelmatig op het journaal was te zien, op te kijken en je dat heel makkelijk voor te stellen.
Als gezegd, hartstikke mooi gerestaureerd, allemaal best. Maar ook loeidruk, volgeplempt met eetterrasjes waar je letterlijk niet omheen kunt en bijna 2 euro voor een bolletje ijs. En heet. Wel airco in de bus, maar de stemming was al onder nul door de evident sikkeneurige buschauffeurs – er kan werkelijk geen glimlach, oogcontact of vriendelijk woord vanaf.

Goed. Morgen weer op weg. Mostar, Sarajevo – het is nog maar even afwachten waar we precies heen gaan. Door de enorme hitte in de regio, die nog wel even aanhoudt, is het bezoeken van nóg twee steden in de komende dagen misschien wat veel van het goede. In de buurt van Mostar liggen watervallen, dat klinkt goed. Nog een dikke week en een dikke tweeduizend kilometer. Ik zie wel wanneer er weer fatsoenlijk internet dan wel 4g is; Bosnië-Herzegovina, daar hebben we nog niet zo veel ervaring mee.


Kusje.

maandag 31 juli 2017

To Srbia or not to Srbia

In een volslagen onbereikbare uithoek van Albanië ligt Koman, ook wel Komani. Er is maar één weg naar Koman. Vijfendertig kilometer lang. Onverhard. Bergop. Zonder vangrails. Met losliggende resten asfalt en hier en daar een steenlawine. Wel twee sporen breed maar daarvan niet eens een half begaanbaar spoor. Op de kaart evenwel stond dat er allemaal niet bij. Dus dan ga je, toch?

Al in Nederland hadden we besloten dat we deze vakantie de veerboottocht van Koman naar Fierze, beide in Albanië, zeker zouden maken. De paar foto’s van de canyons waardoorheen de boot, qua leeftijd en sfeer vergelijkbaar met The African Queen – filmklassieker met Humphrey Bogart, kijk die nou – vaart, zijn adembenemend. Er zijn al meer mensen met een camper op geweest dus moet kunnen.

Het is ook gelukt. Om er te komen, wel te verstaan. Met veel geduld, voorzichtigheid en, al zeg ik het zelf, stuurmanskunst. Polly en ik worden één tijdens dit soort ritten. De finale van de rit was een steile helling langs een stuwdam. Tegen de dam lag een prachtige geasfalteerde passage naar boven – die enkel voor de werknemers van de dam opengesteld was. Op het einde van de klim was er een onverlichte, vanzelfsprekend ook onverharde tunnel van bijna een kilometer. Overigens óók bergop lopend. Ëénbaans, wel te verstaan.
Aan het einde van de tunnel was een scheef soort onverhard plein waarop kriskras, zoals het hier hoort, tientallen auto’s op belachelijk weinig en uiterst onregelmatige ondergrond geparkeerd stonden. De camper diende precies als stop op het verkeersplein.

Linksonderaan de hindernisbaan lagen twee hellingen, min of meer aan te duiden als aanlegplaats voor veerboten. Er waren geen meerpalen, er waren wel duidelijk afgeschreven, fikse roestige boten die in de weg lagen als ze niet als aanknopingspunt gebruikt werden.

We kwamen om een uur of één in de middag aan. Het was er, behoudens alle auto’s, een oase van rust.
Dat veranderde nogal toen de eerste bootjes aankwamen. Lokale watertaxi’s volbeladen met uit de bossen ontsnapte aboriginals legden aan en laadden mensen, meel en natuurlijk meloenen uit. Een deel daarvan moest afgevoerd met taxibusjes – die vervolgens niet langs mijn camper konden omdat er in de tunnel inmiddels een Duitser met een caravan met een lekke band gestrand was. Door de auto’s om Polly heen was er geen manouvreerruimte dus iedereen wachtte noodgedwongen op de aankomst van beide ferry’s uit Fierze. Toen werd het écht leuk. Iedereen wilde tegelijk weg, sprong in zijn auto, gaf gas – maar kon nergens heen. Een busje dat mij in de weg stond en waarvan de chauffeur nog steeds niet ter plaatse was werd handmatig door een zwik balkansnorren aan de kant gezet en zo kwam er ruimte, langzaam maar zeker kon iedereen vertrekken. Duurde alles bij elkaar zo’n 2 uur.

We hebben overnacht op de parkeerplaats daar, hartelijk verwelkomd door de zongebruinde Engels beheersende dude met zoiets als een hanekam die min of meer eigenaar is van het vervallen havengebouwtje dat hij zijn huis noemt. Foutharig, haakneuzig, slungelig maar breedgeschouderd, wazige praat over Albanië en dat dat niet bestaat, aartslui en woest-aantrekkelijk. Dat vond Mary-Rose, Zuid-Afrikaanse reizigster die in Keulen werkt, drie weken geleden ook en ze is sindsdien bij hem blijven plakken. We aten allemaal samen – twee dikke Duitse buurmannen, een Albanese hippie-anarchist, zijn zwijgzame donker kijkende Montenegrijnse kompaan, Hollands Glorie (wij dus) en een Zuidafrikaanse wereldreizigster met braai-ervaring. Ze komt met Kerst bij ons eten overigens. Mario, zo heet de goddelijke havenmeester, vertelde bij navraag dat het iedere dag zo gaat. Op de parking, bedoel ik.

Goed. ’s Anderdaags op de veerboot – eitje. Eraf – minder eitje. Zie het filmpje dat op Facebook circuleert – en dat de helling en de ellende volstrekt geen recht doet. Het was bijna onmogelijk om achteruit van het ding te komen. De koppeling heeft dan ook volledig de geest gegeven. Ik kon nauwelijks nog schakelen en rijden enkel stapvoets.

Dus stapvoets naar het dichtstbijgelegen dorp. En daar heeft Albanië zich van zijn beste kant laten zien. Gestopt bij een koffietent vol donker broeierig kijkende Balkanisten. Die, zoals hier vaker gebeurt, ineens opensplijten in een daverende glimlach als je het woord tot ze richt – en vreselijk aardig blijken, ook al verstaan ze geen woord van wat je zegt. Lang verhaal kort; binnen tien minuten stond de lokale garage-eigenaar bij me, binnen een half uur was de oude koppeling eruit en zaten de garagist en ik voor een dollemansrit naar Kosovo een uur in een gammele Golf. Alwaar bij zaak nummer drie de koppeling op voorraad bleek – dollemansrit terug. Ik ben niet bang aangelegd maar heb tijdens deze ritten door de bergen overwogen dat het toch wel héél toevallig zou zijn als hij zich nou net déze keer te pletter zou rijden. Terug; half uur later nieuwe koppeling erin, rijden maar. Op zaterdag. Klaar om 19 uur. In Albanië. Op het platteland. Kosten (originele MB!) koppeling: 300 euro (in Nederland €600, ex BTW). Kosten montage, dollemansrit, tijd enzovoorts: 100 euro. Werktijd: minder dan een uur. Totale factuur inclusief fooi (ze weigerden categorisch meer aan te nemen dan 20 euro): 420 euro. Conclusie: we worden belazerd in Nederland; daar kost dit meer dan 1000 euro. En moet je vier dagen wachten voor je bij de garage terecht kunt (maak zélf online uw afspraak!). En is er geen garage open op zaterdag. En moet je een kapitaal aan leverkosten betalen.

Een paar kilometer buiten het dorp, net voor de grens met Kosovo, was een niet zo heel erg vervuilde parking met een magnifiek uitzicht op de bergen waar we overnacht hebben.

De zondag hebben we besteed aan pogingen om weg te komen uit Kosovo. Erin was geen probleem – eruit eigenlijk ook niet. We hadden, gezien de hectiek van de vorige dag, besloten om de veilige en makkelijke route óm het bergmassief noordelijk van ons te rijden in plaats van er doorheen; de wegen leken niet best en we hadden geen zin in een échte bergpas op onverharde wegen. Vandaar een fikse omweg in kilometers, waarbij als kleine bonus een half uurtje Servië, land nummer 12, ongepland op de stok gekerfd kon.
We hadden evenwel niet gerekend op de grenspolitie in Servië. Verkeer uit Kosovo wordt geboycot. Je hebt een speciaal stempel nodig. De grensovergang waar wij wilden oversteken stuurde ons terug (“you no stamp”) naar “some other border”. Kous af. Of ik ze moest omkopen weet ik niet, ik heb het maar niet geprobeerd. Omkeren via Servisch grondgebied (kerfje, geen gelul). En dus weer helemaal terug naar de bergpas die we hadden willen vermijden (en die gelukkig meeviel). Om pas om 19u30 aan te komen waar we nu zitten; verwachte aankomsttijd als we door Servië hadden gemogen was 15 uur. De Kosovaarse grensbewakers die ons weer binnenlieten bij de Servische draaipartij wilden ons nog wel even toefluisteren dat de Serbs assholes zijn.

We hebben uiteindelijk dus heel wat van Kosovo gezien. Het is me slecht bevallen, dat land. De mensen zijn nurks en nors, de sfeer is grimmig, het landschap is vervuild, vies, goor en grof. Het zou zoveel meer kunnen zijn. De natuur – als je hem tussen de troep door ziet – en de horizon met bergen en dalen – is prachtig.
De oorlog sluipt voort. Overal hangen Albanese vlaggen, er kwamen wat bruiloften voorbij waarbij opnieuw met die vlaggen gewapperd werd. Zeer provocatief. Beetje zoals in Ulster; buurtje (de Servische minderheid) pesten. Overal langs de weg zijn graven met potsierlijke heroïsche monumenten voor gevallen UCK-strijders, vol verse bloemen tussen de plastic soep eromheen. Hier en daar staat nog een huis vol kogelgaten. Naamborden met dubbele dorspaanduidingen zijn beschadigd, overal is de Servische tekst beklad. Of (recent!) beschoten. Of beide.


Goed. Morgen door Montenegro naar Kroatië en dan naar het noorden, Bosnië-Herzegovina. Hoe we precies verder gaan weet ik nog niet maar ik hou jullie op de hoogte. De wifi en 4g zijn om te janken, dus veel foto’s kan ik nog niet posten – maar dat komt goed.