donderdag 27 juli 2017

Onthutsend

Oost-Europa is geen 1500 maar wel 15000 kilometer bij ons vandaan. Ik zit nu al twee dagen in Montenegro na te denken over hoe ik in Godsnaam de reis enig recht doe.

Het is morgen een week geleden dat we Meteora verlieten. Het lijkt wel een maand. We zijn inmiddels de Grieks-Albanese, Albanees-Macedonische, Macedonisch-Kosovaraanse, Kosovaraans-Albanese en Albanees-Montenegrijnse grens overgestoken. Wachttijd bij de grenzen bij elkaar opgeteld denk ik zo’n vier uur.

Meest memorabel tot nu toe: de hoofdstad van Macedonië, Skopje. Midden in de stad ligt, tegenover het Holiday Inn hotel, een grote bewaakte parkeerplaats, een hobbelige asfaltplaat vol kuilen, die als camperplaats dienstdoet. Bij 42 graden stinkt de verderop voor de bewakers neergezette port-a-potty behoorlijk, weten we inmiddels uit ervaring. Anderzijds, midden in een stad voor 5 euro per 24 uur staan met 7 meter camper, daar mag je ook weer niet te hard over mopperen. Supermarktje met airco ertegenover – iedereen wilde steeds boodschappen doen.

Skopje is een bruisende moderne stad vol enorme standbeelden, fonteinen en/of een combinatie van beide. Mooie moderne gebouwen met een tikje oriëntaals aandoende architectuur staan soms letterlijk te flonkeren in de zon. Men is hier nogal dol op glitter en glamour. Dat resulteert onder andere in zilveren en fel koper-gouden daken. De kolossale standbeelden zijn van een Stalinistische heroïek; zwaar besnorde breedgeschouderde helden op reusachtige paarden trekken ten aanval. Of wijze bebrilde mannen met puntige baardjes zitten aan weerszijden van een kopie van de Arc de Triomphe verstandig de toekomst in te staren. Als een soort boekensteun.
Je merkt dat je niet in West-Europa bent. Om te beginnen is iedereen erg vriendelijk, wat in onze grote steden niet altijd het geval is (eigenlijk zijn alle stedelingen in onze omgeving lompe eikels, zeker tegen opzichtige toeristen zoals wij). Wij, gezin van blonde reuzen – ook de kinderen zijn groter dan alle vrouwen hier – worden nogal nagekeken. In Skopje viel het mee, tenminste buiten de Bazaar. Maar heel Macedonië, Albanië en Kosovo heeft nu nóg pijn in de nek van het omkijken.
Skopje is ook een oude prachtig versleten traditioneel Islamitische stad met smalle winkelstraatjes waar onwaarschijnlijk veel juweliertjes in gevestigd zijn die bling verkopen waar een uit de hand gelopen Amerikaanse pimp zich kapot voor zou schamen – 50 Cent zou zeggen dat je het ook kunt overdrijven. De juweliers worden afgewisseld met boetiekjes waar jurken verkocht worden die pijn aan je kiezen doen, zó zoet en zuurstokkleurig. Je zou dus verwachten dat de vrouwen rondlopen in Cinderella-jurken die blinken in de zon en volbehangen zijn  met oogverblindende schmuck – maar dat is dan toch ook weer niet zo.

Het blijkt dat we in een lokale toeristenval zitten. Zoals de mergelblokjes, parapluutjes en boterhambakjes met Groeten Uit Valkenburg horen bij onze lokale kitsch, zo hier de sieraden- en feestjurkenparade.

Eén zijstraatje verder echter kom je áchter de hoofdstraat uit. En daar wordt het leuk. Ik kocht een handgemaakte stalen barbecue voor de lieve somma van 10 euro van tegen elkaar afbiedende ijzerbewerkers. Daartussen zaten in pandjes nauwelijks groter dan Harry Potters bezemkast complete smederijtjes, we kwamen langs een bontbewerker waar de gevilde beesten gewoon buiten hingen, mét kop – Wakker Dier zou er niet blij van worden. Slagers staan halve koeien met hakbijlen te bewerken; in de etalage hangen vier volledige runderhammen, je kunt aanwijzen welk stukje je wilt.
Overal op straat zijn kleine fonteintjes waar iedereen drinkt of zich even opfrist; soms vult er een gesluierde dame een jerrycan. In de koffiehuizen en op straathoeken overal groepjes besnorde mannen die de lokale roddels doornemen. Een knots van een Grieks-Orthodoxe priester baant zich moeizaam een weg door de smalle stegen; het wordt hem niet gemakkelijk gemaakt, iedereen wil een hand en een praatje. Het ruikt overal naar houtskoolvuur en gegrild vlees, ook al is het pas half tien in de ochtend.
Boven je hoofd hangen – veel te laag – enorme bossen onontwarbare elektriciteitsdraden; zodra je omhoog kijkt zie je een horizon vol kerken en moskeeën, dwars door elkaar. Honden achtervolgen je stratenlang; ze zijn geoormerkt maar duidelijk van niemand, bij winkels worden ze weggejaagd. Ze zoeken bescherming bij grote blonde alfamannetjes – ik had er op een gegeven moment drie die wel een half uur met me meeliepen. Ze worden niet geschopt door de winkeliers als ze met een toerist meelopen, is mijn theorie.

En dan moet de bazaar nog komen. Alsof je het Midden-Oosten binnenwandelt. Kunstige bergjes veelkleurige gemalen kruiden, paprika’s in alle soorten en maten, komkommers manshoog opgestapeld. Manden, potten, pannen, kisten, dozen, knopen, stoffen – van glitter tot tapijtdik – planten, bloemen, kleden, garens en touw. Zó dicht bij elkaar dat ertussen lopen een kunst op zichzelf is. Met soms steels kijkende, dan weer breeduit (tandeloos) glimlachende verkopers in alle leeftijden. Niemand die je probeert iets op te dringen, enkel mensen die blij zijn wanneer je wat belangstelling hebt voor ze. Die trots gaan staan kijken als je een foto maakt.
Niemand verstaat je, niemand spreekt iets anders dan de lokale taal in de Bazaar. Dat in tegenstelling tot de rest van de stad en Macedonië; Engels en Duits, rudimentair, maar ze verstaan je en je kunt iets van gedachten uitwisselen.         

Nou wist ik niet waar ik moest beginnen met dit blog en nu weet ik weer niet waar ik moet stoppen.

Meloenen dan. Wie moet in Godsnaam al die meloenen opeten? In Griekenland, Macedonië en Kosovo kun je geen vijf meter rijden zonder dat er aan weerszijden van wat ze hier straten noemen een kraampje is met een onwaarschijnlijke hoeveelheid enorme watermeloenen. Maar dan écht veel. Zo groot als een rond krat bier, bij gebrek aan een beter beeld. Twee keer zo hoog gestapeld als de kinderen die erbij staan om ze te verkopen. Kosten tussen de 10 en 20 eurocent per kilo. We hebben er één gekocht – vijf kilo meloen, een kleintje dus, voor 85 eurocent. Na een week met zijn vieren meloen eten de resterende helft weggegooid.

Over die wegen gesproken. Mocht ik over de wegen in het zuidoosten van de Verenigde Staten geklaagd hebben 6 jaar geleden, bij deze een welgemeend excuus aan die paradijselijke bestrating.
Het belangrijkste kenmerk van de wegen hier is het gebrek aan rand. Er zit geen gedefinieerd begin aan de zijkanten. Dat leidt ertoe dat iedereen overal – ver van die rand, richting midden – parkeert. Liefst dubbel. Het betekent ook dat je dus best een kraampje deels op de weg kunt zetten, dat auto’s daardoor allemaal in het midden gaan rijden – van beide kanten dus – en dat er met ware doodsverachting wordt geprobeerd je om zeep te helpen. Meermaals. Per uur. Deze mensen sterven met een buik vol meloen bij de bosjes op de wegen hier, dat kan niet anders. Werkelijk suicidale waanzin, niemand geeft voetgangers op zebra’s voorrang, laat een ander invoegen en de claxon wordt heus meer gebruikt dan het knipperlicht.

Nog zoiets. Het is pas 17 jaar geleden dat in deze streken de vrede uitbrak en alle etnische groepen de wapens neergelegd hebben na wat een buitengewoon wreed en bloederig conflict was, een ouderwetse stammenoorlog. Geloof, afkomst, taal, alles was een reden om op de ander te schieten. Mijn land moet gezuiverd van (vink hier aan) Albanezen, Moslims, Bosniërs, Serven, Kroaten, Christenen, ik ben trots op mijn (streep hier door) afkomst / geloof / beide.
In deze werkelijk verpletterend mooie landen, dunbevolkt, met uitgestrekte natuurgebieden – groot genoeg om weer wolven en beren tegen te komen tegenwoordig – die hun weerga qua schoonheid en variatie niet kennen in Europa – is tot de dood gestreden om lapjes grond. Nu heeft iedereen min of meer het lapje dat hij wil, met daarop de populatie zoals hij vindt dat die eruit moet zien. Vandaar vrede.
Wil iemand mij nu eens uitleggen waarom ze vervolgens zo’n achterlijke teringzooi maken van hun natuur? Het is werkelijk om te janken. Ik heb op een populaire picknickplek een vrouw haar baby zien verschonen en haar vervolgens achteloos de Pamper in de struiken te zien flikkeren (wegwerpluier). Bespottelijke bergen plastic zwerfafval echt overal – de mooiste plekjes waar je maar even kunt stoppen met de auto liggen werkelijk bedolven onder een dikke laag troep.

Ik sprak in Kosovo een Franssprekende aboriginal; hij werkt in Brussel en was op vakantie. Hij noemde het ”Pas de education culturel ici” en ergerde zich er tegenwoordig ook aan; nog maar drie jaar geleden, toen hij uit Kosovo vertrok, was het hem nooit opgevallen. En toen was het ook al een zootje.

Prizren is de tweede stad van Kosovo. Het land Kosovo is nog door veel landen niet erkend maar in feite wel een zelfstandige staat; het wordt nog steeds bewaakt door veiligheidstroepen van de Europese Unie, KFOR. We hebben er geluncht. Weinig militair vertoon – maar ze zijn er wel, helikoptertje hier, jeepje daar. Aardige mensen, mooi weer, lijkt weinig bijzonders. Tot je je realiseert dat werkelijk elk gebouw met enige culturele verbinding dan wel religieuze waarde nog maar 15 jaar geleden met de grond gelijk gemaakt is geweest en alles er nu weer staat alsof er nooit wat gebeurd is.De dakbedekking is opvallend nieuw, dat is alles.


Goed. We hebben nu drie dagen zitten bijkomen op een camping in Ulcinj, Montenegro. De wifi is k#t, de stroom 16 ampére (dat is goed) maar slechts 190 volt (dat is niet zo goed). Waarom in Montenegro? Voor wie nog een plan zoekt voor “Ik Vertrek”: er zijn geen - ik herhaal géén – campings te vinden in Albanië en Kosovo. In Macedonië, bij de grote meren, zitten er een paar maar ook daarvoor geldt dat je goed moet zoeken. Vandaar dat we vanuit Kosovo via Albanië naar Montenegro zijn gereden; morgen gaan we terug naar Albanië om in de boot te nemen in Komani, een rivierferry waar we met de camper op kunnen en die vier uur door canyons vaart op weg naar Fierze. Vanuit Fierze rijden we via Kosovo weer de Albanese Alpen in om daarna definitief (opnieuw via Montenegro) door te gaan richting Kroatië – Dubrovnik, misschien Sarajevo, Split. Die Albanese Alpen, dat schijnt heel wat te wezen. Ik hou jullie op de hoogte.

zaterdag 22 juli 2017

Cash Driven Economy

De afgelopen jaren schijnt het met Griekenland niet goed gegaan te zijn. En dat kun je zien. Zowel de oorzaken als de gevolgen van financieel geknoei zie je overal.
Je hebt hier vaak geen fluit aan je creditcard. Bijna overal wil men cash. Campings, wegrestaurantjes, supermarkten - cash only. De tolhokjes op de snelweg (!): cash only. De situatie waarbij je van een camping gestuurd wordt naar de (enige, vrijwel onvindbare) pinautomaat in het dorp om contant geld op te halen is heel gewoon. Het wordt evenwel bespottelijk als je dan met je euro-briefjes terug komt om 86 euro af te rekenen en ze doodleuk geen wisselgeld blijken te hebben.

Je kunt je gevoeglijk voorstellen wat deze cash-fratsen voor gevolgen hebben. Er doet hier een onmogelijke bult zwart geld de ronde; het personeel wordt zwart betaald, de rekeningen van leveranciers worden zwart betaald, die betalen hun medewerkers ook weer zwart - er wordt hier gewoon geen belasting betaald. Facturen - als je ze al krijgt - zijn kopieloze vodjes met een bedrag erop maar niet de geleverde dienst. De tolpoort registreert niets; ik betaal met mijn camper 6 euro, een auto 2 euro. Dit wordt vastgesteld met een draaibare stang op 2 meter 70 hoogte.  Of de mevrouw in het hokje niet per ongeluk 4 euro achteroverdrukt? Ik heb geen idee. Ik snap niet hoe het wordt geregistreerd. Correctie - ik snap vooral wel dát het niet wordt geregistreerd.
Wat ook verontrustend is en zeer opvallend is het totale gebrek aan verkeer op de snelwegen. Volledig leeg. Wellicht hebben de loslopende beren en wolven - ja heus - hier iets mee te maken maar ik vrees dat het gebrek aan handel de belangrijkste reden is. Er is geen vrachtwagen te bekennen, geen koeriersbusje haalt je met een noodvaart in, geen afgeragde bouwvakkers-bestelauto op het asfalt, nada, niente, nichts, niemand da. 

De gevolgen van de crisis zijn dan ook zichtbaar. Grote, nieuwe betonnen skeletten van gebouwen staan overal tussendoor - de bouw is stopgelegd. Soms is de begane grond afgebouwd en zit er een blinkende autodealer met een ruwbouwflat op zijn rug in het pand. Onvoltooide wegen en bruggen, werkzaamheden waar al duidelijk jaren niemand meer iets gewerkzaamd heeft. Je ziet het overal.

Er rijden veel echt afgeragde oude auto's rond, met reutelende rokende motoren, evident toe aan het kerkhof. De campings en toeristische attracties zijn niet vol, al is het hoogseizoen en hebben de Grieken zelf ook vakantie; wel vrij, geen geld.
Dat gezegd hebbende, de Grieken laten zich niet kennen. Vrolijk, vriendelijk, met bewonderenswaardig veel basaal behoorlijk Engels sprekende horeca- en recreatiemedewerkers, ze laten zich van hun beste kant zien hier. Er wordt overal muziek gemaakt, wat bijzonder sfeerverhogend werkt. Het ruikt overal naar houtskoolvuur waarvan souvlakis's komen om je fikken bij op te eten. Het noorden van Griekenland is prachtig en betrekkelijk weinig bezocht, gevarieerd berglandschap; Meteora doet niet onder voor Monument Valley, alleen kleiner. Dat trekt volk; het gezelschap is gemêleerd. Polen, Duitsers (natuurlijk), Nederlanders, Britten, veel Fransen, Italianen, Bulgaren, Denen - de toch zeer forse afstand naar het vasteland van Griekenland vanuit veel van die landen, veelal met caravan, blijkt overkomelijk.

En terecht. Vanuit Meteora zijn we naar Kastoria gereisd. Kastoria ligt aan een meer, verrassend genoeg het meer van Kastoria. De route door noord-Griekenland is adembenemend, te meer door de eenzaamheid op de weg en de terugkerende borden die waarschuwen voor overstekende beren - en later voor beren en wolven. De meren zijn blauwer dan je wil geloven, het hoge riet aan de rand van de enorme meren op de grens van Griekenland, Albanië en Macedonië is helgroen. Dat maakt de overgang van de hellingen - grijs, maar ook regelmatig rood gesteente - de oever en het water spectaculair.  De bergen liggen op afstand van de meren in het dal; dat schept een gevoel van grootsheid en maakt je nederig. Het landschap van Albanië is stoffig, iedereen zwaait in dit afgelegen deel van Europa naar die halve gare toeristen in hun grote witte auto. Je passeert de ene door ezels of kleine paarden getrokken kar na de andere; de wegen veranderen van het ene moment op het andere van een redelijke asfaltweg in een hobbelig onverhard karrenspoor. 

Gisteren dus Kastoria. Een havenstadje aan een binnenmeer, druipend van historie en geen plaats van belang qua toerisme. Geweldig. Gekampeerd bij het lokale nonnenklooster, pal aan het meer, bijdrage vrijwillig. Hurk-WC: check. Bronwater: check. Faciliteiten: continue amusement (de natuur (kruipend, stekend, baltsend, kriebelend, schreeuwend) & locals (joggend, fietsend, vissend, hangend). De natuur bestaat uit heel veel verschillende mooie vogels (waaronder een pelikaan!), waterslangen - heus, heb foto - enorme libelles en een verrekte tamme waterwezel. En nee, ik wist ook niet dat die bestonden. En ja, er zijn foto's. En die vissers! Hier wordt zoetwatervissen nog serieus genomen. De wegen zijn kut, 4G bestaat niet maar we hebben wel vier hengels met digitale beetverklikkers om vissen die naar zand smaken te vangen. 

We zijn vandaag (kort, doorreis) in Albanië geweest. De geografie van dit deel van Europa en het gebrek aan wegen maakt rare sprongen noodzakelijk. Nu zijn we in Macedonië; volgende week ook weer. We zigzaggen door de landen - morgen gaan we terug naar Albanië; het voorproefje van vandaag heeft me blij gemaakt. De reis naar Ohrid (Macedonië), gelegen aan het meer van Ohrid was hobbelig maar de moeite waard. Glashelder warm water in het meer, eindeloos doorlopend en omdat het heiig was zonder rand tussen water en lucht. We staan nu op een kleine camping die geen drol kost. Macedonië is sowieso spotgoedkoop, diesel 80 cent. Ohrid is een mooie plaats maar rete-toeristisch. Ik word altijd een beetje treurig van dat soort plaatsjes. De liefde is eruit. De smalle steegjes van het oude havenkwartier zijn fraai maar niet ontwikkeld; het is er een rommeltje. Het is het mooiste deel van de stad maar het wordt verwaarloosd. Dat is naar en pijnlijk en vooral overbodig, in Carcassonne laten ze zien hoe historie, commercie en toerisme samen kunnen gaan. 

Okee. Dat lijkt me wel genoeg. Ik onthoud jullie nu het gesprek met Petra en James, de Nederlands-Britse combi die per campervan door Zuidoost Europa trekt - hij 70, derde huwelijk, oud scherpschutter van de Special Forces die in Libanon, Afghanistan en Ierland in de frontlinie lag en zij, 25 jaar jonger en al 20 jaar bij deze man - alles achtergelaten als onderwijzeres tijdens een vakantie in de woestijn om bij die man te blijven. Ik ga ook niet uitweiden over de douaneperikelen hier - dat komt wellicht nog, we gaan nog een paar keer de EU in en uit. 

Tot gauw. 






dinsdag 18 juli 2017

Zuid-Europese toestanden

Veerboten zijn hogedrukketels van de lokale cultuur. De douane in Frankrijk, op weg naar het Verenigd Koninkrijk, is een goed voorbeeld – zo onbeschoft en ongeïnteresseerd mogelijk op je klanten reageren is daar het devies. Ook het personeel van de ferry zelf is aan de Franse zijde op zijn zachtst gezegd weinig vriendelijk. Dat maakt de warme beleefdheid van de Britse medewerkers des te opvallender. Bij dat contrast voelen beide helften zich blijkbaar het prettigst, in al de jaren dat ik er gebruik van maak heb ik daar nooit enige verandering in waargenomen.

De veerboot van Ancona naar Igoumenitsa is een aanbevelenswaardige belevenis. Twee zuid-Europese culturen lopen daar door elkaar heen. En niet de minste; de Romeinen en de Spartanen zijn samen verantwoordelijk voor het ordentelijk uit- en inschepen van de grootste veerboten van Europa. Twee keer per dag. Wij mochten mee op de Cruise Olympia.

De chaos en onbegrijpelijke puinhoop die dit met zich meebrengt – twee keer per dag – is met geen pen te beschrijven. Uit de buik van het monster komen onmogelijke hoeveelheden vrachtauto’s, campers, personenauto’s – met of zonder caravan- maar ook, en dat was nieuw, voetpassagiers. En niet een paar.

De eerste vrachtauto’s komen achteruit – jawel, áchteruit – van het schip. Hierna volgt een pandemonium van voertuigen. Nou kennen we dat wel. Wat nieuw is, is de onregelmatigheid waarmee dat gebeurt. Na minutenlang vrachtwagens te hebben uitgebraakt volgen er minuten waarin niets lijkt plaats te vinden. Er gaat een streep auto’s aan boord – mooi, we gaan inschepen. Hé, daar moet een auto terug. Want er komt ineens een vrachtwagen van het schip. En twaalf campers. Tegelijk met honderd voetgangers volgehangen met bagage – maar daarover later meer. Dwars door elkaar wordt er in- en uitgescheept, over twee smalle banen die dan weer beide in gebruik zijn voor uitrijdende voertuigen en dan weer beurtelings door – nou ja u snapt het wel.

Wij waren vroeg ter plaatse. Inchecken in de haven bij de balie – alles wat je je voorstelt bij een zweterig stinkend havenkantoor vol opgefokte zuid-Europeanen die met handen, voeten, gebaar en mimiek hun persoonlijke leed trachtten over te brengen- het was er. Wat ik er van begreep is het de gewoonte om zo goedkoop mogelijk te boeken – dekplaatsen dus – en dan op het laatste moment te upgraden naar cabines, die er voor een paar centen uit gaan als ze niet vooraf geboekt zijn. Er werd dus bijna gevochten om als eerste bij de – overigens behoorlijk onverstoorbare – baliemedewerkers te geraken. Vette pech; alles volgeboekt, geen hutten beschikbaar. Theater eerste klas volgde hierop – je verwacht toch niet dat ik met mijn bloedjes op het dek ga slapen? Enzovoorts. Daar kwam de reden van de onverstoorbaarheid der medewerkers tevoorschijn – vaker met dit bijltje gehakt. Sorry but sorry.
Door mijn jongste dochter slim in een andere rij te posteren – niet geheel naar haar zin – kon ik de drammert vóór mij rechts inhalen. De borende blikken der Mediterranen achter mij negerend heb ik mijn voucher ingeleverd en stond ik, na drie kwartier wachten, binnen vijf minuten weer buiten. Immers wél gereserveerd. Bovendien ben ik hier een reus, iedereen is kleiner dan ik.

Aan boord komen was evenmin eenvoudig. Het schip vaart niet alleen naar Igoumenitsa maar daarna verder naar Patras – wat meebrengt dat slim stapelen der voertuigen wellicht goed rendeert. De Igoumenitsa’s moeten er als eerste uit dus ook als eerste in; in het schip namelijk draai je op het eind tot je weer (bijna) naar buiten rijdt.

Mooi niet. Een ondoorgrondelijk systeem plaatste ons, als vroegkomers, hoopgevend dicht bij het schip, met uitzicht op de ingang. Waarna we als laatsten het schip in mochten, naar een apart dekje voor Igoumenitsa. Dwars geparkeerde, achteruit ingestoken, op millimeters van elkaar staande voertuigen.

O ja, de twee uur vertraging die bij het inchecken werden aangekondigd werden er drie.
Op het schip gaat de chaos doodleuk door. De mensen zonder cabine – onwaarschijnlijk veel, de inspecteur voor veiligheid in Nederland zou een acute hartverzakking krijgen – gaan in de gangen en hallen van het schip hun kampement opslaan. Luchtbedden, slaapzakken, tentjes – ja echt – worden in hoeken geplaatst. En achtergelaten – er moet gerookt worden en dat mag alleen aan dek, Godzijdank. Ie-der-een rookt. En niet af en toe een sigaret. Onafgebroken paffend, etend, drinkend, bier zwelgend, zwetend – want heet en weinig ruimte – en derhalve stinkend golft de volgetatoeëerde massa om je heen. Zeshonderdrieentwintig talen, dialecten, varianten – allemaal onverstaanbaar. En allemaal zo luid mogelijk. En – onvermijdelijk - Duits natuurlijk.

De verbindingsgangen in het middenschip – dus tussen de stuurboord- en bakboordgang, vluchtgangen waaraan geen hutten gelegen zijn- liggen vol met gezinnen die de doorgang volledig barricaderen. Daar zie je de voetgangers volbehangen met bagage. Koelboxen, rugzakken, picknick-kleedjes, kinderbedjes, luchtbedden, maxicosi’s, koffers, sporttassen, kinderwagens – hier en daar een hond. Ik zag een wasrekje staan met sokken en kinderkleding.

Op het dek is het niet anders. Het zwembad staat droog. Een gammel net moet verhinderen dat mensen (niet iedereen is volledig nuchter hier) in het diepste deel lazeren – toch zo’n 2 meter diepe betonnen bak. Mensen in mummieslaapzakken liggen om zeven uur ’s avonds bij gebrek aan geld en activiteiten al bij bosjes tegen elkaar gekropen een poging te doen om te slapen. Verderop een stel (Bosnische?) hippies met een gitaar luidkeels “Whe Shall Overcome” blèrend tegenover een chagrijnig stel met een héél klein baby’tje- in de wind, terwijl de spray van de zee al langzaam het beddengoed genadeloos aan het doorweken is. En dan moet het nog donker worden. Terwijl er maar een klein stukje verderop een stel halve zolen met een gelukkig gemuilkorfde enorme vechthond liep te worstelen – nauwelijks onder controle, dat beest.

Dan maar naar de Elite Lounge – een iets té efficiënt met airco bewerkte ruimte (gewoon koud dus) met een piepklein podium waarop een sneue artiest Wish You Were Here met een bandje – ik bedoel dus een cassettebandje -  als begeleiding zat aan te randen. Het zou mij niets verbazen als de arme man na zijn set pardoes over de reling van de Cruise Olympia is gestapt. Wat een treurigheid.

De hut daarentegen was comfortabel en ruim, we hadden drie bedden geboekt en kregen er vier – het meegebrachte luchtbedje en de slaapzak waren overbodig. Daar bijna alle toiletten aan boord defect waren – en de wachtrijen voor de nog wél functionele en waarschijnlijk buitengewoon onfrisse sanitaire faciliteiten ellenlang waren – waren we zeer verheugd over ons eigen pleetje en de comfortabele douche.



Ontschepen ging overigens verrassend vlot en van de camping hebben jullie al een fotootje of wat gezien. Morgen begint het echte werk. Op naar Meteora, dan richting Albanië. Tot ooit. 

vrijdag 14 juli 2017

Europa in een maand: 30 uur onderweg

Soms zijn de dagen voller dan past. Je rijdt in één keer van Sittard naar de Gotthardpas, één dag voordat de vakanties beginnen. Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland; appeltje eitje.
Een geweldige, vlakke parking op de helling van de zuidkant van de Gotthardpas completeert de dag. 775 kilometer in net iets meer dan 10 uur, file (tje), grenzen en pauzes inbegrepen. Subliem. Geen gendarme of Autobahnpolizei om roet in het eten te gooien, Polly snort vrolijk door – zolang je haar maar voedt met een liter diesel per 7 kilometer is ze blij. Doodop maar tevreden op 1950 meter in slaap gedonderd. Over de helft al, wat een mazzel. De dag had eigenlijk niet mooier kunnen lopen, werkelijk álles verliep volgens plan. Zelfs de goedkope benzinepomp vóór de Zwitserse grens werd per ongeluk meteen gevonden.

Het had een waarschuwing moeten zijn. Italië heeft wraak genomen. Namens de rest van de EU. Bergaf rollend – steenkoude start en meteen remmen op de motor – even de stuipen op het lijf maar dat bleek een niksaandehandje. Opgelucht dat de witte rook uit de uitlaat toch echt wegging toen de motor warm werd trokken wij vrolijk fluitend het wonderschone Italië binnen. Stapvoets over de grens viel mij enig gehobbel op. Dat kwam ons allemaal verdacht bekend voor, dat gehobbel. Nog geen jaar geleden leidde dat een enorme klapband in. Het gezin was het snel en collectief eens over de onwenselijkheid van een herhaling zulks. We zouden dus stoppen op een camping en ik zou de banden onderzoeken. Na een korte woordenwisseling tussen mijn echtgenote en een Italiaanse campinguitbater – de laatste verloor, vanzelfsprekend – werd besloten nog wat verder te kijken en onderwijl de lokale kwikfit te bezoeken. Op een pleintje – ondertussen 13 uur, heetst van de dag – krikte ik Polly op om de banden te inspecteren. Linksvoor – daar lag hetzelfde type band als het probleemkind van vorig jaar-  bleek een aneurysma van nu nog acceptabele omvang te zitten.
Voorzichtig industrieterreinen afstruinend vonden we – eerlijk is eerlijk, vrij vlot -  een bandenboer die nog een tweedehands slofje had liggen. Vijftig euro armer (bon? Welke bon?) en blij dat dat gefikst was, verder. Nog even tanken.

In dit criminele derdewereldland evenwel moet je zelfs bij een op zich onschuldige tankbeurt bedacht zijn op maffia-praktijken. De pomp waar we diesel aanschaften was heel behulpzaam; je tank werd volgegooid, en dat voor maar 1 euro 27 per liter! Verheugd wapperend met mijn flexibele vriend bleek ik echter 1 euro 64 per liter te moeten afrekenen – “servicekosten”. Op 70 liter werd ik dus ouderwets bijna ACHTENTWINTIG euro getild omdat ik niet zelf gevuld had. Fuckers.

Daarover namopperend – een mens kan maar zóveel stress op een dag hebben – kwamen we bij een wegversmalling. Achter de rest van het verkeer aan doorrollend – heus langzaam – bleken de stalen blokken waaruit de versmalling bestond wel erg dicht op elkaar geplaatst en heb ik de rechterzijde van Polly (het cosmetische en niet het technische deel) aardig aangerand. Ondertussen is de camper nu in een optisch dermate treurige toestand dat verkopen geen haalbaar plan meer is. Mooi, dat waren we toch al niet van plan. Gefikst. Met Duct-tape. If You Can’t Fix It With Duct-Tape, You Didn’t Use Enough Duct-tape.


Dertig uur onderweg en ik zit dit te schrijven. We gaan bijna 30 dagen. Hou je maar vast.

zaterdag 20 mei 2017

Grijze Generaals op hobbelpaarden

Bejaarden, zo blijkt, zijn net echte mensen. Wij, nu beide 50 (+), migreren, genadeloos gedwongen door de tijd, langzaam naar de volgende generatie. We hebben dan ook besloten om de open dagen van deze populatie eens te bezoeken.

Voor de mensen die van caravans houden, die er eentje hebben en/of een gevoelige ziel met betrekking tot deze onfrisse aanhangwagencultuur hebben: niet verder lezen. Ik smeek u. Doe nou maar niet.

Met drie, steeds langer wordende, vrije weekenden dit voorjaar in het vooruitzicht en een camper in de stalling hebben we eens nagedacht wat je nou nog meer met zo'n ding kan. De oplossing van dit vraagstuk blijkt simpeler dan je zou denken. Je kunt namelijk gewoon onze coole wereldveroveraar, in ieder geval tijdelijk,  dienst laten doen als caravan. Ik heb wat moeite met het schrijven van dit woord; caravans zijn, in mijn ogen, een werktuig van de duivel. Ontworpen om alle mobiliteit, vrijheid, vaart en spontaniteit uit je vakantie te zuigen; het woord sleurhut is een compliment, het is eigenlijk beter te spreken van een witte voordoodskist.

Maar goed, even terug. We hebben dus ons beest, onze Polly Dipsie, voor drie-en-een-halve week op een camping gestald zodat we de luxe HePi-weekenden er gemakkelijk even uit kunnen. Naar de Camping. Het verschil met onze andere trips is terug te brengen tot het ontbreken van één voorzetsel. Op. Het verschil tussen "er even uit kunnen" en "even er OP uit kunnen" is het verschil tussen een camper en een kereven. Je gaat Naar de Caravan; je gaat Met De Camper.

Op zoek naar een keurige bejaardenopslagplaats in de nabijheid van onze woning kwamen we uit op mijn geboortestreek, het diepe zuiden, zo tussen Vaals en Maastricht. Enkele aanbieders spraken nauwelijks Nederlands - wat in deze contreien, neem dat maar van mij aan, in het geheel niet ongebruikelijk is. Die vielen dan ook af. Anderen waren niet geïnteresseerd in passanten en hadden enkel seizoensplaatsen - 6 maanden per jaar naar de hel, je moet het maar leuk vinden.  Weer anderen beschikten enkel over een put en een waterpomp en/of snapten de vraag niet wanneer er over wifi werd gesproken. Jammer, maar helaas.

In Epen lag een minicamping met de naam Gulikers. Het zien van die naam veroorzaakte een flashback, in een oogwenk reisde ik bijna veertig jaar terug in de tijd.
In 1978, het allereerste jaar van mijn langdurige en uiterst moeizame middelbare school-carrière, zat ik, nog in Vaals, op het Sophianum. Brugklas HAVO-VWO. Ik was elf, tot 6 november van dat jaar, en het enige wat me interesseerde was of ik een nieuwe Big Jim pop voor mijn verjaardag zou krijgen. Dat het geen instant succes was, school en ik, was evident.

Naast mij zat een, eveneens verdwaalde, vanuit mijn blikveld twee meter dertig lange, breedgeschouderde en continue geschrokken kijkende reus. Handen als kolenschoppen en altijd in overall. Natuurlijk was dat niet zo, maar hij liep en keek wel alsof hij een overall aan had. Zijn handen waren, als gezegd, enorm; zijn toch evenmin kleine lunchbox met twaalf boterhammen leek op een lucifersdoosje als hij het vasthield. In een vlaag van liefde en poëzie (en wellicht enige verstandsverbijstering) hadden zijn ouders besloten deze aardmens Dieudonné, door God gegeven, te noemen.

Deze uit Epen afkomstige reusachtige boerenzoon was mijn buurman en lotgenoot. We begrepen elkaars verbijstering en desoriëntatie zonder er woorden aan vuil te maken. We hadden het geweldig naar de zin; iets té, binnen de kortste keren zaten we helemaal vooraan, onder de neus van de leraar, om te redden wat er te redden viel. Dat mislukte jammerlijk; na de brugklas ging ik nóg een keer naar de brugklas en Dieudonné zat in een vloek en een zucht op de MAVO. Nooit meer wat van gehoord.

Ik belde en mailde met minicamping Gulikers en we kwamen tot een vergelijk. In mijn laatste mail vroeg ik of ze toevallig familie van Dieudonné waren, dat we ooit nog klasgenoten waren.
Per omkerende mail - ook Epen zit in de 21e eeuw - reageerde Dieudonné. Hij was de gelukkige eigenaar van het boerenbedrijf met de minicamping. De wereld is klein, zeker in Epen. Gisteren bij aankomst zag ik hem. Daadwerkelijk dik twee meter, met handen die zonder enige moeite het middel van zijn vrouw zouden omvatten, goddelijk gebruind van het buiten werken, knap en sterk, zijn 50 jaar niet aan te zien. En dolblij me te zien. Volmaakt op zijn plaats in de wereld,  120 koeien en een minicamping. Paarden heeft hij niet. Die gaan hier in het zoervleisj.

Terug naar de kerevens. De hele minicamping is van dat ongedierte vergeven. Lelijke witte gezwellen ontsieren de verder zeer fraaie omgeving. Ze staan allemaal keurig recht op een rijtje.
Als ik ergens aankom is het enige recht dat me boeit het waterpas-recht; dan vallen de gehaktballen niet uit de pan en de kinderen niet uit bed.

Kerevens echter moeten ook recht ten opzichte van elkaar en de wereld  staan. Anders ziet het er niet uit, immers. De aankomst van een nieuwe kereven is dan ook een heel spektakel; er wordt continue vanuit ooghoeken gegluurd naar de stand van de kereven van de buren. Vóórdat het ding goed staat is er enkele keren door de grijze bijrijdster en de eveneens grijze bestuurder uitgebreid geëvalueerd.
Na alle gemanoeuvreer is het strakke camping-grastapijt door het debiele kleine voorwieltje grondig omgeploegd en kunnen er aardappels gepoot maar alla, het ding staat.
De ergste kerevens hebben een mover, een treurige poging om van een kereven een camper te maken. Met een afstandsbediening waar een professionele drone-piloot jaloers op zou zijn, wordt er middels deze externe elektromotor draadloos getuft met de witte doodskist tot het ding op zijn plek staat.
Het allernieuwste en mogelijk allerergste is dat ik onlangs zo'n mover in camouflagekleuren zag met een rupsband. Heus.

Alle kerevens hebben een voortent. Deze staan allen strak en stoïcijns voor zich uit te staan. Het opzetten van het ding is een middag werk. Zeker als het zo strak als een te klein badpak moet. En dat moet. Zo'n voortent is ongeveer even sfeervol als een gemeentehuis uit 1973. In Roemenië.
In die voortent staan stoelen en een tafel die meestal duurder zijn dan de eethoek die ik thuis heb. Strak opgesteld; de designpolitie mocht eens een inval doen. Het tafelkleedje past overigens precies bij de gordijnen van de voortent. Frisgewassen natuurlijk. Met een boel geel erin. Heppiedepeppie paaskleurtjes, het hele jaar door.

Mijn persoonlijke kereven hoogtepunt / dieptepunt is het schaamdoekje. Er worden een soort van beflapjes voor de wielen van de kereven gehangen zodat de zon geen schade aan het rubber van de banden aanricht. Dat kan namelijk (schijnt) als het ding langdurig stilstaat. Koop goddomme een huisje dan! Van mijn part een sta-caravan op poten! Die wielen hebben een reden!

Het bejaarde schorriemorrie dat zich op deze verwerpelijke manier door het leven worstelt heeft om onduidelijke redenen een vast ritme in het leven gebracht. Men staat op tijd op en probeert iedere dag zo veel mogelijk op de vorige en de volgende te laten lijken. De momenten van douchen, afwassen, boodschapje doen, stukje fietsen (ze hebben állemaal fietsen bij zich), poepen; er zijn onuitgesproken regels die dit alles in goede banen leiden. De mannen lappen bijvoorbeeld de ramen van de kereven, iets dat ze thuis met de échte ramen niet in hun hoofd zouden halen. Terwijl moeder / oma de vrouw piepers jast in de voortent gaat (o)pa druk in de weer met een lapje op de perspex ruiten van de witte doodskist.

Bij elke kereven staat een afgrijselijke burgerbak-auto, vaak nog met de sticker "trekauto van het jaar 2011" schoon en leesbaar op de achterruit. Op de trekhaken zitten al lang geen kapotte tennisballen meer maar een helder wit dopje, speciaal voor dit doel aangeschaft.

Dieudonné heeft de situatie goed ingeschat. Hij heeft ons, enigen met een camper, vér boven het grijze gespuis gezet op de hoogste plek van deze terrassen-camping. Onze zes meter hoge vlaggenmast (ja, écht) wappert fier, vér boven alle pre-dementieel gekrioel.  Mdet de vlag van de jeugd en de toekomst. De blauwe vlag van de Europese unie, vanzelfsprekend.

maandag 15 mei 2017

Balkan en Adriatische kust - voorpret & klapperknieën

Emma twijfelde dit jaar ernstig of ze in de zomervakantie nog wel drie weken met ons mee wilde. Dat is lang, geen tijd voor mijn vriendinnen enzovoort. Dus heb ik er vier weken van gemaakt. En een beetje. De aanval is de beste verdediging; in plaats van het geplande, wat ongeïnspireerde rondje Frankrijk-Italië, had ik een tegenvoorstel. Griekenland. Met de camper. En dan naar huis. Theoretisch kunnen we zo'n 22 landen doorkruisen op deze trip. Nou ja, trip, dit mag toch wel met recht een avontuur en een reis genoemd worden. Vertrek op vrijdag, aankomst Griekenland maandagochtend 10 uur 30. De wonderen van het moderne verkeer. Eerst in drie dagen naar Ancona, Italië - zo'n 1300 kilometer - om zondagmiddag in te schepen op de Cruise Olympia

Scheepsdetails, voor de liefhebber, hier:

http://www.marinetraffic.com/en/ais/details/ships/shipid:280629/mmsi:247286700/imo:9351505/vessel:CRUISE_OLYMPIA




Het onder Italiaanse vlag varende monster is bijna een kwart kilometer lang en heeft een kruissnelheid van 26 knopen, 48,15 kilometer per uur (!). 

CRUISE OLYMPIA
Deze 7 jaar oude RoRo, Roll-On-Roll-Off Ferry, zal ons comfortabel pruttelend over 800 kilometer immer rustige en in juli vast aangename Adriatische zee brengen naar Igoumenitsa, een belangrijke - maar niet zo grote, met 25000 inwoners -  havenstad in het noordwesten van het vasteland van Griekenland. De streek heet Thesprotia. In Igoumenitsa is een archeologisch museum. Verder is er geen flikker te beleven. De watertemperatuur van de Middellandse Zee ter plaatse, evenwel, is in juli zo'n 24 graden dus er is wel wat vertier te bedenken. We zullen wel een dagje of twee acclimatiseren op één van de vier campings langs het strand, binnen 14 kilometer van de aanlegsteiger van de Ferry. 

Igoumenitsa ligt zo'n 30 kilometer van de grens met Albanië, het minst bezochte en meest tot mijn verbeelding sprekende land van deze reis. Daar gaan we echter niet meteen naar toe. Eerst een tijdje rondhangen in Griekenland, iets meer naar het binnenland ligt een prachtig natuurreservaat. Door die route zullen we waarschijnlijk eerst Macedonië aandoen vóórdat we Albanië binnenrijden. 

Ik heb jullie nogal in de steek gelaten in de voorbije weken; ik heb heel egoïstisch maar één blog geschreven in Cornwall. Dat spijt me (nee hoor, dat spijt me helemaal niks). Gezien de te verwachten vloedgolf aan gebeurtenissen en ervaringen die we tijdens deze reis zullen meemaken, ben ik evenwel van zins om regelmatig te schrijven, wifi of niet. De lezer dezes mag dan ook rekenen op onregelmatige maar frequente updates, al was het maar dat er iets van een dagboek is waar we later zelf nog eens in kunnen lezen.

Ik weet niet waar de voorbereidingen moeten beginnen, het is een immense onderneming. Veel van de landen die we doorkruisen zijn geen lid van de Europese Unie. Ze hebben hun eigen munt, dus het is zaak om ervoor te zorgen dat ik niet met een kapitaal aan kleurrijke maar volstrekt incourante contanten thuiskom. De reisgidsen geven een weinig rooskleurig beeld van de taalbeheersing van de Aboriginals daar. Ze spreken diverse varianten van Servokroagriekcyrillisch-Albanees maar met mijn Nederlands, Duits, Engels, Frans en Limburgs kom ik niet ver daar. Ouderwets handen-en-voetenwerk dus.

Ik weet van de meeste landen buitengewoon weinig. Als gezegd, Albanië is voorlopig mijn kers op de taart - maar ik weet geen ene fuck van Macedonië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Servië en de enclave - effectief inmiddels een zelfstandig land - Kosovo. Het zijn alleen maar namen die ik associeer met een nare oorlog vol etnische ellende en zuiveringen. (Nou ik het erover heb, ik vraag me af of we in de buurt van Srebrenica komen. Nee, niet direct, ligt op de grens van Bosnië en Servië, ver van de kust.)

Vanaf Igoumenitsa is het om en nabij de 2500 kilometer terug naar Sittard, snelste route. Dat worden er al snel 500 tot 1000 meer. Je wilt toch ergens even gaan kijken en zo. Laten we het houden op 3000 kilometer naar huis, waar we zo'n 25 dagen de tijd voor hebben. De laatste 700 kilometer worden in de laatste twee dagen afgelegd. Rest dus 23 dagen voor 2300 kilometer. Gemiddeld 100 kilometer per dag; dat vereist zorgvuldige planning. Ik zie nu al dat Servië en Kosovo gevaar lopen, ze liggen evident buiten een logische route. Maar goed, wie zei dat het allemaal logisch moet zijn?

De Grote Reis Naar Amerika, in 2011, is meer dan een jaar voorbereid in een omgeving die volledig ingericht is op halve gare Europeanen die zonder ervaring campers huren en er mee rondscheuren. In totaal hebben we in 3 weken daar - exclusief de heen- en terugvlucht - 5000 kilometer afgelegd. De taal is Engels - of wat daarvoor door moet gaan in Utah, Arizona, Nevada en California.

De Grote Reis Naar De Balkan, dit jaar, bedacht ik op 9 mei. We vertrekken op 14 juli. Twee maanden en 5 dagen. Naar ergens tussen de 15 en 22 landen. Met allemaal een andere munt. Met ieder een eigen taal. Die ik allemaal niet spreek - nou ja, het laatste land wordt Duitsland, dat zal nog wel gaan. Slechte wegen, onleesbare bewegwijzering en heel veel wild kamperen in een 14 jaar oude camper - die wel perfect onderhouden is, trouwens. Geen fietsen mee, had ik zo maar even bedacht (misschien dat Jan Janssen mee mag). Of een vouwfietsje. 
DSC_0903
Ik klik me wat af, de voorbije dagen. Alles wat ik tegenkom verandert mijn beeld van de Balkan nu al. Waar ik die regio associeerde met grauw, grijs, somber en donker land, krijg ik zonovergoten foto's van Google die magnifieke zuid-Europese kustgebieden laten zien. Kort aan de zee liggen heuvels en bergen die het ene na het andere natuurpark vormen. Er blijkt zoiets te bestaan als de Albanese Alpen. Schitterende steden met gebouwen van meer dan 400 jaar oud liggen te kust en te keur verspreid over de eerste vijfhonderd kilometer vanuit Griekenland. In Albanië, Macedonië, Kosovo en misschien nog verder ook zijn paard-en-wagen net zo normaal als de Zastava Yugo. Zoek die maar op. De voorbereiding is begonnen. Ik kan niet wachten.


  G

woensdag 26 april 2017

Dover naar Marazion

Toen ik onlangs weer in Amerika was, sprak hij blasé en wereldwijs, vielen me de idiote veiligheidsmaatregelen van die halve zolen daar enorm op.

Tot in het belachelijke doorgevoerde controlewoede, pogingen om karma te beheersen tegen beter weten in. Alsof je chaos kunt beheersen. Na mijn aanvankelijke woede hierover, ik kan slecht tegen de invasie van mijn privacy door Grote Broer, heb ik besloten dat Amerikanen gek zijn en dat ik dat dan maar moet aanvaarden.

Het is dus normaal is dat je een zakmes mee naar binnen mag in het MOMA – het lemmet werd gemeten en als niet-dodelijk afgegeven. Te kort om een Amerikaan om zeep te helpen. Volgens mij, met de nodige geestdrift, zou het best lukken, trouwens. Dat je met datzelfde zakmes eeuwen aan cultuur, van onschatbare waarde, binnen minuten kan verwoesten, dat blijkt niet relevant.

Helaas blijkt dit soort krankzinnige beheersdrift besmettelijk. Ons bezoek aan Windsor Castle, Windsor,  werd bezoedeld door dezelfde doorgeslagen veiligheidsflauwekul als in de VS. Fouilleren, röntgenscanner, riem af – om een kasteel te bezoeken. Ik heb hardop uitgesproken dat ik het afschuwelijk vond dat ze dat deden – en de reactie was dat ik toch niet hóefde te komen? We hadden al betaald, niet te flauw trouwens, en er was geen enkele aankondiging van de doorzoeking. Hare Majesteit, noch enig ander lid van de Koninklijke Familie, was ook maar in de búúrt van Windsor. Mijn vrienden de Britten zijn een beetje van hun voetstuk geflikkerd deze week.

Okee. Het blog. The Blog Is Back. Jullie doen me wat aan. Nu ik in de statistieken te zien krijg dat er binnen een maand na publicatie meer dan 400 mensen dit verhaaltje lezen, wordt de druk hoger. Ik wil natuurlijk wel kwaliteit leveren. Het eerste regeltje, heb ik gemerkt, is van belang; als dat er een beetje inhakt, lezen meer mensen het blog dan wanneer het een wat saaie startzin betreft. Vandaar Amerika, dees keer. Ik had wat moeite met opstarten; dit is de derde versie van dit verhaal.

Laten we vooraan beginnen. Mijn eerste-versie beginzin, die volgens mij ook wel wat lezers over de streep had getrokken.

Middelbare scholen zijn wereldvreemde, onthechte en surrealistische organisaties die ongeveer even goed met hun tijd mee gegaan zijn als de Bond Tegen Het Vloeken. Potdorie. 
In de afgelopen weken hebben onze scholier-dochters de éne na de andere studiedag, proefwerkdag, uitvalmiddag en vrijgeplande ochtend gehad. Er moest door de leerkrachten der natie rapport vergaderd worden en niet te vergeten gestudiedagt. Het aldus bijgespijkerde en opgefriste onderwijspersoneel kan dan vervolgens hard doorwerken, zo tot een uur of drie. Op de vrijdag. De laatste schooldag voor de vakantie. Geen genade maar dreigbriefjes over de Inspectie, die langs gestuurd wordt om illegaal spijbelende schurken aan te houden. Want stel je voor dat die bloedjes, die de afgelopen weken gemiddeld anderhalf uur per dag op school moesten zijn, nu ineens een uurtje les zouden missen. 

Dan komt de dag der dagen. Na een half jaar winters doorbuffelen mogen hordes bleekgewerkte op hun tandvlees lopende tweeverdieners vertrekken op vakantie. Met dank aan de lokale scholengemeenschappen echter pas dermate laat dat ze werkelijk élke file die er bestaat tussen thuis en doel van de reis maximaal mee mogen maken. 

Thuis begint het feest al. Sittard, alle straten opengebroken. Dan bijna twee uur vertraging op de ring van Brussel. Ongelukske geburt, 'nen camion erbij, allee. Sjammer. 
Opnieuw terreur in Parijs, daags voor vertrek. De relifanatieke fuckers. Ik had er alle begrip voor gehad als de Fransen de grens dichtgegooid hadden en me tot een uurtje of drie 's nachts hadden laten wachten. Ik had er begrip voor gehad, ik had het niet leuk gevonden. Hulde voor de Fransozen echter; geen gezeik bij de grens. Van weeromstuit heb ik aardig gedaan tegen de sjagrijnen van de ferry-transfer in Calais. Hielp niks, trouwens.

De altijd weer fraaie promenade in Dover was opnieuw onze gastheer voor de eerste nacht. In het donker uitkijkend op de Ferry-haven, de veerboten af en aan varend, horizontale kerstbomen op het water. Voor het eerst Dover ingelopen. Was niks mis met de KFC. Verder geen bijzonderheden.

Daags erna het hierboven beschreven Windsor gedoe. Mooi, enorm, potsierlijk, meer kostbaarheden gezien dan te bevatten. Geweldige tuinen – als ík dat zie, dan waren ze echt mooi, tuinen interesseren me geen zier. Einde dag nette landelijke camping, niks bijzonders, nu alweer vergeten.

Het otter- en vlinderreservaat (merkwaardige combinatie, vind ik ook) in Buckfastleigh, bleek onderdeel van een bij elkaar geraapt zootje bezienswaardigheden. Een piepklein inritje met een nog wat smaller weggetje erachter leidde naar een oud stoomtreinstation met speeltuinen, wandelroute, stoffig modeltreinwinkeltje, kinderboerderij en dus een vlindertuin en otterreservaat. Geweldig dus. Gerund door über Britse bejaarde vrijwilligers. Die meteen bij ons verschijnen, zo’n 8 meter sta-in-de-weg, driftig gebarend ruimte maakten om ons zo’n beetje ín het station te laten parkeren. Waarna discussie of dat witte gevaarte niet een beetje misstond. Gewonnen door de – naar ik vermoed – leider van het stel die ons op die positie had gewapperd.

Formidabele middag, mooie vlinderfoto’s van Emma. De ottermeneer was erg verheugd met mijn aanbod om wat foto’s voor de (nogal armetierig vormgegeven) website te maken en op te sturen. Komt goed.

De parking tussen Polperro en Lansallos, uitgezocht op Google Earth – wát een uitvinding is dat! – voldeed volmaakt aan de verwachtingen. Het nabij gelegen strandje was qua afstand dan wel een eitje, qua hoogteverschil evenwel allerminst. De dag erna een fikse wandeling gemaakt, schitterend weer en dito omgeving.

Ik wilde al jaren naar een camping in The Lizard, een schiereiland, misschien meer een landpunt, in het zuiden van Cornwall. De website en recensies tonden het beeld van een hippiecamping, met ingegraven flessen, veel loslopende beesten, eigen scharreleieren en love, peace en happie-de-peppie feestbende.
Bij aankomst, opnieuw prachtig weer trouwens, werd dat beeld alleen maar bevestigd.
Nadere inspectie evenwel deed het campinkje geen goed. Op een manshoge vuilnisbelt achter de toiletten lagen een stuk of vier lekkende accu’s hun bijdrage aan een betere wereld te geven. De vrolijke bende kippen die overal los rondscharrelde bleek de hele camping gestaag van een verse laag guana te voorzien. Het moddervette varken in de ton achter onze camper snurkte keihard.

Daar was allemaal nog mee te leven geweest, als de rekening net zo hippie en seventies zou zijn als het imago deed vermoeden. Voor één nacht evenwel, zonder wifi, met krapwaterige en apart te betalen douches, op 24 april, vroeg men de lieve somme van 39 pond, bijna 50 euro. Daar is het dan ook bij gebleven, bij die éne nacht. Grote teleurstelling. Bij wat vlottere wifi zal ik een google review in het Engels achterlaten voor Henry’s Campsite, The Lizard, Cornwall. Ik vrees dat Henry niet blij gaat wezen.

zondag 19 februari 2017

Voorjaar Voorpret

Mijn onverwoestbare vertrouwen in de mensheid heeft de afgelopen tijd een tikje opgelopen. Alle grote ellende van de afgelopen 30 jaar heb ik altijd optimistisch kunnen duiden. Nee hoor, we verzinnen er wel wat op - het menselijk vernuft lost de lopende zaken heus op.

Zo heb ik het gat in de ozonlaag zien ontstaan en verdwijnen, zure regen op mijn mik gekregen en weer ontzuurd zien worden. Chernobyl ontplofte, de Muur viel en de Sowjet-Unie implodeerde. Ik heb Margaret Thatcher, Ronald Reagan, Jörg Haider, Hans Janmaat en Bush Junior de revue zien passeren. Allemaal gekomen, hoop lawaai gemaakt, allemaal nu morsdood. Doei. O nee, Bush Junior is niet dood. Jammer. Voor de continuïteit in dit stukje, natuurlijk. 

De energiecrisis is nog in volle gang, maar de gloeilamp is al vervangen en steenkool verdwijnt aan de horizon - leve de zonnepanelen & windmolenparken. Diesel verliest elke dag verder terrein - ik weet niet eens meer of ik mijn Fiat'je nog moet inruilen voor een nieuwe diesel of dat ik op Jesse Klaver's Modesto Electric Average moet wachten.

Afbeeldingsresultaat voor milli vanilli
Ik heb Boney M. overleefd; kind van de Seventies immers. Maar ook, wellicht veel erger, Milli Vanilli. UB40. Rick Astley. Falco. Europe. Maar toch vooral Milli Vanilli. En dat zijn nog alleen maar de Eighties. Daar ben ik trots op, dat ik daar overheen gekomen ben. Zonder enige vorm van councelling. Beetje drugs, dat wel. Maar wat wil je ook.                                                                                             Nu evenwel maak ik tijden mee die ik niet voor mogelijk had gehouden. Mijn geliefde Verenigd Koninkrijk dreigt de Europese Unie te verlaten. Het is alsof je verstandige oom, de enige die naar de universiteit geweest is, na een door een altijd dronken familielid verpeste verjaardag ineens besluit dat hij niet meer mee wil doen met Kerst en Oud Op Nieuw. Je snapt het ergens wel, maar je hoopt dat het niet zo'n vaart zal lopen. 

In de Verenigde Staten, het land van de onbegrensde halvegaren, hebben ze, in een baldadige bui van volslagen verstandsverbijstering, een paranoïde malloot tot president gekozen. Na acht jaar Obama - beschaving, terughoudendheid, eloquentie en intellectuele vastberadenheid  -waren de Rednecks het zat. Zo kon het niet langer. Er moest wat gebeuren. Dus kozen ze een megalomane, psychopatische vastgoedmaffioso tot machtigste man ter wereld. Je kan zeggen wat je wil, je verveelt je nooit met die lui. Es zien wat de komende jaren brengen, qua vooruitgang en beschaving. 

Waar wilde ik eigenlijk naartoe, ook al weer? Niet naar Amerika voorlopig, in ieder geval. Goed. Het is bijna maart. Ik moest gisteren even naar de winkel. Zonder jas liep ik in het waterige zonnetje te mijmeren dat de lente er aan komt. Een wat dronken vliegende hommel kwam, als om de gedachte te ondersteunen, even op de mouw van mijn rode vest zitten. Iets te vroeg opgestaan, denk ik. 

Voorjaar. De camper, onze Polly Dipsie, is nog op vakantie in Duitsland. Op een onwaarschijnlijk afgelegen industrieterrein in Norverich wordt het gezwel boven de cabine, beter bekend als de alkoof, door een gepensioneerde camperklusser gereviseerd. Een kalme, bedachtzame man met eeuwig en altijd een leesbril op, die op zijn ooie dooie de rotte multiplexdelen verwijderd heeft en vrijwel het hele gezwel herbouwt. Hij zit deze week in Fuertoventura - van mijn centen - maar volgende week gaat hij weer verder. De foto's zijn veelbelovend. Nog een paar weken, dan is Polly weer klaar. 

Om de zaken nog wat nodeloos ingewikkelder te maken kreeg ik van mijn verzekerings-maatschappij bericht dat ze er mee ophouden. Failliet - toch duur, campers verzekeren, blijkt. Dus moet Polly elders ondergebracht en opnieuw gekeurd. Daarvoor moet ze van Norverich naar Budel. So bloody what, hoor ik u denken - maar wait for it, wil ik daar tegenover stellen. De winterschorsing, die van november tot half april loopt, laat niet toe dat ik van de Nederlandse wegen gebruik maak in die periode. Je betaalt voor een geschorst voertuig namelijk geen wegenbelasting. De boete bij eigenwijzigheid is niet mals: als je wordt gepakt, mag je de niet-betaalde belasting van 76 euro per maand alsnog voldoen. Vermenigvuldigd met een factor drie. Keer het aantal jaren dat de camper in je bezit is. 

En gepakt wordt je; ik weet dankzij www.spitsmijden.nl dat Big Brother op de A2 iedere dag - jazeker, iédere dag, mijn kenteken registreert. Dus Polly zal de dans niet ontspringen, mocht ik zo onverstandig zijn om de kortste verbinding tussen twee punten te nemen. 
Ik zal dus vanuit Norvenich naar Aken, Luik, Hasselt en Lommel rijden om stiekem achterlangs Nederland te penetreren. Mijn mazzel kennende zul je zien dat ze net die dag bij Budel-Schoot aan het controleren zijn, op dat stukje onverharde Limburgse karresporen van anderhalve kilometer vanaf de grens naar de garage. 


Eénmaal in de garage gearriveerd kan een team van deskundigen een verzekeringswaarde komen vaststellen en mag ik premie gaan betalen. Hoe saai wordt dit verhaal, hoor ik u denken? Nou, saai. De APK keuring kan dan namelijk ook gedaan worden. Eigenlijk is dat fout, APK-keuring; APK staat immers voor Algemene Periodieke Keuring. Als je APK-keuring zegt dan zeg je dus eigenlijk Algemene Periodieke Keuring keuring en dat is dubbelop.  
Ik denk niet dat de APK problemen op zal leveren, maar ja, je weet het natuurlijk nooit, met de APK. Zo'n APK, dat is altijd weer afwachten. Je kan het voertuig nog zo goed onderhouden hebben, je weet nooit wat ze bij de APK vinden. En ja, dan moet er natuurlijk wat aan gedaan worden, anders wordt hij APK-afgekeurd en dan moet je een herkeuring doen. Nee, het is niet niks, zo'n APK. 

Ondertussen hebt u - als u er nog bent, lieve lezer - vast begrepen dat ik me een beetje zit te vervelen. Schrijven leidt af, dan. Tussen de alinea's door evenwel ben ik ook met andere dingen bezig; net nog een leuk filmpje op Facebook gezien van een man die van zijn motor valt. Daarnaast echter staan er een paar tabbladen open met de topografie van Cornwall - daar gaan wij, en nu dus ook dit stukje, naar toe namelijk. Ah, de subtropen, palmbomen, zon, zand en zee. Bijna goed - zon, rotsen en zee. Want inderdaad, als gevolg van de Gulf Stream, heeft de universiteit van Exeter lang geleden vastgesteld dat het klimaat van Cornwall vergelijkbaar is met dat van delen van Mexico en Vietnam. 

Afbeeldingsresultaat voor gulf stream affect cornwallSnow falling annual average (1981-2010)

Minder dan 3 maanden per jaar is de temperatuur er (af en toe...) lager dan 10 graden Celcius, om maar eens wat te noemen. Sneeuw is helemaal bijzonder daar.  Het is, heus eerlijk waar, officieel subtropisch klimaat. Daarom vindt je er palmbomen, papegaaiduikers, dolfijnen en walvishaaien. Zeehonden in soorten en maten. Onderstaande foto's zijn niet gemaakt op Mallorca maar in Cornwall. 

Tresco Abbey Gardens
THE TAO OF CLIMATE CHANGE. newiching.com/blog












Afbeeldingsresultaat voor basking shark cornwall


Cornwall has a temperate Oceanic climate (Köppen climate classification: Cfb) and has the mildest and sunniest climate in the United Kingdom, as a result of its southerly latitude and the influence of the Gulf Stream.(Wikipedia)








During the early spring and summer months, warmer water moves from the Atlantic into the coastal waters of the western UK, encouraging greater marine productivity, particularly in the hotspots such as Cornwall and Scilly. (The Shark Trust, UK)





Eind april, als de voorjaarsvakantie begint, stappen we in Calais op de boot. 's Avonds om 20 uur vertrekken, om 20u30 aankomen na anderhalf uur varen - jaja, tijdverschil dus. We overnachten op de promenade in Dover, wat we eerder deden en goed beviel. De volgende ochtend rijden we door naar Polperro. Daar gaan we een paar dagen blijven, om in de twee weken daarna langzaam naar The Lizard te meanderen.  Zin in.

woensdag 21 december 2016

Kerstmis - Het Kerstpakket anno 2016

Vroeger kreeg je met kerst een -nauwelijks - gepimpte kartonnen doos. Alle personeelsleden kregen dezelfde kartonnen doos. Daarin vond je dan crackers en een vaag chemisch geel kaasje. Een pot pittige augurken en een duur uitziend blikje  met een chique Franse naam met een herder en een berglandschap erop bevatte uiteindelijk  ordinaire leverworst. Vieze leverworst. Daarnaast een fles rode - altijd rode - wijn met een label erop dat vooral reclame maakte voor het bedrijf dat je deze traktatie cadeau deed en een waxinelicht-houder. Een rieten broodmandje, een veel te klein kaasplankje en een bot kaasmesje completeerden het geheel. 
Sinds de aanslag op de Gouden Koets zijn waxine-licht houders uit de gratie. Goede rode wijn is bij de Lidl zó goedkoop dat het bocht met het label van je firma uiteindelijk veel te duur bleek. We komen óm in de broodmandjes, botte mesjes en kleine klote-kaasplankjes. Smerige leverworst is er nog steeds, inclusief exclusieve etiketten; in iedere supermarkt drie-honderd-zeven-en-twintig varianten in diverse graden van onsmakelijkheid. Het chemische gele kaasje van elf jaar geleden ligt gewoon nog steeds achter in je koelkast -en het ergste is dat het nog steeds eetbaar is. De kartonnen doos staat op zolder onverwoestbaar te wezen met oude fotoboeken erin. 

Tegenwoordig gaat dat heel anders. Jij krijgt een fraai vormgegeven email van jouw werkgever waarin jij wordt uitgenodigd om je onder te dompelen in de Christmas Experience 2016. Jij krijgt een inlogcode voor de speciale website van het speciaal geselecteerde bedrijf dat jouw XMAS onvergetelijk zal maken.  

Trillend van de opwinding log jij met jouw code in - een wat complexer proces dan jou van tevoren duidelijk is gemaakt. Eénmaal succesvol daarentegen kun jij kiezen uit speciaal voor jou geselecteerde geschenken. Dan gaat men er in mijn geval evenwel gemakshalve vanuit dat jij een zij bent; het stikt van de wijvencadeautjes op de website, van smoothiemakers en couch-blankets van echte synthetische wol tot Speciaal voor jouw Spa-ervaring geselecteerde Hammam-producten en een fraai driedelig setje siervaasjes. 
Niks accuschroevendraaier, niks leren handschoenen, niks zakmes, niks whiskyglazen.  Niks pechlamp, niks radarverklikker, niks bierpakket, niks universele afstandsbediening of dashboard/spycam combinatie. Zelfs geen miniatuurdrone. Of een gootsteenontstopper. Niks.

Dus in arren moede bestel ik dan maar een setje bordjes en schaaltjes in sfeervolle blauwtinten, met het idee om de kerstdis er mee op te frissen - al was het maar vanwege de suggestie 'Pimp your XMAS dinner - 2016 Style!' die knipperend op de betreffende internetpagina wordt weergegeven. 

Jij kunt jouw bestelling- ter waarde van maar liefst 100 (HONDERD!) punten ophalen in jouw ziekenhuis, op een moment dat het jou schikt! Als het maar op 22 of 23 december is! Vóór vijf uur 's middags!

De smoothiemaker - sorry Anne-Marie - kost 100 punten (HONDERD!). Het cadeau zou zo'n 25 tot 30 euro waard moeten zijn. Ik denk dat het ding voor 6,95 te koop is bij de Xenos. En dat 'ie niet meer dan 5 keer gebruikt kan worden zonder kuren te krijgen of domweg kapot te gaan. In de categorie duurzame producten scoort het ding niet best, vrees ik. 

Het kan evenwel treuriger. Mijn bordjes zijn inmiddels geleverd - door de kerstpakkettenboer van mijn vrouw, die met een vergelijkbare tekst dezelfde bordjes een week eerder aan de man heeft gebracht. Waardoor het setje in míjn kerstpakket niet meer leverbaar was. Ik mag het op de 27e op komen halen, dan leveren wij jouw bestelling na, sorry voor de overlast. 

De 27e januari 2017, wel te verstaan. En om het nog wat pijnlijker te maken: de exclusieve bordjes en serveerschaaltjes heb ik ondertussen ook in de winkel zien staan. Bij de Action. Voor Action Prijzen. Dus voor ongeveer 4 euro 30. Dat ben ik dus waard, volgens mijn werkgever; voor 4 euro 30 aan aardewerk en voor zo'n 25 euro aan glanzende, holle en inhoudsloze marketingpraat. 

Doe mij maar zo'n doos, komend jaar.