dinsdag 18 juli 2017

Zuid-Europese toestanden

Veerboten zijn hogedrukketels van de lokale cultuur. De douane in Frankrijk, op weg naar het Verenigd Koninkrijk, is een goed voorbeeld – zo onbeschoft en ongeïnteresseerd mogelijk op je klanten reageren is daar het devies. Ook het personeel van de ferry zelf is aan de Franse zijde op zijn zachtst gezegd weinig vriendelijk. Dat maakt de warme beleefdheid van de Britse medewerkers des te opvallender. Bij dat contrast voelen beide helften zich blijkbaar het prettigst, in al de jaren dat ik er gebruik van maak heb ik daar nooit enige verandering in waargenomen.

De veerboot van Ancona naar Igoumenitsa is een aanbevelenswaardige belevenis. Twee zuid-Europese culturen lopen daar door elkaar heen. En niet de minste; de Romeinen en de Spartanen zijn samen verantwoordelijk voor het ordentelijk uit- en inschepen van de grootste veerboten van Europa. Twee keer per dag. Wij mochten mee op de Cruise Olympia.

De chaos en onbegrijpelijke puinhoop die dit met zich meebrengt – twee keer per dag – is met geen pen te beschrijven. Uit de buik van het monster komen onmogelijke hoeveelheden vrachtauto’s, campers, personenauto’s – met of zonder caravan- maar ook, en dat was nieuw, voetpassagiers. En niet een paar.

De eerste vrachtauto’s komen achteruit – jawel, áchteruit – van het schip. Hierna volgt een pandemonium van voertuigen. Nou kennen we dat wel. Wat nieuw is, is de onregelmatigheid waarmee dat gebeurt. Na minutenlang vrachtwagens te hebben uitgebraakt volgen er minuten waarin niets lijkt plaats te vinden. Er gaat een streep auto’s aan boord – mooi, we gaan inschepen. Hé, daar moet een auto terug. Want er komt ineens een vrachtwagen van het schip. En twaalf campers. Tegelijk met honderd voetgangers volgehangen met bagage – maar daarover later meer. Dwars door elkaar wordt er in- en uitgescheept, over twee smalle banen die dan weer beide in gebruik zijn voor uitrijdende voertuigen en dan weer beurtelings door – nou ja u snapt het wel.

Wij waren vroeg ter plaatse. Inchecken in de haven bij de balie – alles wat je je voorstelt bij een zweterig stinkend havenkantoor vol opgefokte zuid-Europeanen die met handen, voeten, gebaar en mimiek hun persoonlijke leed trachtten over te brengen- het was er. Wat ik er van begreep is het de gewoonte om zo goedkoop mogelijk te boeken – dekplaatsen dus – en dan op het laatste moment te upgraden naar cabines, die er voor een paar centen uit gaan als ze niet vooraf geboekt zijn. Er werd dus bijna gevochten om als eerste bij de – overigens behoorlijk onverstoorbare – baliemedewerkers te geraken. Vette pech; alles volgeboekt, geen hutten beschikbaar. Theater eerste klas volgde hierop – je verwacht toch niet dat ik met mijn bloedjes op het dek ga slapen? Enzovoorts. Daar kwam de reden van de onverstoorbaarheid der medewerkers tevoorschijn – vaker met dit bijltje gehakt. Sorry but sorry.
Door mijn jongste dochter slim in een andere rij te posteren – niet geheel naar haar zin – kon ik de drammert vóór mij rechts inhalen. De borende blikken der Mediterranen achter mij negerend heb ik mijn voucher ingeleverd en stond ik, na drie kwartier wachten, binnen vijf minuten weer buiten. Immers wél gereserveerd. Bovendien ben ik hier een reus, iedereen is kleiner dan ik.

Aan boord komen was evenmin eenvoudig. Het schip vaart niet alleen naar Igoumenitsa maar daarna verder naar Patras – wat meebrengt dat slim stapelen der voertuigen wellicht goed rendeert. De Igoumenitsa’s moeten er als eerste uit dus ook als eerste in; in het schip namelijk draai je op het eind tot je weer (bijna) naar buiten rijdt.

Mooi niet. Een ondoorgrondelijk systeem plaatste ons, als vroegkomers, hoopgevend dicht bij het schip, met uitzicht op de ingang. Waarna we als laatsten het schip in mochten, naar een apart dekje voor Igoumenitsa. Dwars geparkeerde, achteruit ingestoken, op millimeters van elkaar staande voertuigen.

O ja, de twee uur vertraging die bij het inchecken werden aangekondigd werden er drie.
Op het schip gaat de chaos doodleuk door. De mensen zonder cabine – onwaarschijnlijk veel, de inspecteur voor veiligheid in Nederland zou een acute hartverzakking krijgen – gaan in de gangen en hallen van het schip hun kampement opslaan. Luchtbedden, slaapzakken, tentjes – ja echt – worden in hoeken geplaatst. En achtergelaten – er moet gerookt worden en dat mag alleen aan dek, Godzijdank. Ie-der-een rookt. En niet af en toe een sigaret. Onafgebroken paffend, etend, drinkend, bier zwelgend, zwetend – want heet en weinig ruimte – en derhalve stinkend golft de volgetatoeëerde massa om je heen. Zeshonderdrieentwintig talen, dialecten, varianten – allemaal onverstaanbaar. En allemaal zo luid mogelijk. En – onvermijdelijk - Duits natuurlijk.

De verbindingsgangen in het middenschip – dus tussen de stuurboord- en bakboordgang, vluchtgangen waaraan geen hutten gelegen zijn- liggen vol met gezinnen die de doorgang volledig barricaderen. Daar zie je de voetgangers volbehangen met bagage. Koelboxen, rugzakken, picknick-kleedjes, kinderbedjes, luchtbedden, maxicosi’s, koffers, sporttassen, kinderwagens – hier en daar een hond. Ik zag een wasrekje staan met sokken en kinderkleding.

Op het dek is het niet anders. Het zwembad staat droog. Een gammel net moet verhinderen dat mensen (niet iedereen is volledig nuchter hier) in het diepste deel lazeren – toch zo’n 2 meter diepe betonnen bak. Mensen in mummieslaapzakken liggen om zeven uur ’s avonds bij gebrek aan geld en activiteiten al bij bosjes tegen elkaar gekropen een poging te doen om te slapen. Verderop een stel (Bosnische?) hippies met een gitaar luidkeels “Whe Shall Overcome” blèrend tegenover een chagrijnig stel met een héél klein baby’tje- in de wind, terwijl de spray van de zee al langzaam het beddengoed genadeloos aan het doorweken is. En dan moet het nog donker worden. Terwijl er maar een klein stukje verderop een stel halve zolen met een gelukkig gemuilkorfde enorme vechthond liep te worstelen – nauwelijks onder controle, dat beest.

Dan maar naar de Elite Lounge – een iets té efficiënt met airco bewerkte ruimte (gewoon koud dus) met een piepklein podium waarop een sneue artiest Wish You Were Here met een bandje – ik bedoel dus een cassettebandje -  als begeleiding zat aan te randen. Het zou mij niets verbazen als de arme man na zijn set pardoes over de reling van de Cruise Olympia is gestapt. Wat een treurigheid.

De hut daarentegen was comfortabel en ruim, we hadden drie bedden geboekt en kregen er vier – het meegebrachte luchtbedje en de slaapzak waren overbodig. Daar bijna alle toiletten aan boord defect waren – en de wachtrijen voor de nog wél functionele en waarschijnlijk buitengewoon onfrisse sanitaire faciliteiten ellenlang waren – waren we zeer verheugd over ons eigen pleetje en de comfortabele douche.



Ontschepen ging overigens verrassend vlot en van de camping hebben jullie al een fotootje of wat gezien. Morgen begint het echte werk. Op naar Meteora, dan richting Albanië. Tot ooit. 

vrijdag 14 juli 2017

Europa in een maand: 30 uur onderweg

Soms zijn de dagen voller dan past. Je rijdt in één keer van Sittard naar de Gotthardpas, één dag voordat de vakanties beginnen. Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland; appeltje eitje.
Een geweldige, vlakke parking op de helling van de zuidkant van de Gotthardpas completeert de dag. 775 kilometer in net iets meer dan 10 uur, file (tje), grenzen en pauzes inbegrepen. Subliem. Geen gendarme of Autobahnpolizei om roet in het eten te gooien, Polly snort vrolijk door – zolang je haar maar voedt met een liter diesel per 7 kilometer is ze blij. Doodop maar tevreden op 1950 meter in slaap gedonderd. Over de helft al, wat een mazzel. De dag had eigenlijk niet mooier kunnen lopen, werkelijk álles verliep volgens plan. Zelfs de goedkope benzinepomp vóór de Zwitserse grens werd per ongeluk meteen gevonden.

Het had een waarschuwing moeten zijn. Italië heeft wraak genomen. Namens de rest van de EU. Bergaf rollend – steenkoude start en meteen remmen op de motor – even de stuipen op het lijf maar dat bleek een niksaandehandje. Opgelucht dat de witte rook uit de uitlaat toch echt wegging toen de motor warm werd trokken wij vrolijk fluitend het wonderschone Italië binnen. Stapvoets over de grens viel mij enig gehobbel op. Dat kwam ons allemaal verdacht bekend voor, dat gehobbel. Nog geen jaar geleden leidde dat een enorme klapband in. Het gezin was het snel en collectief eens over de onwenselijkheid van een herhaling zulks. We zouden dus stoppen op een camping en ik zou de banden onderzoeken. Na een korte woordenwisseling tussen mijn echtgenote en een Italiaanse campinguitbater – de laatste verloor, vanzelfsprekend – werd besloten nog wat verder te kijken en onderwijl de lokale kwikfit te bezoeken. Op een pleintje – ondertussen 13 uur, heetst van de dag – krikte ik Polly op om de banden te inspecteren. Linksvoor – daar lag hetzelfde type band als het probleemkind van vorig jaar-  bleek een aneurysma van nu nog acceptabele omvang te zitten.
Voorzichtig industrieterreinen afstruinend vonden we – eerlijk is eerlijk, vrij vlot -  een bandenboer die nog een tweedehands slofje had liggen. Vijftig euro armer (bon? Welke bon?) en blij dat dat gefikst was, verder. Nog even tanken.

In dit criminele derdewereldland evenwel moet je zelfs bij een op zich onschuldige tankbeurt bedacht zijn op maffia-praktijken. De pomp waar we diesel aanschaften was heel behulpzaam; je tank werd volgegooid, en dat voor maar 1 euro 27 per liter! Verheugd wapperend met mijn flexibele vriend bleek ik echter 1 euro 64 per liter te moeten afrekenen – “servicekosten”. Op 70 liter werd ik dus ouderwets bijna ACHTENTWINTIG euro getild omdat ik niet zelf gevuld had. Fuckers.

Daarover namopperend – een mens kan maar zóveel stress op een dag hebben – kwamen we bij een wegversmalling. Achter de rest van het verkeer aan doorrollend – heus langzaam – bleken de stalen blokken waaruit de versmalling bestond wel erg dicht op elkaar geplaatst en heb ik de rechterzijde van Polly (het cosmetische en niet het technische deel) aardig aangerand. Ondertussen is de camper nu in een optisch dermate treurige toestand dat verkopen geen haalbaar plan meer is. Mooi, dat waren we toch al niet van plan. Gefikst. Met Duct-tape. If You Can’t Fix It With Duct-Tape, You Didn’t Use Enough Duct-tape.


Dertig uur onderweg en ik zit dit te schrijven. We gaan bijna 30 dagen. Hou je maar vast.

zaterdag 20 mei 2017

Grijze Generaals op hobbelpaarden

Bejaarden, zo blijkt, zijn net echte mensen. Wij, nu beide 50 (+), migreren, genadeloos gedwongen door de tijd, langzaam naar de volgende generatie. We hebben dan ook besloten om de open dagen van deze populatie eens te bezoeken.

Voor de mensen die van caravans houden, die er eentje hebben en/of een gevoelige ziel met betrekking tot deze onfrisse aanhangwagencultuur hebben: niet verder lezen. Ik smeek u. Doe nou maar niet.

Met drie, steeds langer wordende, vrije weekenden dit voorjaar in het vooruitzicht en een camper in de stalling hebben we eens nagedacht wat je nou nog meer met zo'n ding kan. De oplossing van dit vraagstuk blijkt simpeler dan je zou denken. Je kunt namelijk gewoon onze coole wereldveroveraar, in ieder geval tijdelijk,  dienst laten doen als caravan. Ik heb wat moeite met het schrijven van dit woord; caravans zijn, in mijn ogen, een werktuig van de duivel. Ontworpen om alle mobiliteit, vrijheid, vaart en spontaniteit uit je vakantie te zuigen; het woord sleurhut is een compliment, het is eigenlijk beter te spreken van een witte voordoodskist.

Maar goed, even terug. We hebben dus ons beest, onze Polly Dipsie, voor drie-en-een-halve week op een camping gestald zodat we de luxe HePi-weekenden er gemakkelijk even uit kunnen. Naar de Camping. Het verschil met onze andere trips is terug te brengen tot het ontbreken van één voorzetsel. Op. Het verschil tussen "er even uit kunnen" en "even er OP uit kunnen" is het verschil tussen een camper en een kereven. Je gaat Naar de Caravan; je gaat Met De Camper.

Op zoek naar een keurige bejaardenopslagplaats in de nabijheid van onze woning kwamen we uit op mijn geboortestreek, het diepe zuiden, zo tussen Vaals en Maastricht. Enkele aanbieders spraken nauwelijks Nederlands - wat in deze contreien, neem dat maar van mij aan, in het geheel niet ongebruikelijk is. Die vielen dan ook af. Anderen waren niet geïnteresseerd in passanten en hadden enkel seizoensplaatsen - 6 maanden per jaar naar de hel, je moet het maar leuk vinden.  Weer anderen beschikten enkel over een put en een waterpomp en/of snapten de vraag niet wanneer er over wifi werd gesproken. Jammer, maar helaas.

In Epen lag een minicamping met de naam Gulikers. Het zien van die naam veroorzaakte een flashback, in een oogwenk reisde ik bijna veertig jaar terug in de tijd.
In 1978, het allereerste jaar van mijn langdurige en uiterst moeizame middelbare school-carrière, zat ik, nog in Vaals, op het Sophianum. Brugklas HAVO-VWO. Ik was elf, tot 6 november van dat jaar, en het enige wat me interesseerde was of ik een nieuwe Big Jim pop voor mijn verjaardag zou krijgen. Dat het geen instant succes was, school en ik, was evident.

Naast mij zat een, eveneens verdwaalde, vanuit mijn blikveld twee meter dertig lange, breedgeschouderde en continue geschrokken kijkende reus. Handen als kolenschoppen en altijd in overall. Natuurlijk was dat niet zo, maar hij liep en keek wel alsof hij een overall aan had. Zijn handen waren, als gezegd, enorm; zijn toch evenmin kleine lunchbox met twaalf boterhammen leek op een lucifersdoosje als hij het vasthield. In een vlaag van liefde en poëzie (en wellicht enige verstandsverbijstering) hadden zijn ouders besloten deze aardmens Dieudonné, door God gegeven, te noemen.

Deze uit Epen afkomstige reusachtige boerenzoon was mijn buurman en lotgenoot. We begrepen elkaars verbijstering en desoriëntatie zonder er woorden aan vuil te maken. We hadden het geweldig naar de zin; iets té, binnen de kortste keren zaten we helemaal vooraan, onder de neus van de leraar, om te redden wat er te redden viel. Dat mislukte jammerlijk; na de brugklas ging ik nóg een keer naar de brugklas en Dieudonné zat in een vloek en een zucht op de MAVO. Nooit meer wat van gehoord.

Ik belde en mailde met minicamping Gulikers en we kwamen tot een vergelijk. In mijn laatste mail vroeg ik of ze toevallig familie van Dieudonné waren, dat we ooit nog klasgenoten waren.
Per omkerende mail - ook Epen zit in de 21e eeuw - reageerde Dieudonné. Hij was de gelukkige eigenaar van het boerenbedrijf met de minicamping. De wereld is klein, zeker in Epen. Gisteren bij aankomst zag ik hem. Daadwerkelijk dik twee meter, met handen die zonder enige moeite het middel van zijn vrouw zouden omvatten, goddelijk gebruind van het buiten werken, knap en sterk, zijn 50 jaar niet aan te zien. En dolblij me te zien. Volmaakt op zijn plaats in de wereld,  120 koeien en een minicamping. Paarden heeft hij niet. Die gaan hier in het zoervleisj.

Terug naar de kerevens. De hele minicamping is van dat ongedierte vergeven. Lelijke witte gezwellen ontsieren de verder zeer fraaie omgeving. Ze staan allemaal keurig recht op een rijtje.
Als ik ergens aankom is het enige recht dat me boeit het waterpas-recht; dan vallen de gehaktballen niet uit de pan en de kinderen niet uit bed.

Kerevens echter moeten ook recht ten opzichte van elkaar en de wereld  staan. Anders ziet het er niet uit, immers. De aankomst van een nieuwe kereven is dan ook een heel spektakel; er wordt continue vanuit ooghoeken gegluurd naar de stand van de kereven van de buren. Vóórdat het ding goed staat is er enkele keren door de grijze bijrijdster en de eveneens grijze bestuurder uitgebreid geëvalueerd.
Na alle gemanoeuvreer is het strakke camping-grastapijt door het debiele kleine voorwieltje grondig omgeploegd en kunnen er aardappels gepoot maar alla, het ding staat.
De ergste kerevens hebben een mover, een treurige poging om van een kereven een camper te maken. Met een afstandsbediening waar een professionele drone-piloot jaloers op zou zijn, wordt er middels deze externe elektromotor draadloos getuft met de witte doodskist tot het ding op zijn plek staat.
Het allernieuwste en mogelijk allerergste is dat ik onlangs zo'n mover in camouflagekleuren zag met een rupsband. Heus.

Alle kerevens hebben een voortent. Deze staan allen strak en stoïcijns voor zich uit te staan. Het opzetten van het ding is een middag werk. Zeker als het zo strak als een te klein badpak moet. En dat moet. Zo'n voortent is ongeveer even sfeervol als een gemeentehuis uit 1973. In Roemenië.
In die voortent staan stoelen en een tafel die meestal duurder zijn dan de eethoek die ik thuis heb. Strak opgesteld; de designpolitie mocht eens een inval doen. Het tafelkleedje past overigens precies bij de gordijnen van de voortent. Frisgewassen natuurlijk. Met een boel geel erin. Heppiedepeppie paaskleurtjes, het hele jaar door.

Mijn persoonlijke kereven hoogtepunt / dieptepunt is het schaamdoekje. Er worden een soort van beflapjes voor de wielen van de kereven gehangen zodat de zon geen schade aan het rubber van de banden aanricht. Dat kan namelijk (schijnt) als het ding langdurig stilstaat. Koop goddomme een huisje dan! Van mijn part een sta-caravan op poten! Die wielen hebben een reden!

Het bejaarde schorriemorrie dat zich op deze verwerpelijke manier door het leven worstelt heeft om onduidelijke redenen een vast ritme in het leven gebracht. Men staat op tijd op en probeert iedere dag zo veel mogelijk op de vorige en de volgende te laten lijken. De momenten van douchen, afwassen, boodschapje doen, stukje fietsen (ze hebben állemaal fietsen bij zich), poepen; er zijn onuitgesproken regels die dit alles in goede banen leiden. De mannen lappen bijvoorbeeld de ramen van de kereven, iets dat ze thuis met de échte ramen niet in hun hoofd zouden halen. Terwijl moeder / oma de vrouw piepers jast in de voortent gaat (o)pa druk in de weer met een lapje op de perspex ruiten van de witte doodskist.

Bij elke kereven staat een afgrijselijke burgerbak-auto, vaak nog met de sticker "trekauto van het jaar 2011" schoon en leesbaar op de achterruit. Op de trekhaken zitten al lang geen kapotte tennisballen meer maar een helder wit dopje, speciaal voor dit doel aangeschaft.

Dieudonné heeft de situatie goed ingeschat. Hij heeft ons, enigen met een camper, vér boven het grijze gespuis gezet op de hoogste plek van deze terrassen-camping. Onze zes meter hoge vlaggenmast (ja, écht) wappert fier, vér boven alle pre-dementieel gekrioel.  Mdet de vlag van de jeugd en de toekomst. De blauwe vlag van de Europese unie, vanzelfsprekend.

maandag 15 mei 2017

Balkan en Adriatische kust - voorpret & klapperknieën

Emma twijfelde dit jaar ernstig of ze in de zomervakantie nog wel drie weken met ons mee wilde. Dat is lang, geen tijd voor mijn vriendinnen enzovoort. Dus heb ik er vier weken van gemaakt. En een beetje. De aanval is de beste verdediging; in plaats van het geplande, wat ongeïnspireerde rondje Frankrijk-Italië, had ik een tegenvoorstel. Griekenland. Met de camper. En dan naar huis. Theoretisch kunnen we zo'n 22 landen doorkruisen op deze trip. Nou ja, trip, dit mag toch wel met recht een avontuur en een reis genoemd worden. Vertrek op vrijdag, aankomst Griekenland maandagochtend 10 uur 30. De wonderen van het moderne verkeer. Eerst in drie dagen naar Ancona, Italië - zo'n 1300 kilometer - om zondagmiddag in te schepen op de Cruise Olympia

Scheepsdetails, voor de liefhebber, hier:

http://www.marinetraffic.com/en/ais/details/ships/shipid:280629/mmsi:247286700/imo:9351505/vessel:CRUISE_OLYMPIA




Het onder Italiaanse vlag varende monster is bijna een kwart kilometer lang en heeft een kruissnelheid van 26 knopen, 48,15 kilometer per uur (!). 

CRUISE OLYMPIA
Deze 7 jaar oude RoRo, Roll-On-Roll-Off Ferry, zal ons comfortabel pruttelend over 800 kilometer immer rustige en in juli vast aangename Adriatische zee brengen naar Igoumenitsa, een belangrijke - maar niet zo grote, met 25000 inwoners -  havenstad in het noordwesten van het vasteland van Griekenland. De streek heet Thesprotia. In Igoumenitsa is een archeologisch museum. Verder is er geen flikker te beleven. De watertemperatuur van de Middellandse Zee ter plaatse, evenwel, is in juli zo'n 24 graden dus er is wel wat vertier te bedenken. We zullen wel een dagje of twee acclimatiseren op één van de vier campings langs het strand, binnen 14 kilometer van de aanlegsteiger van de Ferry. 

Igoumenitsa ligt zo'n 30 kilometer van de grens met Albanië, het minst bezochte en meest tot mijn verbeelding sprekende land van deze reis. Daar gaan we echter niet meteen naar toe. Eerst een tijdje rondhangen in Griekenland, iets meer naar het binnenland ligt een prachtig natuurreservaat. Door die route zullen we waarschijnlijk eerst Macedonië aandoen vóórdat we Albanië binnenrijden. 

Ik heb jullie nogal in de steek gelaten in de voorbije weken; ik heb heel egoïstisch maar één blog geschreven in Cornwall. Dat spijt me (nee hoor, dat spijt me helemaal niks). Gezien de te verwachten vloedgolf aan gebeurtenissen en ervaringen die we tijdens deze reis zullen meemaken, ben ik evenwel van zins om regelmatig te schrijven, wifi of niet. De lezer dezes mag dan ook rekenen op onregelmatige maar frequente updates, al was het maar dat er iets van een dagboek is waar we later zelf nog eens in kunnen lezen.

Ik weet niet waar de voorbereidingen moeten beginnen, het is een immense onderneming. Veel van de landen die we doorkruisen zijn geen lid van de Europese Unie. Ze hebben hun eigen munt, dus het is zaak om ervoor te zorgen dat ik niet met een kapitaal aan kleurrijke maar volstrekt incourante contanten thuiskom. De reisgidsen geven een weinig rooskleurig beeld van de taalbeheersing van de Aboriginals daar. Ze spreken diverse varianten van Servokroagriekcyrillisch-Albanees maar met mijn Nederlands, Duits, Engels, Frans en Limburgs kom ik niet ver daar. Ouderwets handen-en-voetenwerk dus.

Ik weet van de meeste landen buitengewoon weinig. Als gezegd, Albanië is voorlopig mijn kers op de taart - maar ik weet geen ene fuck van Macedonië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Servië en de enclave - effectief inmiddels een zelfstandig land - Kosovo. Het zijn alleen maar namen die ik associeer met een nare oorlog vol etnische ellende en zuiveringen. (Nou ik het erover heb, ik vraag me af of we in de buurt van Srebrenica komen. Nee, niet direct, ligt op de grens van Bosnië en Servië, ver van de kust.)

Vanaf Igoumenitsa is het om en nabij de 2500 kilometer terug naar Sittard, snelste route. Dat worden er al snel 500 tot 1000 meer. Je wilt toch ergens even gaan kijken en zo. Laten we het houden op 3000 kilometer naar huis, waar we zo'n 25 dagen de tijd voor hebben. De laatste 700 kilometer worden in de laatste twee dagen afgelegd. Rest dus 23 dagen voor 2300 kilometer. Gemiddeld 100 kilometer per dag; dat vereist zorgvuldige planning. Ik zie nu al dat Servië en Kosovo gevaar lopen, ze liggen evident buiten een logische route. Maar goed, wie zei dat het allemaal logisch moet zijn?

De Grote Reis Naar Amerika, in 2011, is meer dan een jaar voorbereid in een omgeving die volledig ingericht is op halve gare Europeanen die zonder ervaring campers huren en er mee rondscheuren. In totaal hebben we in 3 weken daar - exclusief de heen- en terugvlucht - 5000 kilometer afgelegd. De taal is Engels - of wat daarvoor door moet gaan in Utah, Arizona, Nevada en California.

De Grote Reis Naar De Balkan, dit jaar, bedacht ik op 9 mei. We vertrekken op 14 juli. Twee maanden en 5 dagen. Naar ergens tussen de 15 en 22 landen. Met allemaal een andere munt. Met ieder een eigen taal. Die ik allemaal niet spreek - nou ja, het laatste land wordt Duitsland, dat zal nog wel gaan. Slechte wegen, onleesbare bewegwijzering en heel veel wild kamperen in een 14 jaar oude camper - die wel perfect onderhouden is, trouwens. Geen fietsen mee, had ik zo maar even bedacht (misschien dat Jan Janssen mee mag). Of een vouwfietsje. 
DSC_0903
Ik klik me wat af, de voorbije dagen. Alles wat ik tegenkom verandert mijn beeld van de Balkan nu al. Waar ik die regio associeerde met grauw, grijs, somber en donker land, krijg ik zonovergoten foto's van Google die magnifieke zuid-Europese kustgebieden laten zien. Kort aan de zee liggen heuvels en bergen die het ene na het andere natuurpark vormen. Er blijkt zoiets te bestaan als de Albanese Alpen. Schitterende steden met gebouwen van meer dan 400 jaar oud liggen te kust en te keur verspreid over de eerste vijfhonderd kilometer vanuit Griekenland. In Albanië, Macedonië, Kosovo en misschien nog verder ook zijn paard-en-wagen net zo normaal als de Zastava Yugo. Zoek die maar op. De voorbereiding is begonnen. Ik kan niet wachten.


  G

woensdag 26 april 2017

Dover naar Marazion

Toen ik onlangs weer in Amerika was, sprak hij blasé en wereldwijs, vielen me de idiote veiligheidsmaatregelen van die halve zolen daar enorm op.

Tot in het belachelijke doorgevoerde controlewoede, pogingen om karma te beheersen tegen beter weten in. Alsof je chaos kunt beheersen. Na mijn aanvankelijke woede hierover, ik kan slecht tegen de invasie van mijn privacy door Grote Broer, heb ik besloten dat Amerikanen gek zijn en dat ik dat dan maar moet aanvaarden.

Het is dus normaal is dat je een zakmes mee naar binnen mag in het MOMA – het lemmet werd gemeten en als niet-dodelijk afgegeven. Te kort om een Amerikaan om zeep te helpen. Volgens mij, met de nodige geestdrift, zou het best lukken, trouwens. Dat je met datzelfde zakmes eeuwen aan cultuur, van onschatbare waarde, binnen minuten kan verwoesten, dat blijkt niet relevant.

Helaas blijkt dit soort krankzinnige beheersdrift besmettelijk. Ons bezoek aan Windsor Castle, Windsor,  werd bezoedeld door dezelfde doorgeslagen veiligheidsflauwekul als in de VS. Fouilleren, röntgenscanner, riem af – om een kasteel te bezoeken. Ik heb hardop uitgesproken dat ik het afschuwelijk vond dat ze dat deden – en de reactie was dat ik toch niet hóefde te komen? We hadden al betaald, niet te flauw trouwens, en er was geen enkele aankondiging van de doorzoeking. Hare Majesteit, noch enig ander lid van de Koninklijke Familie, was ook maar in de búúrt van Windsor. Mijn vrienden de Britten zijn een beetje van hun voetstuk geflikkerd deze week.

Okee. Het blog. The Blog Is Back. Jullie doen me wat aan. Nu ik in de statistieken te zien krijg dat er binnen een maand na publicatie meer dan 400 mensen dit verhaaltje lezen, wordt de druk hoger. Ik wil natuurlijk wel kwaliteit leveren. Het eerste regeltje, heb ik gemerkt, is van belang; als dat er een beetje inhakt, lezen meer mensen het blog dan wanneer het een wat saaie startzin betreft. Vandaar Amerika, dees keer. Ik had wat moeite met opstarten; dit is de derde versie van dit verhaal.

Laten we vooraan beginnen. Mijn eerste-versie beginzin, die volgens mij ook wel wat lezers over de streep had getrokken.

Middelbare scholen zijn wereldvreemde, onthechte en surrealistische organisaties die ongeveer even goed met hun tijd mee gegaan zijn als de Bond Tegen Het Vloeken. Potdorie. 
In de afgelopen weken hebben onze scholier-dochters de éne na de andere studiedag, proefwerkdag, uitvalmiddag en vrijgeplande ochtend gehad. Er moest door de leerkrachten der natie rapport vergaderd worden en niet te vergeten gestudiedagt. Het aldus bijgespijkerde en opgefriste onderwijspersoneel kan dan vervolgens hard doorwerken, zo tot een uur of drie. Op de vrijdag. De laatste schooldag voor de vakantie. Geen genade maar dreigbriefjes over de Inspectie, die langs gestuurd wordt om illegaal spijbelende schurken aan te houden. Want stel je voor dat die bloedjes, die de afgelopen weken gemiddeld anderhalf uur per dag op school moesten zijn, nu ineens een uurtje les zouden missen. 

Dan komt de dag der dagen. Na een half jaar winters doorbuffelen mogen hordes bleekgewerkte op hun tandvlees lopende tweeverdieners vertrekken op vakantie. Met dank aan de lokale scholengemeenschappen echter pas dermate laat dat ze werkelijk élke file die er bestaat tussen thuis en doel van de reis maximaal mee mogen maken. 

Thuis begint het feest al. Sittard, alle straten opengebroken. Dan bijna twee uur vertraging op de ring van Brussel. Ongelukske geburt, 'nen camion erbij, allee. Sjammer. 
Opnieuw terreur in Parijs, daags voor vertrek. De relifanatieke fuckers. Ik had er alle begrip voor gehad als de Fransen de grens dichtgegooid hadden en me tot een uurtje of drie 's nachts hadden laten wachten. Ik had er begrip voor gehad, ik had het niet leuk gevonden. Hulde voor de Fransozen echter; geen gezeik bij de grens. Van weeromstuit heb ik aardig gedaan tegen de sjagrijnen van de ferry-transfer in Calais. Hielp niks, trouwens.

De altijd weer fraaie promenade in Dover was opnieuw onze gastheer voor de eerste nacht. In het donker uitkijkend op de Ferry-haven, de veerboten af en aan varend, horizontale kerstbomen op het water. Voor het eerst Dover ingelopen. Was niks mis met de KFC. Verder geen bijzonderheden.

Daags erna het hierboven beschreven Windsor gedoe. Mooi, enorm, potsierlijk, meer kostbaarheden gezien dan te bevatten. Geweldige tuinen – als ík dat zie, dan waren ze echt mooi, tuinen interesseren me geen zier. Einde dag nette landelijke camping, niks bijzonders, nu alweer vergeten.

Het otter- en vlinderreservaat (merkwaardige combinatie, vind ik ook) in Buckfastleigh, bleek onderdeel van een bij elkaar geraapt zootje bezienswaardigheden. Een piepklein inritje met een nog wat smaller weggetje erachter leidde naar een oud stoomtreinstation met speeltuinen, wandelroute, stoffig modeltreinwinkeltje, kinderboerderij en dus een vlindertuin en otterreservaat. Geweldig dus. Gerund door über Britse bejaarde vrijwilligers. Die meteen bij ons verschijnen, zo’n 8 meter sta-in-de-weg, driftig gebarend ruimte maakten om ons zo’n beetje ín het station te laten parkeren. Waarna discussie of dat witte gevaarte niet een beetje misstond. Gewonnen door de – naar ik vermoed – leider van het stel die ons op die positie had gewapperd.

Formidabele middag, mooie vlinderfoto’s van Emma. De ottermeneer was erg verheugd met mijn aanbod om wat foto’s voor de (nogal armetierig vormgegeven) website te maken en op te sturen. Komt goed.

De parking tussen Polperro en Lansallos, uitgezocht op Google Earth – wát een uitvinding is dat! – voldeed volmaakt aan de verwachtingen. Het nabij gelegen strandje was qua afstand dan wel een eitje, qua hoogteverschil evenwel allerminst. De dag erna een fikse wandeling gemaakt, schitterend weer en dito omgeving.

Ik wilde al jaren naar een camping in The Lizard, een schiereiland, misschien meer een landpunt, in het zuiden van Cornwall. De website en recensies tonden het beeld van een hippiecamping, met ingegraven flessen, veel loslopende beesten, eigen scharreleieren en love, peace en happie-de-peppie feestbende.
Bij aankomst, opnieuw prachtig weer trouwens, werd dat beeld alleen maar bevestigd.
Nadere inspectie evenwel deed het campinkje geen goed. Op een manshoge vuilnisbelt achter de toiletten lagen een stuk of vier lekkende accu’s hun bijdrage aan een betere wereld te geven. De vrolijke bende kippen die overal los rondscharrelde bleek de hele camping gestaag van een verse laag guana te voorzien. Het moddervette varken in de ton achter onze camper snurkte keihard.

Daar was allemaal nog mee te leven geweest, als de rekening net zo hippie en seventies zou zijn als het imago deed vermoeden. Voor één nacht evenwel, zonder wifi, met krapwaterige en apart te betalen douches, op 24 april, vroeg men de lieve somme van 39 pond, bijna 50 euro. Daar is het dan ook bij gebleven, bij die éne nacht. Grote teleurstelling. Bij wat vlottere wifi zal ik een google review in het Engels achterlaten voor Henry’s Campsite, The Lizard, Cornwall. Ik vrees dat Henry niet blij gaat wezen.

zondag 19 februari 2017

Voorjaar Voorpret

Mijn onverwoestbare vertrouwen in de mensheid heeft de afgelopen tijd een tikje opgelopen. Alle grote ellende van de afgelopen 30 jaar heb ik altijd optimistisch kunnen duiden. Nee hoor, we verzinnen er wel wat op - het menselijk vernuft lost de lopende zaken heus op.

Zo heb ik het gat in de ozonlaag zien ontstaan en verdwijnen, zure regen op mijn mik gekregen en weer ontzuurd zien worden. Chernobyl ontplofte, de Muur viel en de Sowjet-Unie implodeerde. Ik heb Margaret Thatcher, Ronald Reagan, Jörg Haider, Hans Janmaat en Bush Junior de revue zien passeren. Allemaal gekomen, hoop lawaai gemaakt, allemaal nu morsdood. Doei. O nee, Bush Junior is niet dood. Jammer. Voor de continuïteit in dit stukje, natuurlijk. 

De energiecrisis is nog in volle gang, maar de gloeilamp is al vervangen en steenkool verdwijnt aan de horizon - leve de zonnepanelen & windmolenparken. Diesel verliest elke dag verder terrein - ik weet niet eens meer of ik mijn Fiat'je nog moet inruilen voor een nieuwe diesel of dat ik op Jesse Klaver's Modesto Electric Average moet wachten.

Afbeeldingsresultaat voor milli vanilli
Ik heb Boney M. overleefd; kind van de Seventies immers. Maar ook, wellicht veel erger, Milli Vanilli. UB40. Rick Astley. Falco. Europe. Maar toch vooral Milli Vanilli. En dat zijn nog alleen maar de Eighties. Daar ben ik trots op, dat ik daar overheen gekomen ben. Zonder enige vorm van councelling. Beetje drugs, dat wel. Maar wat wil je ook.                                                                                             Nu evenwel maak ik tijden mee die ik niet voor mogelijk had gehouden. Mijn geliefde Verenigd Koninkrijk dreigt de Europese Unie te verlaten. Het is alsof je verstandige oom, de enige die naar de universiteit geweest is, na een door een altijd dronken familielid verpeste verjaardag ineens besluit dat hij niet meer mee wil doen met Kerst en Oud Op Nieuw. Je snapt het ergens wel, maar je hoopt dat het niet zo'n vaart zal lopen. 

In de Verenigde Staten, het land van de onbegrensde halvegaren, hebben ze, in een baldadige bui van volslagen verstandsverbijstering, een paranoïde malloot tot president gekozen. Na acht jaar Obama - beschaving, terughoudendheid, eloquentie en intellectuele vastberadenheid  -waren de Rednecks het zat. Zo kon het niet langer. Er moest wat gebeuren. Dus kozen ze een megalomane, psychopatische vastgoedmaffioso tot machtigste man ter wereld. Je kan zeggen wat je wil, je verveelt je nooit met die lui. Es zien wat de komende jaren brengen, qua vooruitgang en beschaving. 

Waar wilde ik eigenlijk naartoe, ook al weer? Niet naar Amerika voorlopig, in ieder geval. Goed. Het is bijna maart. Ik moest gisteren even naar de winkel. Zonder jas liep ik in het waterige zonnetje te mijmeren dat de lente er aan komt. Een wat dronken vliegende hommel kwam, als om de gedachte te ondersteunen, even op de mouw van mijn rode vest zitten. Iets te vroeg opgestaan, denk ik. 

Voorjaar. De camper, onze Polly Dipsie, is nog op vakantie in Duitsland. Op een onwaarschijnlijk afgelegen industrieterrein in Norverich wordt het gezwel boven de cabine, beter bekend als de alkoof, door een gepensioneerde camperklusser gereviseerd. Een kalme, bedachtzame man met eeuwig en altijd een leesbril op, die op zijn ooie dooie de rotte multiplexdelen verwijderd heeft en vrijwel het hele gezwel herbouwt. Hij zit deze week in Fuertoventura - van mijn centen - maar volgende week gaat hij weer verder. De foto's zijn veelbelovend. Nog een paar weken, dan is Polly weer klaar. 

Om de zaken nog wat nodeloos ingewikkelder te maken kreeg ik van mijn verzekerings-maatschappij bericht dat ze er mee ophouden. Failliet - toch duur, campers verzekeren, blijkt. Dus moet Polly elders ondergebracht en opnieuw gekeurd. Daarvoor moet ze van Norverich naar Budel. So bloody what, hoor ik u denken - maar wait for it, wil ik daar tegenover stellen. De winterschorsing, die van november tot half april loopt, laat niet toe dat ik van de Nederlandse wegen gebruik maak in die periode. Je betaalt voor een geschorst voertuig namelijk geen wegenbelasting. De boete bij eigenwijzigheid is niet mals: als je wordt gepakt, mag je de niet-betaalde belasting van 76 euro per maand alsnog voldoen. Vermenigvuldigd met een factor drie. Keer het aantal jaren dat de camper in je bezit is. 

En gepakt wordt je; ik weet dankzij www.spitsmijden.nl dat Big Brother op de A2 iedere dag - jazeker, iédere dag, mijn kenteken registreert. Dus Polly zal de dans niet ontspringen, mocht ik zo onverstandig zijn om de kortste verbinding tussen twee punten te nemen. 
Ik zal dus vanuit Norvenich naar Aken, Luik, Hasselt en Lommel rijden om stiekem achterlangs Nederland te penetreren. Mijn mazzel kennende zul je zien dat ze net die dag bij Budel-Schoot aan het controleren zijn, op dat stukje onverharde Limburgse karresporen van anderhalve kilometer vanaf de grens naar de garage. 


Eénmaal in de garage gearriveerd kan een team van deskundigen een verzekeringswaarde komen vaststellen en mag ik premie gaan betalen. Hoe saai wordt dit verhaal, hoor ik u denken? Nou, saai. De APK keuring kan dan namelijk ook gedaan worden. Eigenlijk is dat fout, APK-keuring; APK staat immers voor Algemene Periodieke Keuring. Als je APK-keuring zegt dan zeg je dus eigenlijk Algemene Periodieke Keuring keuring en dat is dubbelop.  
Ik denk niet dat de APK problemen op zal leveren, maar ja, je weet het natuurlijk nooit, met de APK. Zo'n APK, dat is altijd weer afwachten. Je kan het voertuig nog zo goed onderhouden hebben, je weet nooit wat ze bij de APK vinden. En ja, dan moet er natuurlijk wat aan gedaan worden, anders wordt hij APK-afgekeurd en dan moet je een herkeuring doen. Nee, het is niet niks, zo'n APK. 

Ondertussen hebt u - als u er nog bent, lieve lezer - vast begrepen dat ik me een beetje zit te vervelen. Schrijven leidt af, dan. Tussen de alinea's door evenwel ben ik ook met andere dingen bezig; net nog een leuk filmpje op Facebook gezien van een man die van zijn motor valt. Daarnaast echter staan er een paar tabbladen open met de topografie van Cornwall - daar gaan wij, en nu dus ook dit stukje, naar toe namelijk. Ah, de subtropen, palmbomen, zon, zand en zee. Bijna goed - zon, rotsen en zee. Want inderdaad, als gevolg van de Gulf Stream, heeft de universiteit van Exeter lang geleden vastgesteld dat het klimaat van Cornwall vergelijkbaar is met dat van delen van Mexico en Vietnam. 

Afbeeldingsresultaat voor gulf stream affect cornwallSnow falling annual average (1981-2010)

Minder dan 3 maanden per jaar is de temperatuur er (af en toe...) lager dan 10 graden Celcius, om maar eens wat te noemen. Sneeuw is helemaal bijzonder daar.  Het is, heus eerlijk waar, officieel subtropisch klimaat. Daarom vindt je er palmbomen, papegaaiduikers, dolfijnen en walvishaaien. Zeehonden in soorten en maten. Onderstaande foto's zijn niet gemaakt op Mallorca maar in Cornwall. 

Tresco Abbey Gardens
THE TAO OF CLIMATE CHANGE. newiching.com/blog












Afbeeldingsresultaat voor basking shark cornwall


Cornwall has a temperate Oceanic climate (Köppen climate classification: Cfb) and has the mildest and sunniest climate in the United Kingdom, as a result of its southerly latitude and the influence of the Gulf Stream.(Wikipedia)








During the early spring and summer months, warmer water moves from the Atlantic into the coastal waters of the western UK, encouraging greater marine productivity, particularly in the hotspots such as Cornwall and Scilly. (The Shark Trust, UK)





Eind april, als de voorjaarsvakantie begint, stappen we in Calais op de boot. 's Avonds om 20 uur vertrekken, om 20u30 aankomen na anderhalf uur varen - jaja, tijdverschil dus. We overnachten op de promenade in Dover, wat we eerder deden en goed beviel. De volgende ochtend rijden we door naar Polperro. Daar gaan we een paar dagen blijven, om in de twee weken daarna langzaam naar The Lizard te meanderen.  Zin in.

woensdag 21 december 2016

Kerstmis - Het Kerstpakket anno 2016

Vroeger kreeg je met kerst een -nauwelijks - gepimpte kartonnen doos. Alle personeelsleden kregen dezelfde kartonnen doos. Daarin vond je dan crackers en een vaag chemisch geel kaasje. Een pot pittige augurken en een duur uitziend blikje  met een chique Franse naam met een herder en een berglandschap erop bevatte uiteindelijk  ordinaire leverworst. Vieze leverworst. Daarnaast een fles rode - altijd rode - wijn met een label erop dat vooral reclame maakte voor het bedrijf dat je deze traktatie cadeau deed en een waxinelicht-houder. Een rieten broodmandje, een veel te klein kaasplankje en een bot kaasmesje completeerden het geheel. 
Sinds de aanslag op de Gouden Koets zijn waxine-licht houders uit de gratie. Goede rode wijn is bij de Lidl zó goedkoop dat het bocht met het label van je firma uiteindelijk veel te duur bleek. We komen óm in de broodmandjes, botte mesjes en kleine klote-kaasplankjes. Smerige leverworst is er nog steeds, inclusief exclusieve etiketten; in iedere supermarkt drie-honderd-zeven-en-twintig varianten in diverse graden van onsmakelijkheid. Het chemische gele kaasje van elf jaar geleden ligt gewoon nog steeds achter in je koelkast -en het ergste is dat het nog steeds eetbaar is. De kartonnen doos staat op zolder onverwoestbaar te wezen met oude fotoboeken erin. 

Tegenwoordig gaat dat heel anders. Jij krijgt een fraai vormgegeven email van jouw werkgever waarin jij wordt uitgenodigd om je onder te dompelen in de Christmas Experience 2016. Jij krijgt een inlogcode voor de speciale website van het speciaal geselecteerde bedrijf dat jouw XMAS onvergetelijk zal maken.  

Trillend van de opwinding log jij met jouw code in - een wat complexer proces dan jou van tevoren duidelijk is gemaakt. Eénmaal succesvol daarentegen kun jij kiezen uit speciaal voor jou geselecteerde geschenken. Dan gaat men er in mijn geval evenwel gemakshalve vanuit dat jij een zij bent; het stikt van de wijvencadeautjes op de website, van smoothiemakers en couch-blankets van echte synthetische wol tot Speciaal voor jouw Spa-ervaring geselecteerde Hammam-producten en een fraai driedelig setje siervaasjes. 
Niks accuschroevendraaier, niks leren handschoenen, niks zakmes, niks whiskyglazen.  Niks pechlamp, niks radarverklikker, niks bierpakket, niks universele afstandsbediening of dashboard/spycam combinatie. Zelfs geen miniatuurdrone. Of een gootsteenontstopper. Niks.

Dus in arren moede bestel ik dan maar een setje bordjes en schaaltjes in sfeervolle blauwtinten, met het idee om de kerstdis er mee op te frissen - al was het maar vanwege de suggestie 'Pimp your XMAS dinner - 2016 Style!' die knipperend op de betreffende internetpagina wordt weergegeven. 

Jij kunt jouw bestelling- ter waarde van maar liefst 100 (HONDERD!) punten ophalen in jouw ziekenhuis, op een moment dat het jou schikt! Als het maar op 22 of 23 december is! Vóór vijf uur 's middags!

De smoothiemaker - sorry Anne-Marie - kost 100 punten (HONDERD!). Het cadeau zou zo'n 25 tot 30 euro waard moeten zijn. Ik denk dat het ding voor 6,95 te koop is bij de Xenos. En dat 'ie niet meer dan 5 keer gebruikt kan worden zonder kuren te krijgen of domweg kapot te gaan. In de categorie duurzame producten scoort het ding niet best, vrees ik. 

Het kan evenwel treuriger. Mijn bordjes zijn inmiddels geleverd - door de kerstpakkettenboer van mijn vrouw, die met een vergelijkbare tekst dezelfde bordjes een week eerder aan de man heeft gebracht. Waardoor het setje in míjn kerstpakket niet meer leverbaar was. Ik mag het op de 27e op komen halen, dan leveren wij jouw bestelling na, sorry voor de overlast. 

De 27e januari 2017, wel te verstaan. En om het nog wat pijnlijker te maken: de exclusieve bordjes en serveerschaaltjes heb ik ondertussen ook in de winkel zien staan. Bij de Action. Voor Action Prijzen. Dus voor ongeveer 4 euro 30. Dat ben ik dus waard, volgens mijn werkgever; voor 4 euro 30 aan aardewerk en voor zo'n 25 euro aan glanzende, holle en inhoudsloze marketingpraat. 

Doe mij maar zo'n doos, komend jaar.






donderdag 1 december 2016

Midwinter

December Solstice  heet het ook wel. Midwinter.  In 2016 is het op 21 december. In de Noordelijke Hemisfeer is het de Winter Solstice - dan zal het in het zuiden wel de Summer Solstice zijn. En ja hoor. Het valt op een woensdag dit jaar, geeft de Gregoriaanse kalender aan.  Midwinter. Om 10 uur 44, om precies te zijn.


Op maandag 31 oktober 2016 hebben we de laatste dag van onze herfstvakantie gevierd op de Gaasper Camping in Amsterdam, de school-herfstvakantie verlengend met één dag. We moesten immers naar Paul Simon in de Ziggo en zo. In 2015 Rotterdam, een hele week, herfstvakantie bij de havens; in 2016 het polderland van Haarlem en omstreken; met dank aan Annie, die nu zo langzaam aan wel genoeg klauwen in ons leven heeft gezet. De eerste keer dat E van A alleen thuis mocht blijven. J en L echter wilden nog maar even in de buurt blijven vandaar dat de bestemming in de herfstvakantie enigszins binnen de p moest blijven - qua afstand dan.

Honderd twee en zeventig dagen tussen de laatste dag van de herfstvakantie en de eerste dag van de voorjaarsreis. Mothafocka. 182 dagen is nota bene een héél half jaar.  Daarom ook dit tussentijdse verslag; ik probeer de moed er in te houden om deze donkere en voor mij altijd wat sombere periode door te komen. 


Winter is niet mijn favoriete seizoen. Het is koud, je ruiten zijn bevroren, de verwarming maakt lawaai en kost veel geld, de bomen zijn kaal, de wind is schraal, net als je lippen. Kinderen jengelen dat ze niet willen fietsen, de files zijn somberder dan ooit, daglicht is een vage herinnering. 

Ik ben geboren in november maar eerlijk is eerlijk - wat is dát een waardeloze maand. In november lijkt het alsof het altijd november is. In november lijken 30 dagen op levenslang. Elk jaar weer. In oktober valt het weer regelmatig mee, zelfs in Schotland - ik kan het weten. In november valt helemaal niks meer mee. Je breekt je nek over pappige bladresten nét voor je deur; je bent al dood voordat je ook maar in de buurt van je auto komt. En anders kom je wel om twee dagen voordat je afspraak bij Kwikfit gepland is. Bij een aanrijding die je níet had gehad op de winterbanden die je wilde laten monteren. Je wankele huwelijk strandt definitief - en strand is wel een héél cynisch woord in november - omdat die leuke collega op het juiste moment je vrouw wél warm weet te krijgen. 

Je verwarmingsketel houdt ermee op - natuurlijk op vrijdagavond. Je onderhoudscontract, zoals je (nu wél) meteen te binnen schiet, heb je niet verlengd vorig jaar. Vergeten. Voor het eerst in dertien jaar. Vernikkelen tot maandag, want dit is het eerste koude weekend - en de vaste klanten gaan voor. Je mooie leren handschoenen, die je in januari - bij plus 8 - kocht - zijn geweldig. Kon je ze nou maar allebéi vinden. 


Nee, doe mij maar de glorieuze helft van het jaar tussen maart en oktober. De tijd van het jaar om te reizen, waarin werk een hinderlijke onderbreking is van de avonturen op de wegen van Europa. 
Het wordt een bijzonder voorjaar. De alkoof van de camper wordt deze winter vernieuwd. In de voorbije jaren is er veel vocht tussen de multiplex constructiedelen gekomen; dat resulteert in wat onze Duitse reparateur heel elegant en subtiel "Schrott" noemt. Voor slechts de prijs van 8 nachten in de goedkoopste kamer van het Amstel Hotel Amsterdam zit er een nieuwe slaapkamer op ons dak. 

Vooralsnog echter is het winter, traditioneel de tijd waarin in dit huis alles stuk gaat. Het begint meestal met wat lampen - dat is nog te hebben, die ga je meer gebruiken in het najaar, daar kan een mens mee leven. Dan gaat er een auto stuk - in dit geval een leeglopende band, twee weken geleden. Vervolgens is de huishoudelijke apparatuur aan de beurt. Leest u even mee? In één week tijd hebben de keukenweegschaal, mijn mooie nieuwe keukenmachine en één van beide ovens de geest gegeven. Dat is lastig cake maken, zonder weegschaal en met een handmixer. Hij is desondanks briljant gelukt overigens, mijn bonbonbloc cake met in port casks gerijpte whisky. En in diezelfde whisky gewelde rozijnen. 

Maar goed, ik dwaal af. Volgend voorjaar gaan we, mét nieuwe slaapkamer, terug naar Zuidwest Engeland. Cornwall en Devon - deze keer een minder razende race dan de eerste keer dat we er waren, in 2012, toen met Roos. In een oude huurcamper uit Nijmegen. Met zijn zessen. Bergop niet harder dan 60 kilometer per uur. Een dorstig oud kreng waarmee we op de terugweg nog zonder benzine zijn komen te staan. In één week: Sittard - Calais, 321 kilometer. Dover - Land's End is 365 mijl, net geen 600 kilometer. En dan weer terug. 



Dees keer gaan we 15 dagen. Met zijn vieren. We gaan vooral wat meer wandelen en fietsen - almaar rondracen is ook leuk maar de rotskusten verdienen meer aandacht dan een blik in het voorbijgaan. Er zijn zeldzame vogels, zoals papegaaibekjes. Je kunt er vanaf de rotsformaties zeehonden en basking sharks - als je mazzel hebt - zien. Basking Sharks zijn walvishaaien in het Nederlands, zeven meter lange monsters die enkel plankton eten. 


Daar het klimaat in Cornwall tegen het subtropische aanzit, verwachten we prima weer; het is al volop lente daar tegen de tijd dat we aankomen, eind april. De palmbomen zijn toch al het hele jaar groen; de overige tropische begroeiing zal bloeien in de periode dat we er zijn. Ook Saint Michael's Mount, het kleine en onbekende zusje van Mont Saint Michel - zelfde kloosterorde - wil ik nog wel eens zien. Het is er niet half zo druk en al helemaal niet zo toeristisch en megalomaan als in Frankrijk. Wel heel mooi gerestaureerd en je kunt met een bootje teruggebracht worden als het vloed wordt tijdens je bezoek. 


Verder is er in Porthcurno een in de rotsen uitgehakt openluchttheater met als decor de Atlantische Oceaan. Daar wil ik graag een kijkje nemen. Liefst een voorstelling zien - iets van Shakespeare, lijkt me toepasselijk. Nee, dat komt wel goed daar in Cornwall. Het pond staat laag, Brexit is nog niet doorgezet dus de grens over dat gaat wel lukken... kortom, laat maar komen, dat voorjaar.








vrijdag 16 september 2016

Op een mooie Pinksterdag

Er is zelden een moment in het leven waarop je denkt: "Dát was génánt! En állemaal míjn schuld! Kom, ik schrijf er een blog over!"
Dat is dan ook de reden dat ik nu pas,  met de nodige terughoudendheid, een poging doe om mijn grootste blunder van de afgelopen twintig jaar - ja heus - met jullie te gaan delen.
Ik zou het graag doodzwijgen. Als ik een manier zag om dat voor elkaar te krijgen zou ik daar dan ook zeker gebruik van maken. Essentieel echter, wanneer je besluit een poging te doen tot herschrijven van de geschiedenis, is de aanwezigheid van getuigen. Daar ik niet van plan ben om mijn eigen gezin te decimeren kom ik er dus niet onderuit om jullie een in ieder geval tenminste dééls correcte versie van dit onaangename, uiterst pijnlijke verhaal voor te schotelen.

Vanzelfsprekend is al dit wollige geneuzel bedoeld om zoveel mogelijk van mijn lezers te vervelen, zodat ze afhaken en filmpjes van schattige katten op Facebook gaan bekijken. Dat draagt dan weer bij aan de relativering van mijn gepruts; als er steeds meer mensen afzien van lezing van het onderstaande, hoef ik aan steeds minder mensen uit te leggen wat me in godsnaam bezield heeft.

Nog even geduld. Doorzetten blijkt, beloof ik bij deze, de moeite waard. Mijn laatste verslag komt uit Bovec, Slovenië. Zondag 14 augustus, goeie ouwe tijd, toen vader nog een held was en altijd gelijk had.

Vader was een mooie held
Vader was de baas
Vader was een duidelijke mengeling van onze lieve Heer en Sinterklaas 

Vanuit Bovec - de braafste van alle spannende toeristenvakantie-bestemmingen - zijn we door de Dolomieten gereisd. Nou kan ik van alles verzinnen, poëtische beschrijvingen geven, foto's delen en zo maar daarmee doe ik de Dolomieten te kort. Ga daar naar toe. De bergen zien er uit alsof het opgestoken middelvingers zijn. Het weer was verpletterend mooi. Dat droeg bij aan de impact van de omgeving. God wist wellicht niet altijd wat Hij deed maar toen hij zat te kleien in Noord-Oost Italië had Hij een goede dag. De Dolomieten - gaat dat zien. Nondeju. 
We hebben overnacht aan een obscuur stuwmeer - Lago (di?) Sauris. Op de kaart uitgezocht. Route er naar toe gekenmerkt door bespottelijk smalle tunnels en dito scherpe bochten. Resultaat: geen toerist te bekennen, de smalle parkeerstrook met fabuleus uitzicht voor ons alleen, superfoto's en één van de mooiste wilde camperplaatsen ooit. 

Daarna- nog wat nazinderend van de fantastische beelden van de Dolomieten - hebben we overnacht op een doodgewone heuvellandcamping. Nauwelijks noemenswaardig, ware het niet dat we er een Nederlandse die-hard fietser het leven gered hebben door hem een fatsoenlijke maaltijd voor te zetten. Was gezellig. Hij is bewaker in een gevangenis in het Noorden van Limburg en heet Michel Vosbeek. En de bosboer die me een flink bord lokaal geplukte wilde paddestoelen voor in de risotto cadeau deed mag evenmin onvermeld blijven.

Daags erna hebben we de nettowinst van de gratis plek bij Lago Sauris er onmiddellijk doorgejaagd. Een - zeker heel mooie en vast hooggeëerde - camping vlakbij Innsbruck was het doel. Na de gebruikelijke formaliteiten bij de meertalige receptie -wat altijd een alarmsignaal is - kregen we een peperduur uitziende map met plattegrond, activiteitenoverzicht, weersvoorspelling en voordeelbonnen. Dat is géén best teken. Te meer daar de map in het Nederlands was. Zonder spel- stijl- of taalfouten. Kortom, 70 euro per nacht. Om te piesen, beetje stroom, wachtrijen voor de douche en o-ver-al Nederland sprekende mannen, vrouwen en kinderen. Ware het de Titanic, ik was aan boord gebleven.
Naast ons stond een verhuurtent. Voor die tent een krijtbord: "Welkom, Familie Megens uit Boxtel"(écht).
Terwijl ik op zoek was naar een pistool - ik was immers al in de hel - kwam de lokale pendelbus naar Innsbruck voorbij. Vooruit dan maar, je vergalt zo'n reis ook maar met suïcidaal geklooi - dan maar naar de stad.

Jullie zitten nog steeds te wachten op de échte ellende. Jaja, die komt er héus wel aan. Beetje respect; ik schrijf niet alléén maar voor het entertainmentgehalte voor mijn 174 volgers maar ook om een verantwoorde familiekroniek bij te houden.

De middag in Innsbruck was aangenaam. Het weer was geweldig. De stad gezellig; ik was er eerder maar herinner me niet dat er iets bijzonders was. Nu wel. De Altstadt was sfeervol; veel toeristen (net als wij, niet Roomser dan de Paus), gemoedelijk, leuke winkels, terrassen en kroegjes.

Op weg terug naar de bus zagen de dochters een groepje jongedames met papieren winkeltassen. Een grote mate van agitatie was het gevolg. Wat bleek?
In een lusteloos en lelijk winkelcentrum aan de achterkant van het station van Innsbruck is onlangs de eerste Oostenrijkse vestiging van de modeplaag Primark neergestreken. Gelukkig was er een koffiebar (niks koffie, halve liter troostsap) naast die ellende. De koffiebar had comfortabele stoelen en snel Wifi. Een deel van deze tekst is daar aan mijn brein ontsproten. Bram naast mijn stoel. Het arme beest is ondertussen omgerekend zo'n 98 jaar oud (14×7) en zo oud voel ik me soms ook. Vooral als ik naast de Primark op mijn gezin zit te wachten, nog onzeker over de schade die met een creditcard aangericht kan en zal worden. We - Bram en ik -  zaten elkaar dan ook zwijgend en vol broederlijk begrip aan te kijken. Ik boven mijn bier en hij boven zijn waterbak.  Peinzend over het leven.

Morgen kan ze zwanger zijn
Kan ook nog vandaag 
Het kan van de behanger zijn
Of van een lange zanger zijn
Of iemand uit Den Haag

Na Innsbruck hebben we op de weg naar huis nog even in Frankrijk, op een camperplaats in de Elzas overnacht. Terloops stevig herrie staan maken met een stuk banlieu-tuig - niet ouder dan 21 jaar  - uit Parijs, die samen met zijn zwangere vriendin de ene na de andere sigaret rokend en beide met een fles goedkope rosé aan het hoofd, in een gewone auto een enorme ruime camperplaats bezet hield. Op mijn verzoek om een beetje plaats te maken kreeg ik nogal wat Franstalige bagger naar mijn hoofd. Moe en geïrriteerd, boos terugscheldend, uiteindelijk de brui er aan gegeven en vol wraakgedachten maar scheef op een te klein plekje overnacht.

Nou, vooruit dan maar, daar gaan we.

Op naar huis! Nog maar 350 kilometer, uurtje of vier, vijf rijden. Vroeg weg, het Frans gespuis hun roes laten uitslapen - korte fantasie over het leeggooien van het WC-tje over hun auto - en en route. Nog even bij de hypermarché, lekkere dingen inslaan. Vol blikken, flessen en potten - au revoir.
Terug Duitsland in, tuffend over de autobahn, goedgemutst - moe maar tevreden. Uitkijkend naar rustige middag thuis, langzaam op het gemak de camper uitruimen, undsoweiter, undsofort.

Mooi niet. Een BMW-Polizei-Motorrad op een verdrijvingsvlak stond op zijn gemak file te veroorzaken. Beetje schamper mopperend over onze vrienden van de Autobahn-Polizei tuften we verder. Eventjes. Toen moeste we achter cette motorrad aan een parkeerplaats op; routine controle. Banden, papieren, gordels; allemaal in orde. Even wegen nog. Oeps. Ik weet al sinds jaar en dag dat we te zwaar zijn- de camper is leeg al bijna zijn wettellijk maximum-gewicht; laat staan met passagiers, bagage, water, boot, buitenmeubilair, volle tank diesel - want nét goedkoop in La France getankt. 
Dus. 650 (!) kilo te zwaar. Voordat de moraalridders onder jullie nu los gaan; het gaat om het wettelijk, niet om het technisch maximumgewicht. Chassis, assen en banden zijn in staat tot 5 ton te dragen, dus link is het niet maar belastingtechnisch en rijbewijstechnisch mag het niet. Meer dan 3,5 ton: opwaarderen bij RDW, hoop meer belasting betalen, payage wordt 2 keer zo duur, verzekering wordt duurder en o ja, even rijbewijs C halen - nog eens 2000 euro aftikken.
Dus rijden er in heel Europa duizenden campers zoals wij rond; veilig maar zwaar. En dat mag niet. En daarom zijn er soms routine-controles. Waarbij gewogen wordt. En streng gekeken. Waarna je moet lossen (water vooral) en gewicht herverdelen; de vooras was lang niet maximaal belast dus zware dingen voorin, op de passagiersstoel. Stik, nog steeds te zwaar. 

Zware rommel moet eruit; de boodschappen dus. De net aangeschafte blikken, potten, flessen en zakken met fnalles werden aan een sympathiek Hollands stel overgedragen, die het wel in hun Volvo een paar haltes mee wilden nemen. Nog te zwaar; tafeltje en boot eruit en de politiemevrouw kneep een oogje dicht en stuurde 2 mensen plassen bij het wegen. Ruim 3850 kilo; 10% overschrijding, vooruit dan maar, waarschuwingsbekeuring van 35 euro en nooit meer doen - knipoog van de agente als toetje.

We komen nu zo langzamerhand bij mijn tijdelijke vlaag van verstandsverbijstering. Na dit hele gedoe konden we dus weg; de gedumpte tafel en boot stonden treurig bij de prullenbak naast de camper te wachten op de vuilnisdienst of een nieuwe eigenaar. Nog even lunchen voor we verder gaan. 

En toen besloot ik om van een wat vervelend oponthoud een drama in vier bedrijven te maken. Ik startte de camper, keek om me heen, zag geen juut en riep baldadig tegen de dames achterin: "Pak gauw de boot en de tafel, dan gaan we er van door!" En zo geschiedde.
Bad, báááád idea. Tante Juut zag het tóch, hield ons staande en er was geen sprake meer van knipogen, mevroj was not amused. Nicht amusiert. 
Kordaat, vastberaden en stellig werd mij medegedeeld dat ik nú geen clementie meer hoefde te verwachten: 3500 kilogramm. Und kein Gramm mehr. 
Ik kan hier uren over praten - zo lang duurde het ook - maar bottom line: Liel en kids met taxi "naar het station" (de volgende parkeerplaats) en ik moest zó lang spullen uit de camper slopen dat hij uiteindelijk leek op een Canadese houthakkershut - volledig uitgekleed. Op een hete parkeerplaats in Duitsland. 250 kilometer van huis. 
De uit de camper gesloopte spullen konden bij een Nederlandse vrachtwagenchauffeur in de (koel!)trailer. Samen met een ander Nederlands gezin, met een veel te zware (en wel heel gevaarlijke dus) caravan, geregeld. 
Okee, het is inmiddels fünf uhr. De juten beginnen te vertrekken; ik weeg minder dan 3500 kilo; mijn camperinhoud, inclusief reservewiel en alle kussens, is in een koeltruck op weg naar Helmond, Nederland; de boodschappen zijn al lang aangekomen in Hardinxveld-Giessendam. Ik mag weg. Dus ik rijd naar de volgende stopplaats, alwaar mijn gezin zit te wachten tot pappa het geregeld heeft. Instappen, wegwezen.
Mooi niet. Opnieuw juut, opnieuw preek, dat was de afspraak niet. Verbod om door te rijden, paspoort inleveren. Uiteindelijk veel over en weer overleg - het werd een beetje pesterig, dat gezeur van de juut; Tante Polizei nam het allemaal wel érg persoonlijk op. Ik spreek prima Duits en heb mijn mening over dat gepest dan ook omstandig en nogal boos staan uitleggen. Sommige agenten waren het ook wel er mee eens, Wenn es Genügt, Genügt ess - en dus mocht Liel met Emma in de camper dóór; ik moest met Totte  en een bult bagage achterblijven en opgehaald worden. Matilde stapte daarom dus in de auto in Sittard, op weg naar mijn Tankstelle. 

En toen moest de wet van Murphy nog toeslaan. 

Herinnert u zich de terloopse opmerking over de inhoud van de koeltruck? Staat u het woord "Reservewiel" nog enigszins voor de geest? Dus kreeg Lilian, voorbij Aken, in het zicht van de finish, een kapotte rechtervoorband. Het loopvlak liet los, zoals dat wel eens gebeurd bij vrachtwagenbanden, en richtte nogal wat schade aan. Liel was met geklapper en gedoe voorzichtig dóórgereden - nooit verstandig, maar volstrekt begrijpelijk als je weet dat je geen reservewiel meer bij je hebt.

Deze dag heeft wel het bestaansrecht van de mobiele telefoon in één klap op de kaart gezet. Door de communicatie met caravangezin wist ik waar mijn spullen in de koelvrachtwagen naar toe gingen; het aardige stel uit H-G nam onze boodschappen dan maar mee naar huis; Matilde kreeg route-instructies; Lilian coaching over wegslepen en afspraken met de lokale Mercedesdealer - en kon me later laten weten waar we haar op konden halen, toen Matilde Totte en mij opgepikt had. Snapt u het nog?

Het was 23 uur 55 toen we met zijn allen thuis binnenvielen; met onze huisraad en camper verspreid over 4 lokaties (thuis: personen  en deel van de bagage, boodschappen in de garage in hardinxveldgiesendam,kussens en reservewiel gekoeld in Helmond en de camper - met de rest van de bagage-  in Eschweiler).

Inmiddels is alles weer op zijn plek. Spullen thuis, met dank aan Arend! Camper in de stalling - weer compleet. Boodschappen opgehaald - met dank aan Matilde. En een grote deuk in mijn ego.

Vader is een hypocriet
Vader is een lul
Vader is er enkel en alleen maar voor de centen
En de rest is flauwekul
Ik wou dat ik nog 1 keer met mijn dochter aan het handje lopen kon
op een mooie Pinksterdag, samen in de zon


Tot volgend jaar