vrijdag 29 juli 2016

Op naar het zuiden

Ik zit in de schaduw van een bescheiden berg uit te kijken over Berchtesgaden. Nou ja, er staat een heg vóór, maar het zou kunnen. De plaats waar ooit Hitler's Adelaarshorst stond is op loopafstand en vanochtend bezochten we Dachau. Zojuist reden we langs Mauthausen. Het is, kortom, een historisch beladen begin van onze reis.

Gisteren zijn we vertrokken uit Zitterd. Na 630 kilometer zijn we op de eerste noemenswaardige plek terechtgekomen: Der Freistaat, onze overnachtingsplek. Een camperplaats bij een camperdealer - eerder vertoond, niks bijzonders dus. Fout. Der Freistaat is een moloch van een bedrijf. Ik heb nog nooit zó veel campers bij elkaar zien staan. Allemaal nieuw, geprijsd tussen de 50 en 300 duizend euro. Ik schat een stuk of vierhonderd. Dat is een conservatieve schatting. Ongelooflijk. 

We vonden een plekje op één van de vier parkeerterreinen die beschikbaar waren voor passerende campers. Gratis; stroom 50 cent per Kwh. Naast een stel met een bakbeest van een Niemann-Bisschoffs Wohnmobil (uit het duurdere segment, zeg maar) ons bescheiden Pollietje geparkeerd. Mevrouw Niemann had in de Alpen nogal onverstandig liggen zonnen en tomaatrode benen met blaren en kwark. De kwark ter verkoeling, werd ons medegedeeld. Patiënte had evident pijn en genoeg eerste- en tweedegraads verwondingen om een shockje niet ondenkbeeldig te maken. Dus zuchtend en puffend de lidocaine en flamminal tevoorschijn gehaald om het schaap een béétje redelijke nacht te bezorgen. Mevrouw blij, de camper in om de bikiniregio met pijnstillende gel te bestrijken. Waarop Meneer Niemann-Bisschoffs haar toesnauwde dat ze wel voor de bekleding van zijn camper moest uitkijken. Échte liefde.

Vanochtend dus doorgereden naar Dachau. Ik was er al eens geweest maar de rest van het gezin niet.

Het was net als de eerste keer een indrukwekkende en surrealistische ervaring. De banaliteit van het kwaad (de ovens die er uit zien alsof ze uit een lokale traditionele bakkerij overgenomen zijn), de kille efficiëntie van de indeling van de gebouwen, de leegte - de meeste barakken zijn alleen nog te herkennen aan hun fundering - alles draagt bij aan de bedompte sfeer. De zon scheen af en toe, een mooie zomerdag - er waren veel mensen in korte broeken en van die blonde dingen met diepe decolletés en spiegelzonnebrillen.  Dat vond ik, gezien het beleefde verzoek op de borden bij het vrij toegankelijke terrein, nogal onthutsend. Anderzijds, laat ik maar blij zijn met het feit dat ze er tenminste naar toe gaan - hoewel ik het idee had dat ze meer op zoek waren naar de souvenirshop en de snackhoek dan dat ze iets begrepen van wat daar gebeurd is. 


Okee. Na deze indrukwekkende wandeling hebben we de camper genomen om even naar Berchtesgaden te rijden. Dat viel tegen; erg veel file onderweg, we hebben bijna 4 uur over de afstand gedaan die we in 2 uur hadden moeten  kunnen doen (moooooiiiiiiieeeee taal, dat Nederlands, 4 werkwoordsvormen op een rij!).
Hier gaan we dit weekend zitten acclimatiseren, in ieder geval tot zondag, misschien wel tot maandag - als de camping een plekje voor ons heeft, ze konden maar 2 nachten toezeggen. Het weer is prachtig, de bergen hoog en fraai en het zwembadje is betrekkelijk warm. Morgen wordt het 28 graden. So long allemaal.

zondag 17 juli 2016

Zomer 2016 – inleidende beschietingen

Schwitzen in Wiesbaden. Ganz toll. Het is warm hier, dat lijkt me duidelijk. Vrijdag zijn Lilian en ik per campert vertrokken om een lang weekend, met als hoogtepunt het concert, met zijn tweeën door te brengen. Na een bomvolle week – proefwerken, extra vergaderingen, dochter in Spanje undosweiter undsofort.
Op de heenweg zijn we gestopt in een dorpje bij Kerpen, waar Michael Schumacher vandaan komt en waar een groot en belangrijke verkeersknooppunt – héél origineel Kreuz Kerpen genoemd – ligt. In dat dorpje, waarvan me de naam nu even ontschoten is, ligt KuckiMobil GMbH. De vanuit Sittard dichtstbijzijnde Rimor-dealer. Daar wij een Rimor Camper hebben was dat dan ook geen toeval. In Nederland is er geen leverancier / dealer van dat merk.
De reden voor ons bezoek aan Koekie was, zoals de trouwe lezers van dit blog vast weten, de almaar aanhoudende problemen met de alkoof – de bult voorop de camper waaronder een (de laatste tijd veel te vaak nat) tweepersoonsbed.
De – van origine - Poolse staf van Kucki kwam er aanvankelijk niet uit. Moest er nou een poging gedaan worden om de boel te repareren met een misschien nog verkrijgbaar onderdeel? Of waren er drastischer maatregelen nodig?
Zoals we in The Lake District Ian hebben leren kennen, werd dees keer Jürgen uit de hoge hoed getoverd. Jürgen is de seniormonteur onder de oude rotten in het vak. Jürgen kan alles maken. Als Jürgen geen oplossing weet, vergeet het dan maar.
Jürgen kwam kalmpjes aanslenteren, zag, op zijn gemak het probleem bestuderend, wat er aan de hand was en overwon. Er moet een nieuwe alkoof op. De buitenzijde bestaat uit plaatdelen die, indien vervangen, over een jaar of wat weer dezelfde scheuren gaan vertonen. Jürgen kan iets dat bijna niemand kan. Hij maakt met de hand een nieuwe buitenwand voor de alkoof, uit één stuk, gebogen van het dak tot de voorruit.
Nou doet Jürgen dat met evidente vreugde en de nodige vakkundigheid, er stond een voorbeeld van zijn werk. Jürgen doet het evenwel niet um sonst. Laten we het erop houden dat campers geld kosten. Zeker 12 jaar oude met lekkende alkoofkappen.
Deze winter wordt Polly Dipsie, kortweg Polly, zoals ik heb besloten de camper vanaf nu te noemen, een maand in een fraaie ruime Werkstatte in Nörverich (zó heet het durrep!) van een kosmetisch en functioneel nieuwe voorgevel voorzien. Rupsje Nooitgenoeg had ook gekund. Maar Polly dus. Voor de DSM-5 lozen onder u: Polydipsie betekent onbedwingbare, onlesbare dorst.

Na deze aanslag op ons toekomstige budget – verantwoord vanwege de lange levensverwachting en beduidend hogere dagwaarde van Polly na deze interventie – hebben we bij de naastgelegen Rewe onze boodschapjes gedaan. Met zijn tweeën is dat bijzonder. Zó klaar, om te beginnen. Geen druk, niemand die zit te wachten. Alleen maar hoeven nadenken waar je zélf zin in hebt. En dan valt het bij de kassa ook nog mee – immers maar einkaufen für zwei, geen kar vol zooi.

Door naar de Rijn – voorbij Koblenz, waar Moezel en Rijn bij elkaar komen, zuidwestwaarts. Overnacht aan de Rijn, in een dorp dat geloof ik Bacharach heet. Kasteel boven het dorp, stokoud. Volstrekt uitwisselbaar met alle dorpen aan de rivier met een kasteel. Gemoedelijk gekeuveld ’s avonds met een Oostenrijker – goeje vent want fotografeert met Nikon. Hij had in de voorbije jaren aan allerlei fotowedstrijden meegedaan en daarmee een cruise, een vliegvakantie naar Indonesië, een lang weekend in een thermalbad en een nog te innen weekje Turkije gescoord. Nou is daar net een staatsgreep aan de gang dus wanneer dát er van komt weet ik niet.
Bijtijds naar bed want snode plannen.

Na het ontbijt (4x roerei op 2 dikke bammen) ben ik namelijk op mijn nieuwe Jan Janssen Tour De France Campagnolo, zoals mijn racefiets voluit heet, gestapt om de laatste 50 kilometer per ijzeren (nou ja, aluminium) ros af te leggen. Moeders met Polly, ik met Jan.
Dat viel niks tegen. Langs de Rijn fietsen, weliswaar stroomopwaarts, viel reuze mee. Met de veerpont in Bingen overgestoken – naar Rudesheim, aan de overkant dus, wat al geïmpliceerd is in het woord oversteken. Daar even de weg – en de adem – kwijt; zodra je van de rivier wegfietst loopt alles in een hoek van vijfenveertig graden omhoog namelijk. Ik heb best conditie, zolang het maar vlak is ga ik als een speer. Dat tingbelletje van 2,95 is trouwens zijn geld dubbel en dwars waard; er waren hordes bejaarden op toerfietsen rustig voortpeddelend – natuurlijk náást elkaar op een tweerichtingsverkeer fietspad. Zonder belletje hadden er nou een paar aan de zuurstof, mét pilletje onder de tong, gelegen.
Niet alleen is het snelheidsverschil aanzienlijk, de racefiets is ook vreselijk stil. Bij slechtziende traag reagerende halfdove 70-plusssers is dat goed voor allerlei cardiale ellende – en ik ben hier om uit te rusten, niet om te werken.

De camperplaats in Wiesbaden ligt bovenop een berg. Als nekkebreker op het einde een lekker toetje. Het is een mooi beplante, vlakke nepcamping met een mooi – zij het karig – toiletgebouw (1 toilet, 1 douche, 40 plaatsen voor campers). Kost 12 euro per nacht, stroom, douchen en water kosten euro’tje extra. Geen camping voor te krijgen, voor dat soort geld.

Morgen gaan we de stad in; vandaag, zondag, uitgerust, beetje klusjes gedaan in en rond de camper – de schotel doet raar, de receiver is kapot, verder valt het wel mee. De satnav is ge-updated. Het weer is, als gezegd, goed; ook lekker buiten zitten lezen vandaag. Morgen Wiesbaden Schtadt; vooral ook morgenavond David Gilmour. Weersverwachting 26 graden, tschuss!!



donderdag 26 mei 2016

Sittard, 26 mei 2016. Ingewikkeld.


Soms is het leven ingewikkeld. Hartsop, het hiervoor beschreven gat in the toch best hooggelegen Lake District, was het einde van mij  live verslag. Niet bewust, meer per ongeluk, geen tijd en zo, eindigde het verslag van de reis door Noord-Engeland bij Ian. Nou zijn er beroerdere eindes te bedenken aan je verhaal. Ik bedoel, een finish met een raspaardje van oude Engelse adel, wat wil een mens nog meer. 
Het past evenwel niet. Van Hartsop naar Kingston Upon Hull is het 165 mijl, zo'n 250 kilometer. Dat is, gezien de stappen van deze reis, een niet te verwaarlozen afstand. Daar het landschap per kilometer verandert zou het grof en On-Engels Onbeleefd zijn om zomaar dat prachtige stuk land onbeschreven achter te laten. Daarnaast is het tussen woensdag 4 mei - Hartsop dus - en zaterdag 7 mei - inschepen in (Kingston Upon-) Hull - wel een heel groot gat met niks. Derhalve nu de beschrijving van het eind van onze reis en vooral ook de inleiding naar de volgende. 

Achteraf hadden we best even in Hartsop kunnen blijven. Het wiel was vervangen, de omgeving was verpletterend - en doctor Who hield toezicht. Een mooie wandeling, in de richting van één van de bergwatervallen op de heuvels was een prima idee geweest. Spijt, moet ik eerlijk toegeven, is dan ook mijn deel. Soms wordt het reizen met de camper een doel op zichzelf; we leren steeds meer over het optimaal gebruik van de vrijheid die het ding met zich meebrengt. En dat kan dus ook betekenen dat je eens níet verder reist. 

Toch maar weer op weg, dus. Het was een moeilijke dag - correctie, ik had een moeilijke dag. Erg moe en chagrijnig, kortaf en geprikkeld - zonder veel aanleiding. Snel gefrustreerd ook, als de dingen niet zo lopen als gepland - wat nou niet echt bij het karakter van een camperreis past.  Daar heb ik wel de hele vakantie last van gehad, helaas. Terugkijkend was het een leerzame reis - ik ben wel aardig aan het roofbouwen geweest de afgelopen twee jaar. Daar moest ik maar eens wat aan gaan doen.

Op de terugweg - dus weer in Yorkshire. 
River Ure is een vrij onooglijk riviertje, her en de niet meer dan een wat ruim uitgevallen beek, in het midden van Yorkshire Dales National Park. Toch kennen jullie het stroompje bijna allemaal, mits je Robin Hood - Prince Of Thieves (1991)  van Kevin Costner (met die vreselijke soundtrack van Bryan Adams en Sting - "All For Love") hebt gezien. De ontmoeting van Robin Hood met Little John - het stokgevecht in de watervallen - is gefilmd in Aysgarth, in de watervallen die toepasselijk Aysgarth Falls heten. Nou, mooi dat we daar ook geweest zijn.

Ik correspondeer nog vrijwel dagelijks met de beheerder van het theehuis aan de waterval - maar dat heeft meer te maken met het feit dat ik mijn hoed daar heb laten liggen dan aan de diepe relatie die we hebben ontwikkeld tijdens ons bezoek. We hebben trouwens koffie gedronken. In het theehuis. De watervallen zijn mooi. Mijn hoed komt er aan. Alles komt goed.

Overnacht hebben we op een parkeerplaats onder de bomen aan een riviertje met een fraai park. Ik weet bij God niet meer waar dat was. Wel dat ik er achter kwam dat een onverlaat - ik noem geen namen - het frontraampje in de alkoof niet goed gesloten heeft, waardoor het onderweg door de rijwind met geweld opengeklapt is. Fikse schade; effe 550 euro aftikken. Ach, geld zat (not). 's Ochtends kwam de supermarkt ook op de parkeerplaats staan; in die kleine dorpen kun je online je boodschappen doen en ze dan in standaardkratten ophalen op een centraal afleverpunt. 
ASDA (in dit geval) staat daar dan met een busje vol kratten te wachten tot de boerinnen (allemaal schapenfarmers hier, mijn god, wat een hoop schapen hebben we gezien) hun kruidenierswaren komen ophalen. 
Naar York. Binnen twee maanden naar New York en Oud York, wie doet ons dat na? Nou ja, mensen uit York die naar New York gaan bijvoorbeeld. Maar toch. De eerste nacht op een lokale franchise van The Caravan Club, laten we die "Club no. I" noemen. Dat is een beetje Adidas-Puma. Of Left Twix Right Twix.
Je hebt namelijk ook The Caravanning and Camping Club (The FRIENDLY Club!), "Club II" dus. Vrijwel dezelfde vlaggen, zelfde idee, landelijke club, ledenvoordeel enzovoorts. Het is nu al de derde keer of zo dat ik me vergis; als NKC (Nederlandse Kampeerauto Club) krijg ik bij Club I géén en bij Club II wel (aanzienlijke!) korting. Tot en met het inschrijven verloopt alles hetzelfde, pas wanneer ik mijn pasje afgeef gaat de administratie-mevrouw van Club I vies kijken. We don't accept that card here. Vervolgens blijkt club I voor members alleszins redelijke tarieven te vragen maar voor zwervers als wij de hoofdprijs. Wordt dan lid, zeg je? Dat kost 65 pond - en dat haal je er met twee nachten weer niet uit. Wanneer je nadere uitleg vraagt over de verwarrende overeenkomst krijg je te horen dat er maar één club is die de moeite waard is - en dat is natuurlijk de club waar je net staat. Ik vermoed dat hier een diepe caravanvete, een uit de hand gelopen kampeerconflict, tentenherrie dan wel bivakbroedermoord achter zit. Niemand wil er over praten. Zal wel iets Brits zijn.

We konden maar één nacht blijven op de betreffende stadscamping. Niet geboekt - stom, bij steden moet je altijd vooraf reserveren, daar is het altijd druk. De volgende ochtend zijn Liel, Stijn en Totte alvast de stad ingelopen en Emma en ik zijn naar een andere camping, net buiten de stad, gegaan en met de fiets terug naar Downtown York gereden.

York is erg mooi. De stad is met respect de 21e eeuw ingeloodst. De gebouwen zijn oud maar goed onderhouden, het heeft grandeur en stijl, dat stadje. Er hangen weinig tot geen neonbakken aan de gevels, geen schreeuwerige vlaggen en posters. Het straalt waardigheid en ingetogenheid uit. Zeker eens doen als je in de buurt bent. Het aantal winkels waar met een ernstig gezicht krankzinnige dingen verkocht worden (hele winkel vol serieuze replica's van middeleeuwse zwaarden en schilden, om eens wat te noemen) is ook de moeite van het noemen waard. De "Old Guys Rule" winkel vol kleding (met die tekst) voor kerels die trots zijn op hun uitgezakte ouwe lijf is een ander voorbeeld. 

Nu moet ik het toch over de jas gaan hebben. In Keswick, 2 blogs geleden en 130 mijl noordwestelijk van York, liepen we een winkel binnen waar we de paraplu voor Hadewych kochten - en een nieuwe beurs voor Lilian. Maar dat terzijde. Er hingen daar lange herenjassen van het zachtste leer dat je maar wensen kan. Ik passen; als gegoten. Met mijn hoed op. Ik kon zo meedoen bij de cast van Unforgiven. Alleen geen pistool. 
Mooiiiiie jas. Niet gekocht; wel lang lopen dralen, hij was 50% afgeprijsd - en dat was geen verkoopsmoesje, je kunt eraan zien dat het een retedure jas is. Na afprijs toch nog 300 pond, geen kattepis.

Zie je hoe ik net onopvallend overschakel naar de tegenwoordige tijd? Dat komt omdat ik 'm in York alsnog gekocht heb. Het was karma - ik heb er dagen over lopen dubben, of ik 'm niet tóch had moeten kopen en zo. Toen ik in York dezelfde winkel tegenkwam en hij daar - in mijn maat - ook hing was ik er wel uit. Ik was ondertussen wel mijn hoed kwijt dus voor het Unforgiven Effect heb ik ook maar een nieuwe hoed gekocht, bij Marks And Spencer. Als vervroegd verjaarskado éénmaal jas & hoed. Ik word tenslotte 50, een argument dat ik dit jaar nog wel een  aantal keren van stal zal halen. Daarnaast is de jas veel te warm om nu mee rond te lopen nu, dus in de kast tot november of zo.

De camping buiten de stad was wel een bijzondere. Het was een soort ouderwets woonwagenkamp met oud-ijzerhandel, roestige bootjes, kapotte oude auto's, losse troep aan de randen van het terrein met iets dat voor een haventje door moest gaan. Splinternieuw toiletgebouw en electra-voorzieningen, dat wél;  de overstromingen van dit voorjaar hadden dat noodzakelijk gemaakt.
De tent werd gerund door een slordig getatoeëerde dame op leeftijd, die door het gebrek aan volledig gebit moeilijk te verstaan was en wiens spaghetti-haar al een poosje niet meer in de buurt van het nieuwe douchegebouwtje was geweest. Ze regelde alles met een potloodstompje en een vieze grote kantooragenda (uit 2014) en rekende doodleuk de hoogste prijs voor één nacht die ik sinds Florence, Italië, voorbij heb zien komen. Vanzelfsprekend kon er alleen cash betaald worden en heb ik nooit iets gezien dat op een bonnetje leek; een beduimelde uitgescheurde pagina achteruit de agenda (11 december, in 2014 een donderdag) met de code voor het toiletgebouw (1234) was het enige schriftelijke bewijs dat ik kreeg. 

Na het vertrek 's ochtends, op weg naar de Ferry in Hull, hadden we tijd om in York naar het National Railway Museum te gaan. Zoals gebruikelijk in Groot-Brittannië is de entree voor nationale musea gratis. Ik herhaal: in heel Groot-Brittannië, dus ook in London, kun je gratis de nationale musea in. 
Leuk museum, niet erg druk - voorseizoen heeft zo zijn voordelen - en heel veel enthousiaste vrijwilligers die op de treinen stonden om tekst en uitleg te geven.  
Ingescheept maar niet voordat we eerst nog een enorme supermarkt bezochten. In de vriezer hier ligt een half lam en de voorraadrekken puilen uit met hier niet verkrijgbare levensmiddelen. Dat is voor mij altijd een hoogtepuntje, dat winkelen in het buitenland; ik doe er kook-inspiratie voor de rest van het jaar op. Hoogtepuntje op de boot: stomdronken stel - niveautje white trash in het kwadraat - koopt tax-free grote fles wodka om er pas na afrekenen achter te komen dat je die pas de volgende ochtend mag ophalen en niet meteen meekrijgt. Leuke discussie om mee te luisteren was dat.

Tja, en nu zijn we al weer bijna 3 weken terug. Het meegebrachte Ale, Lager en Bitter is nog niet op. En ik wacht op een gelegenheid en gezelschap om dat dooie schaap te ontdooie. Meld je aan, dan ga ik aan de bak.

Eind juli gaan we naar Slovenië, Venetië en de Dolomieten. Zwaar leven. Ik zal jullie op de hoogte houden.

woensdag 4 mei 2016

Hartsop, The Lake District

Je kunt opnieuw niet beweren dat onze reis geen avontuur is.
De voorbije dagen hebben we alle aspecten van het Engels weer leren kennen. Na jarenlang – volkomen terecht – te hebben beweerd dat het best meevalt met dat weer in Engeland, krijgen we dit jaar een indruk van wat met recht “typisch Engels weer” genoemd wordt. Four seasons in a day, noemen ze dat hier. Dat klopt bijna. Alleen de zomer ontbreekt. Je kunt van de regen in de hagel in de sneeuw in de zon terecht komen hier, binnen één uur. Van mist en verdwenen bergen in de ochtend naar weidse haarscherpe uitzichten gaan zonder van plaats te veranderen. Effe wachten, nieuw uitzicht.

Wat hebben we gedaan? Gereisd met een oudere camper met alle bijbehorende gedoetjes. Lekkages, in twee tempi uiteindelijk opgelost, van  - natuurlijk – de alkoof. Dat is, voor de niet-ingewijden, het gezwel boven de cabine. Lullig is dat Tjeu – van de Horne, onze camperboer – de hele winter de tijd heeft gehad om de naden van de alkoof, die verleden jaar al enige permeabiliteit lieten zien, te controleren – en dat nagelaten heeft, vanwege ziekte chef werkplaats en zo. Ik had hem nog zó (echt waar!) geadviseerd om voor zijn hartritmestoornissen nou eens naar het Catrien te gaan.
Okee, uiteindelijk de lekkage verholpen. In eerste instantie een klein lekje verholpen met hulp van een lokale mobiele caravan-reparateur - die niets wilde hebben voor zijn inspanning, overigens. Dat was maar goed ook trouwens, want het lekte zo mogelijk nóg erger de dag erna. Ik heb zelf maar even gekeken – niemand anders die het dak op wilde in de kletterende regen – en een joekel van een scheur in de kit dichtgeplamuurd. Problem solved.

Waarvan akte. De startaccu is bijna dood; elke ochtend hoop ik dat het ding start – het ding start. Voor zolang het duurt. Dient vervangen. Het Rimor Informatie-paneel van de camper is dood. Reanimatie zinloos, R4-codering: geen handelingen behoudens het verlichten van lijden. Dient vervangen.
Nou de reis weer, maar vrees niet, meer pech volgt. We waren in Coniston, verleden keer. De alkooflekkage kwam daar aan het licht. Uitgebreid rondbellen, op zoek naar een garage, leverde weinig op; het afgelopen weekend was een lang weekend (Boxing Day, noemen ze dat hier om een of andere reden; maandag vrij) en de belangstelling voor een noodreparatie in het toch al zo dichtbevolkte zuiden van het Lake District was niet echt overtuigend.
Vandaar dat we uiteindelijk op een obscuur plekje, op de hoek van een failliete kroeg en een tegenovergelegen buurthuis/ kerkje in Millom (waar? Millom!) stonden te wachten op de mobiele reparateur van 3 alinea’s geleden. Het program had hierdoor wel schade opgelopen, dus enige aanpassing was noodzakelijk. Nadat we ons van Millom-Buiten naar Downtown Millom hadden verplaatst om daar boodschappen te doen zijn we verder getrokken naar het hart van het district van de meren. Een prachtige tocht langs de kust van de Ierse Zee naar het noorden, al snel het binnenland in leidend en na getankt te hebben in Muncaster (waar? Muncaster!) zij we in Gosforth (waar? Gosforth!) rechtsaf geslagen de échte bergen in (nou ja, hoger dan 1500 voet worden ze hier niet).

Enfin, we hebben wild gekampeerd aan één van de vele meren die hier te vinden zijn. Met op de achtergrond Scaffel Pike, de hoogste berg van Engeland, en achter ons een Brit met een aggregaat, die tot een uur of acht stond te laden. Very unsophisticated, my dear.
De volgende ochtend zijn we naar de Honister Slate Mine gereden, de enige nog actieve leisteen-mijn in het Verenigd Koninkrijk. En dan nog overleeft het ding alleen maar door de centen die de toeristen – wij dus -  meebrengen voor bezichtigingen en pervers dure souvenirs. Het is, dat moet gezegd, wel mooi leisteen. Smaragdgroen en houdt 400 jaar, of je het nou op je dak spijkert (met werveluitsteeksels van schapen, heb ik geleerd) of als aanrechtblad (erg mooi, eerlijk is eerlijk).

De tour door de mijn leverde een aantal mooie plaatjes op – zie daar. Einde rondleiding? Okee. Hup in de Rimor en op naar Keswick, alwaar een fraaie camping en maar liefst twéé nachten op rij verbleven. Kutweer, winkelen, creditcard – slechte combinatie van factoren. Niet te lang op ingaan; verder dus. Emma heel mooie tweedjurk gekocht.
Vandaag op weg naar Hartsop, korte stop bij de Castlerigg Stone Circle. Fraai gelegen tussen de heuvels, altijd weer fascinerend, een 4500 jaar oude – de nodige hernia’s op zijn geweten hebbende – magische cirkel van loeiers van stenen, om onbekende redenen, met onbekende middelen boven op een berg geplant. Gepicknickt. Nee, niet in de cirkel, netjes een eindje verderop.
Dus door naar Hartsop. Langs Lake Uilswater, het mooiste (klopt) en lastigst bereikbare (klopt ook) meer van allemaal. De route tussen Windermere en Keswick, een naar omstandigheden comfortabele zéker 2 meter brede weg, is dit voorjaar weggespoeld. Daarom moeten toeristen als wij gebruik maken van écht smalle, kronkelige en steile weggetjes. Ik vind dat evenwel niet erg.
Het wordt evenwel minder als je met je vrachtbak op een anderhalfsbaans weg rijdt, bergaf in dit geval, en er plots zeer onplezante geluiden hoorbaar worden. Met het oplopen van de inspanning die de auto moest leveren nam de factor verontrustendheid qua geluid toe. Kut. Motor. Of toch de bak? Hoe dan ook – hoe nu verder? Moeizaam  - want geen gelegenheid - gestopt, geluisterd – lijkt toch niks? Verder. Geluid alleen maar erger. Fokfokfok. Sleepdienst, repatriëring, eerdere boot, extra kosten, hotel regelen, middle of nowhere, K@tK@tK@t. Plekje zoeken om weer te stoppen, moeilijk, verkeer achter je, stress, gedoe. Zegt één van de kinderen: ik hoorde een tijdje terug een sissend geluid, kan dat wat zijn? FAKKARDEFAKKERDEFAK. Blijkt het gewoon een lekke band.
Wat me weer kennis heeft doen maken met Ian. Nadat ik de instant repair kit, in de vorm van een robuuste spuitbus, los had gelaten op het betreffende weigerrubber – met opzienbarend resultaat – konden we de resterende 12 kilometer naar de geplande camping voltooien. Op halve kracht weliswaar maar mooi dat we er waren. Met een inmiddels weer leeglopende band.

Aan de balie van deze camping, ik lieg niet, staat een hooguit 23-jarige bebaarde langharige met een lange, verschoten paarse Prince-jas uit de jaren ’80 te doen alsof hij Doctor Who is. Later heb ik zijn vriendin ontmoet – een mollige (zeer) jongedame met een moeilijk verstaanbaar accent, ik vermoed Manchester. Dat weet ik omdat zij sprak tegen hun ongeveer 5 maanden oude, erg charmante spruit, geslacht totnutoe onbepaald.
Met mijn lekke band – en vooral met mijn 5 rotsvaste wielmoeren-  moest ik het van deze reparatieservice dan ook niet hebben. Ik vroeg dan ook, moedeloos, om de lokale monteur dan wel de ANWB. Beardy Prince klom in de telefoon, voerde een kort gesprek en sprak de onsterfelijke woorden: “Ian is coming”. Hij keek me hierbij aan met een blik die duidelijk er van uit ging dat ik daarmee tevreden moest zijn . Meer was er niet. Ian komt, dus alles komt goed.
Mijn nieuwsgierigheid, zoals u begrijpt, was gewekt.

Een kwartiertje later komt er – natuurlijk – een oude, jagersgroene Landrover aanrijden waaruit een energiek jong manspersoon springt. Met een voor zijn leeftijd grote overmaat aan zelfvertrouwen en een nauwelijks hoorbare aardappel in zijn keel – Eton, schat ik, niet ordinair naar Cambridge of Oxford geweest. Engelse landadel van het edelste soort. Ian dus. Ik werd binnen een halve minuut “chap” genoemd en het varkentje zou wel even gewassen. Na wat gereedschap te hebben gehaald aan de slag, samen het wiel verwisseld, een vruchtbare en effectieve coöperatie. Uitgebreid babbelend. De camping was van Ian – nou ja van de familie – en overigens, alles wat ik zag om me heen – een wijds gebaar naar de omliggende bergen – was van de familie. Zijn baan was het beheer van de camping. Nou ja, voor het dagelijkse baliewerk heeft hij natuurlijk Doctor Who / Prince, en poetsen van de toiletten, dat valt volgens mij evenmin onder zijn taakfunctie-omschrijving; ik vermoed dat mrs. Manchester hier verantwoordelijkheid voor draagt.

In de winter is het niet zo druk, vertelde Ian.  We stonden vrijwel alleen op de camping, nu begin mei, dus in het voorjaar is het mijns inziens evenmin afzien – maar dat terzijde. In de winter kon hij dus wel even weg om te skiën, meestal in de Alpen, daar had de familie nog een lodge. Klusje inmiddels geklaard. Of Ian een goede whisky bliefde? Ik heb nog nooit iemand zó lang zien nadenken. Uiteindelijk maar niet, on duty en zo, dus er van tussen in de Landrover. Mij ietwat jaloers achterlatend. Zwáár leven, die man.

donderdag 28 april 2016

Coniston, Cumbria. The Lake District

 Het weer is zó wispelturig dat de dagen er langer door lijken te duren. Op één dag: ’s ochtends strakblauw, glashelder en stralende zon; kort daarop gevolgd door donker grijsgrauwe onweersluchten, waardoor het bijna donker wordt, gevolgd door hagel- en sneeuwbuien. Even zo vrolijk piept de zon weer tevoorschijn – nog geen half uur nadat elk moment de zondvloed leek uit te gaan breken heb je prachtige periodes met zon, omlijst door knerpend witte wolken die pijn aan de ogen doen.

Vanuit Oswaldkirk zijn we via de Abdij van Rievaulx naar Grassington gereden. Niet dat die namen jullie veel zullen zeggen maar ze klinken zo lekker. Wood Nook Camper Park, Skirethorns, Grassington om precies te zijn. Een boerderijcamping van de oude stempel maar met formule-1 WIFI, tot grote vreugde van de kinderen. Vanuit Yorkshire Moors natural park naar Yorkshire Dales natural park. In North Yorkshire. Bent u er nog?
Rievaulx Abbey is een enorme ruïne waar je, naar goed Engels gebruik, gewoon doorheen mag lopen zonder dat er om de haverklap een zenuwachtige suppoost loopt te piepen en te verbieden, zoals bij ons te doen gebruikelijk. Fraai, middeleeuws in sfeer en grofheid, mooie foto’s kunnen maken – vind ik zelf. 



Vanuit Rievaulx naar Brimham Rocks. Een rotsformatie die in de vallei tussen Moors en Dales ligt, mooie omgeving, makkelijk klimmen, uitgestorven; alleen een klasje brave Engelse schoolkinderen kreeg een cursus teamwork van de lokale gids. 


Op de rustdag – dat betekent: geen camperkilometers - hebben we een geweldige wandeling gemaakt over een heuvelrug achter Wood Nook, richting Kilsney. Daar ligt namelijk een forellenkwekerij. Alwaar tussen de buien door 5 forellen gehaakt en geslacht zijn die we des avonds al – vis moet vers zijn – verorberd hebben. Het was een tering-eind lopen maar niemand geklaagd en iedereen blarenvrij terug.



Gisteren zijn we via Malham – Gordale Scar, een lieflijke kloof met een mooie waterval, (waarachter een elfenprinses woont – je zou het geloven als je er bent) overgestoken naar het gewest Cumbria, alwaar het Lake District te vinden is. Die oversteek had wat voeten in aarde. Dwars door de heuvels van Yorkshire rijdend, hellingen alom. Dat is niet zo erg behalve wanneer je met 4 ton aan camper op een smalle steile helling moet stoppen achter een bange bejaarde. Nou had hij reden om bang te zijn; er lag 5 centimeter sneeuw op de weg. Ja heus. Als je mij niet geloogd, vraag het maar aan de kinderen. Eenmaal zonder momentum was er voor ons geen weg voorwaarts meer. Ik heb mijn rijvaardigheid bewezen door een meter of 50 te glibberen door een straatje met aan weerszijden die heerlijke pittoreske stapelmuurtjes. Achteruit. Met een bocht erin. En gekeerd op het eind. Geen schade.



We hebben overnacht in een dorpje net voorbij Windermere, op de parkeerplaats van een park vlak bij het meer. Vroeg naar bed, allemaal doodop.

Vandaag is het weer pas écht kwalitatief uitermate teleurstellend. Aanhoudende regenbui, van vanochtend tot nu zonder onderbreking. We zijn verkast naar een camping, naast Coniston Water, een kleine kilometer zuidelijk van Coniston. Emma en Stijn zijn nu, met een grote paraplu, te voet onderweg om dat dorpje aan een nader onderzoek te onderwerpen. Lilian doet de was samen met Charlotte. Ik zit te bloggen en te nippen van mijn nieuwste aanwinst: ik heb me bezondigd aan een 30 (!!) jaar oude blended Scotch, Tasgall, eigen merk van ASDA. Tasgall betekent Cauldrun Of The Gods, de ketel der Goden. Nou weet ik dat zo net nog niet maar verrekte lekker, dat is ‘ie wel. De groeten, ik ga er nog een kleintje van proeven. 



zondag 24 april 2016

Oswaldkirk, North Yorkshire

Goed. Dag 2 zit erop. We zijn onderweg, geen onvoorziene gebeurtenissen. Sitard- Rotterdam, beetje file, verder geen gedoe. De check in bij P&O was een verademing. Vriendelijke, meertalige loket- en douane-medewerkers die behulpzaam en attent ervoor zorgen dat alles soepel loopt. Het is alweer bijna gewoon om de ferry-stress die je te wachten staat wanneer je in Calais of Duinkerke aan boord gaat, als de natuurlijke gang van zaken te accepteren. Dat, mes dames et messieurs daar in La Douce France, blijkt evenwel flauwekul. Het kan ook simpathique, mes amis. Stelletje eikels daar.

De hond in de kennel, dat was ook voor het eerst. Het oude mormel echter vindt eigenlijk alles wel goed, alleen van de dierenarts raakt hij nog van het patje. De dames in het gezelschap hadden er dan ook meer moeite mee dan de al kalm induttende hond in het betraliede hokje.

Rustige overtocht, weinig wind en dus weinig deining. Ontschepen, praatje bij de douane, op richting vliegveld. Terug om de hond te halen (nee hoor). Stijn landde precies op tijd en door de omvang van het vliegveld en de onwaarschijnlijke drukte kon hij zó uit het vliegtuig de camper in wandelen. Vrijdagavond om 18 uur vertrokken in Madrid, zaterdagochtend om 09u30 in f@cking Hull. Het jong was wat moe ervan, te meer dat hij net vier dagen schoolreis en de bijbehorende slaaptekorten er op had zitten. Ach, het is zestien, komt wel goed.

Waar je niet naar toe moet gaan, dat is Bridlington. Een kustplaatsje, noordelijk van Hull, waar er dertien van in één dozijn passen. Een helse metamorfose van wat ooit een mooi en pittoresk havenstadje was, nu verworden tot een verpauperde toeristenval met een continue verbleekte kermis en overal vreettentjes - echt om de deur kun je iets vets te eten kopen. Dikke, overal  gepiercete (ook op plaatsen die je nou niet per se hoeft te zien maar desondanks wel te zien krijgt) en volgetatoeëerde bezoekers - laten we het arbeidersvolk noemen. Lawaaiige, lompe en lelijke mensen, Engeland op zijn onaangenaamst en onaantrekkelijkst. 


Een stukje verderop, net als je het dorpje uitloopt, zie je ineens weer de Victoriaanse panden langs de boulevard, een prachtig nieuw aangelegd sport- en recreatiecentrum dat er geweldig tussen past en een breed, ongerept strand waar maar weinig mensen zijn. Misschien tweehonderd meter bij de ellende vandaan. 
's Avonds hebben we een overnachtingsplek opgezocht die er op Google Maps aantrekkelijk uitzag - en in het echt nog meer. Van de hel in de hemel. Aan de voet van een fraaie witte vuurtoren, bovenaan hoge kliffen op een mooi vlakke parkeerplaats. Het werd wel allengs kouder - en de wind en regen namen ook toe. Dat leverde een onstuimig eerste nachtje op. Stijn heeft zijn vuurdoop wel gehad. 


Vandaag wat getoerd. Are you going to Scarborough Fair? Parsley, Sage, Rosemary and Thyme. Remember me to one who lives there. She once was a true love of mine. Ik heb rozemarijn gekocht. In Scarborough. Nou ja, in Whitby, maar dat is bijna hetzelfde. 
Deze reis wordt anders dan anders. De afstanden zijn zeer beperkt; dat is nieuw. Dat verandert de aard van de dagen; waar voorheen een flink deel van de dagen opging aan het maken van kilometers, zijn we nu best snel van het ene naar het andere reisdoel. De tussenstops - vooral watervallen, heuvels, kastelen en mooie wegen om te toeren - liggen dicht bij elkaar, waardoor je er best een paar op een dag kan zien - maar ja, een mens kan maar zó veel kastelen per dag verwerken. Eens kijken hoe dat gaat de komende dagen.

Het weer wordt niet best. Vrij grauw, wel veelal droog maar vooral ook KOUD. Het gaat vriezen 's nachts. KAK, zou Rubendepuben zeggen. Ik heb qua trui wellicht wat optimistisch ingepakt, zeg maar géén trui. En al helemaal geen dikke jas. En laat ik ook maar pro-actief LPG tanken deze week dan, lullig om vast te vriezen aan je campermatrasje als midden in de nacht de kachel er mee kapt. 

We zullen zien, jullie zullen het wel lezen. Alvast maar wat foto's op FB. Tot snel.



zaterdag 9 april 2016

Yorkshire Dales en Lake District: Voorpret - alsnog.

Dit voorjaar gaan we dus alsnog - twee jaar na de oorspronkelijk geplande reis - naar het noorden van Engeland; Yorkshire en The Lake District. 
Ik gebruik doodleuk (deels) de blogtekst van 2 jaar geleden nog eens, ik schrijf immers tijdloze en - voor de vier mensen die de vorige keer gelezen hebben- zeer herleesbare teksten. Daarnaast ben ik heel bescheiden. 

The Lake District dan. 
Het district van de meren is ook een gebied vol bergen. Misschien zou het beter The Mountain District With Some Lakes heten. Het wordt gezien als de moeder van de bergsport. Nee, alpinisme is niet ontstaan in de Alpen; daar was de vaardigheid om met de bergen overweg te kunnen een survival skill. In de 19e eeuw in het Verenigd Koninkrijk begonnen de eerste contouren van wat modern toerisme zou worden, zich te laten zien. Bergbeklimnmen was een manier om, nadat oorlogvoeren (tijdelijk, dat wel) en duelleren minder gangbaar waren geworden, je heldhaftigheid te bewijzen. Natuurlijk was het de upper class die als eerste de tijd vrij kon maken om, in plaats van werk te verrichten, elitaire hobby's als trektochten door onherbergzame delen van het Verenigd Koninkrijk er op na te houden. Terwijl in de Alpen de enige noodzaak om een alp te beklimmen het redden van een prijsgeit was, hield men in de Angelsaksische traditie er andere ideeën met betrekking tot noodzaak op na. Why climb that mountain? Because it's there! Zo hebben ze de halve wereld ontdekt, veroverd en als eerste beklommen (Hillary - Mount Everest) of bezocht (Shackleton - Noordpool, wel dood, shit happens).

De hoogste berg van Engeland ligt in the Lake District. Scafell Pike is 3200 voet hoog. Beklimmen is een optie maar op en af is een dagtocht en ik denk niet dat ik de dames zo ver krijg om vroeg op te staan, de hele dage eerst bergop te ploeteren en als beloning 's middags het hele end weer naar beneden te lopen. Ik zal wel een wat bescheidenere piek opzoeken - bij voorkeur met een Primark op de top. De hoogste berg van het Verenigd Koninkrijk ligt trouwens in Schotland - dat terzijde. 

Alfred Wainwright (1907-1991) heeft vanaf 1952 zijn leven lang gewerkt aan reisgidsen voor The Lake District. Als jonge man, van zijn eerste spaarcenten samen met zijn neef op een trektocht door het gebied in de vroege  jaren '30 van de vorige eeuw was hij er dermate door gefascineerd dat hij de rest van zijn leven is gaan lopen. Hij liep als kind al veel; wandelingen van 20 mijl waren heel gewoon. Geschat is dat hij in zijn leven meer dan een half miljoen mijl (zo'n 800.000 kilometer) gelopen heeft. In het Verenigd Koninkrijk. Na zijn pensioen ging hij pas goed los. Hij vestigde zich midden in het district en ging aan de slag. Iedere dag om vijf uur in de ochtend er uit, om 9 uur 's avonds terugkomen bij zijn zus - natuurlijk was hij een ongehuwde monomane gek- aan wie hij dicteerde wat hij die dag allemaal had gezien.

Toen hij in 1991 stierf liet hij een collectie reisgidsen achter van het Lake District. Het zijn bijzondere gidsen; ze zijn uitgegeven in het pietepeuterig precieze handschrift van zijn zus, met er kris-kras tussen alle schetsjes en tekeningen die hij in zijn aantekenboekjes achterliet. Ze worden nog steeds uitgegeven, ik wil er graag eentje kopen. Ondertussen loopt een andere, minstens even bejaarde en eveneens zeer excentrieke Brit alle tochten van Wainwright nu na; hij corrigeert voor nieuwe en verdwenen paden, zodat de gidsen actueel blijven.
Dat het Lake District een inspirerende en indrukwekkende omgeving is, blijkt uit het aantal kunstenaars dat zich heeft laten verleiden om te proberen het landschap te vereeuwigen. William Turner, Sidney Richard Percy, om er maar eens twee te noemen.



Het meest beroemd in de Angelsaksische cultuur evenwel zijn de gedichten van William Wordsworth over het gebied. Het allerberoemdst is Daffodils. Zoals bijna iedereen in Nederland de regels van Marsman ("Denkend aan Holland zie ik breede rivieren, traag door oneindig laagland gaan" (etc)) kent, zo kent elke Brit wel een strofe uit het onderstaande gedicht:

Daffodils (by William Wordsworth) 

(1804)


I wander'd lonely as a cloud,
That floats on high o'er vales and hills,
When all at once I saw a crowd,
A host, of golden daffodils
Beside the lake, beneath the trees,
Fluttering and dancing in the breeze.

Continuous as the stars that shine,
And twinkle on the Milky Way,
They stretch'd in never-ending line
Along the margin of a bay
Ten thousand saw I at a glance,
Tossing their heads in sprightly dance.

The waves beside them danced; but they
Out-did the sparkling waves in glee
A poet could not but be gay,
In such a jocund company
I gazed - and gazed - but little thought
What wealth the show to me had brought

For oft, when on my couch I lie,
In vacant or in pensive mood,
They flash upon that inward eye
Which is the bliss of solitude
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the daffodils.




Ik ben niet zo van de hogere cultuur maar dit vind ik wel een mooi - en nog opvallend begrijpelijk en leesbaar, 210 jaar oud! - gedicht.  Weet iemand trouwens wat "jocund" is?

De camper staat geld te kosten in de garage in Budel. Het ding wordt uit de winterslaap gereanimeerd en voor APK en enkele kleine verbouwingswerkzaamheden. Een oudere camper mankeert altijd wat. 

En dan. En dán. Dan gáán we weer. Het Verenigd Koninkrijk, briljante combinatie van gevarieerde hartverscheurend mooie landschappen, eeuwenoude cultuur, bruisende steden en vooral uiterst aardige inwoners. Deze keer naar de Yorkshire Dales om te beginnen. Het hiervoor beschreven Lake District is voor de tweede helft van de reis. Yorkshire is het prachtige heuvelgebied waar James Herriot dierenarts was - voor de fossielen onder ons. We beginnen in de North York Moors; dat is het gebied waar Wuthering Heights van Emily Bronte zich afspeelt. Ja ja, dat is dat verhaal waar Kate Bush over zingt in de gelijknamige classic, van Heathcliff en smachtende boezems en zo.

De nieuwe versie van Google Maps werkt goed mee voor de rondtrekkende reiziger. Je kunt eigen kaarten maken met spelden erop waarbij popups komen die je zelf kan inrichten met tekst en webadressen, zodat je alles wat in de voorbereiding de moeite van het bekijken waard lijkt, aangevinkt en toegelicht kan worden. Als je daar klaar mee bent, kun je de route grofweg uitzetten aan de hand van je markeringen.

Alleen de namen al. Scarborough, Middlesborough, Whitehaven. Buttermere,Windemere, York, Haweswater, Uilswater. Veel Britser wordt het niet. Er zijn zó veel must-see markeringen op mijn kaart nu - drie jaar kunnen sprokkelen immers - dat we eigenlijk 5 weken nodig hebben om alles te zien. In tegenstelling tot het oorspronkelijke plan gaan we dan ook niet naar het zuiden, richting London; we blijven in Noord-Engeland en vertrekken met dezelfde ferry als we mee gekomen zijn.

We varen van Rotterdam naar Hull. Opnieuw nachtboot, 's avonds inchecken, lekker pitten, 's ochtends uitgerust aan land in Groot-Brittanië. Meteen Ürlaub, zogezegd (don't mention the war!). 

In Hull rijden we vanaf de boot naar het lokale vliegveld. Dat is aan de zuidkant, over de diepe voor die de monding van de River Humber in de oostkust van Engeland snijdt. We moeten namelijk onze gast ophalen. Stijn, Emma's vriend, komt op vrijdagavond van zijn schoolreisje  naar Madrid (!) terug - een uurtje nadat de boot uit Rotterdam wegvaart. Nou werkt papastijn bij Air France KLM - wat vliegen zoiets als fietsen maakt daar in Uithoorn. Stijn wordt dus 's ochtends op de vlucht van Schiphol naar Hull gezet en komt precies aan als wij de lokale Airport naderen. Humberside Airport, om precies te zijn. Ben benieuwd of ik de juiste terminal kan vinden van dat megavliegveld.

Ik zal jullie op de hoogte houden van onze vorderingen. Zowel in beeld als in woord. 

zaterdag 1 augustus 2015

The Uninvited Guest

Inmiddels zijn we een week verder en onderweg naar huis. Dat is, vanuit Barcelona gezien, geen afstand on af te raggen. We hebben immers een camper; de reis is de vakantie. 

Barcelona viel tegen. Simpel maar waar. Camping El Masnou, het zal u verbazen, gelegen in El Masnou, was onze uitvalbasis. Zwembad, tegenover strand, naast station – ideaal. Goede voorbereiding is het halve werk. De oudste camping van Spanje, sinds 1958 toeristen berovend, is een prettige en vriendelijke camping, helaas wel aanhanger van de nieuwe campingtrend: het armbandje. Al drie campings op deze reis menen dat het nodig is om hun gasten tot hun tijdelijk eigendom te bestempelen. De nieuwe kuisheidsgordel heet het disposable armbandje – kan één keer worden vastgemaakt en werkt als een magneet op elke louche aanbieder van rondvaarten, schimmige nepjuwelen, drugs en wat dies meer zij. Dat het je in een wereldstad als Barcelona onmiddellijk tot potentiele prooi van de leden van het TSZ-gilde  (tasjesdieven, straatrovers & zakkenrollers) bestempelt zal de uitbaters van de desbetreffende camping een oprechte rotzorg wezen.

Dus in de trein de handboeien maar verwijderd. Goede treinen, lekkere airco, fraaie displays met duidelijke reisinfo – tweetalig, niet te vergeten. Zowel in het Spaans als in het Catalaans. Ik verval in herhalingen.

La Sagrada Familia! De eerste middag/avond-trip naar Barca ons doel. Gevonden ook. Ondanks alle steigers, hijskranen, bouwketen en bedekkende doeken.
Het is vast een indrukwekkende kerk. Tussen de bouwvakkersactiviteiten door zie je flarden van genialiteit, prachtige details, van wat een monumentaal gebouw moet zijn. De buitenzijde echter was het aanzien nauwelijks waard, er viel geen fatsoenlijke foto van te maken - op wat detailopnames na heb ik het niet eens geprobeerd. De binnenkant hebben we niet gezien. Schikte Mrs. A. niet.

We reizen niet alleen, er is een vijfde lid in het gezelschap waar niemand om gevraagd heeft maar die wel haar stempel op onze reis drukt. 
Laten we haar Annie noemen, of Mrs. A. Annie reist de hele dag mee en neemt veel beslissingen. Ze praat mee over dagindeling, boodschappen, plotse aanpassingen in het reisschema, onverwachte ontwikkelingen en heeft eigenlijk in alles een aanzienlijke vinger in de pap. Annie is de schaduw die tevoorschijn komt als we iets spontaan anders willen doen. Schikt mij dit? Past dit in mijn schema? Kan ik dit rijmen met de gemaakte afspraken? 

Het ligt niet aan Emma. Hoewel de dwingende beperkingen van haar uit beginnen is haar dappere inzet en vastberaden weerstand tegen Annie deze vakantie zeer inspirerend geweest. Verbijsterend, ingewikkeld, onbegrijpelijk, lachwekkend, grimmig, allemaal van toepassing. Splijtend. Niet schizofreen of zo, maar splijtend. Bitter, ironisch, bijtend, zuur. Ambivalente fase noemen ze dat. Nou en óf!

Dag erna: écht sjoppen. Rambla. Het ding heet Rambla. Alle winkelstraten bij elkaar heten vast wel Ramblas maar "de Ramblas " heb ik niet kunnen vinden. Drukke, weinig sfeervolle brede straat met bomen, Grote, ik bedoel GROTE winkels met veel lichtreclame en mooie inrichting. Oude stad fraai maar zoals zo veel in Spanje, lijkt veel van wat je ziet op een decor; fraaie voorkant maar als je er goed naar kijkt is de achterkant van karton, vervallen slecht hout en vol met grafitti gespoten. Heel Spanje zit vol met graffiti. Overal waar je kijkt, graffiti. 

Waar Spanje tot mijn verbazing niét vol mee zit, is toeristen. Blijkbaar is Europa bang voor een Spaxit. De stranden van Lloret de Mar en de kust naar Barcelona zijn leeg. In Barcelona is het druk; de camping in El Masnou zat vol maar de stranden waren leeg - iets minder leeg als het weer héél goed was. Overigens vooral Spanjaarden op de stranden. Met spuitbussen voor de graffiti. 

Nee, Barcelona is de eerste wereldstad  - sprak hij licht verveeld en blasé - die ik weinig indrukwekkend vond en waar ik niet per se naar terug hoef. London, Parijs, Vegas, Brussel, LA, San Francisco - zelfs knarsetandend toegegeven Amsterdam- steden die aan de verwachting voldeden en je achteraf, jaren later, nog dingen laten zien op internet en/of TV waar je van denkt "Fuck dat heb ik óók nog gemist". Als de Sagrada tegenvalt blijft er van Barcelona weinig over, vind ik.

Andorra. Eerst door de Pyreneeeeeen- zeer matig weer, veel bergop, weinig zicht, meer Nee dan Pyre. Jammer, daar had ik wel naar uitgekeken.
Supermarkt met belastingvoordeel binnengestormd met creditcard in de ene en helaas geen Whisky Bible (want vergeten in Zitterd) in de andere hand. Groot blik olijfolie en twee flessen whisky en kratten likeur om de vrouw gelukkig te houden verder - inderdaad heel goedkoop - weer naar buiten. Nog steeds pokkeweer. Willekeurige berg opgereden, lokale begraafplaats met ruime parkeer-gelegenheid ontdekt: BINGO! Camperplaats.
Opmerkelijk is dat ze hier in de bergen efficient met de ruimte omgaan; de graven zijn een soort van kastenwand, Ikea's Billy voor urnen. Maar ook voor kisten; je kist in een kast. Er zijn aluminium trappen in overvloed; de derde verdieping immers is voor een normaal volwassen mens vér buiten bereik. Op elk graf prijkt een foto van de bewoner - en ervoor een grote bos dan wel plantenbak vol plastic bloemen en planten. 's Ochtends, om de bewoners te bedanken en na een stormachtige nacht, heb ik wat zwerfaval en rotzooi opgeruimd (om mijn schuldgevoel omdat ik de container met ons huishoudpuin belastte) en aardig wat van die omgewaaide bakken overeind gezet. 
De rit van Andorra naar Carcassonne was lang maar fraai, het weer klaarde op en de Pirunejen lieten zich van hun beste kant zien. Dat dan weer wel.

En nu dus Carcassonne. Dat stadje is wél de moeite. Loeidruk en tjokvol toeristen - wat the fuck we zijn zelf ook toeristen. Consequent fraai, geen MacDonalds, Kentucky Fried Chicken, Desigual of Primark. Fraai oud, versleten en geloofwaardig. En het weer werd ook nog beter vandaag. 
Vanavond speelt Roger Hodgson hier in de Arena van Carcassonne. Natuurlijk uitverkocht. Voor de barbaren onder u: de stem van Supertramp. Had wel mooi geweest maar zoals zoveel in deze vakantie: nét niet. Nét niet naar Coullioure, nét niet naar het Dali-museum, nét niet de Sagrada Familia goed kunnen bekijken, nét niet het goede weer toen we door de Pyrëëëeeeeeeeeeen trokken, 

We komen nu naar huis, het is goed geweest. Zegt Mrs. A. Quit while you're ahead, zeggen ze. Het is een geslaagde vakantie geweest, ondanks dat we wat eerder naar huis gaan en niet alles is gegaan zoals we wilden. 

Op de terugweg gaan we proberen om Frank, een collega die ik al twintig jaar ken en die een pelgrimage naar Santiago de Compostella loopt deze zomer, op te zoeken. Hij is ergens halverwege Frankrijk, voorbij Bourges. De kinderen heb ik zijn verhaal, doel en tijdschema laten zien en ze kennen hem niet maar willen hem dolgraag ontmoeten. Ze zijn minstens net zo onder de indruk van zijn reis als ik. Het lijkt me een passend einde aan onze trip om een inspirerende en bevlogen man één dag gezelschap te gaan houden op zijn anderszins eenzame voettocht vol moeilijkheden en ontberingen. Doet me toch ergens aan denken.