zondag 24 april 2016

Oswaldkirk, North Yorkshire

Goed. Dag 2 zit erop. We zijn onderweg, geen onvoorziene gebeurtenissen. Sitard- Rotterdam, beetje file, verder geen gedoe. De check in bij P&O was een verademing. Vriendelijke, meertalige loket- en douane-medewerkers die behulpzaam en attent ervoor zorgen dat alles soepel loopt. Het is alweer bijna gewoon om de ferry-stress die je te wachten staat wanneer je in Calais of Duinkerke aan boord gaat, als de natuurlijke gang van zaken te accepteren. Dat, mes dames et messieurs daar in La Douce France, blijkt evenwel flauwekul. Het kan ook simpathique, mes amis. Stelletje eikels daar.

De hond in de kennel, dat was ook voor het eerst. Het oude mormel echter vindt eigenlijk alles wel goed, alleen van de dierenarts raakt hij nog van het patje. De dames in het gezelschap hadden er dan ook meer moeite mee dan de al kalm induttende hond in het betraliede hokje.

Rustige overtocht, weinig wind en dus weinig deining. Ontschepen, praatje bij de douane, op richting vliegveld. Terug om de hond te halen (nee hoor). Stijn landde precies op tijd en door de omvang van het vliegveld en de onwaarschijnlijke drukte kon hij zó uit het vliegtuig de camper in wandelen. Vrijdagavond om 18 uur vertrokken in Madrid, zaterdagochtend om 09u30 in f@cking Hull. Het jong was wat moe ervan, te meer dat hij net vier dagen schoolreis en de bijbehorende slaaptekorten er op had zitten. Ach, het is zestien, komt wel goed.

Waar je niet naar toe moet gaan, dat is Bridlington. Een kustplaatsje, noordelijk van Hull, waar er dertien van in één dozijn passen. Een helse metamorfose van wat ooit een mooi en pittoresk havenstadje was, nu verworden tot een verpauperde toeristenval met een continue verbleekte kermis en overal vreettentjes - echt om de deur kun je iets vets te eten kopen. Dikke, overal  gepiercete (ook op plaatsen die je nou niet per se hoeft te zien maar desondanks wel te zien krijgt) en volgetatoeëerde bezoekers - laten we het arbeidersvolk noemen. Lawaaiige, lompe en lelijke mensen, Engeland op zijn onaangenaamst en onaantrekkelijkst. 


Een stukje verderop, net als je het dorpje uitloopt, zie je ineens weer de Victoriaanse panden langs de boulevard, een prachtig nieuw aangelegd sport- en recreatiecentrum dat er geweldig tussen past en een breed, ongerept strand waar maar weinig mensen zijn. Misschien tweehonderd meter bij de ellende vandaan. 
's Avonds hebben we een overnachtingsplek opgezocht die er op Google Maps aantrekkelijk uitzag - en in het echt nog meer. Van de hel in de hemel. Aan de voet van een fraaie witte vuurtoren, bovenaan hoge kliffen op een mooi vlakke parkeerplaats. Het werd wel allengs kouder - en de wind en regen namen ook toe. Dat leverde een onstuimig eerste nachtje op. Stijn heeft zijn vuurdoop wel gehad. 


Vandaag wat getoerd. Are you going to Scarborough Fair? Parsley, Sage, Rosemary and Thyme. Remember me to one who lives there. She once was a true love of mine. Ik heb rozemarijn gekocht. In Scarborough. Nou ja, in Whitby, maar dat is bijna hetzelfde. 
Deze reis wordt anders dan anders. De afstanden zijn zeer beperkt; dat is nieuw. Dat verandert de aard van de dagen; waar voorheen een flink deel van de dagen opging aan het maken van kilometers, zijn we nu best snel van het ene naar het andere reisdoel. De tussenstops - vooral watervallen, heuvels, kastelen en mooie wegen om te toeren - liggen dicht bij elkaar, waardoor je er best een paar op een dag kan zien - maar ja, een mens kan maar zó veel kastelen per dag verwerken. Eens kijken hoe dat gaat de komende dagen.

Het weer wordt niet best. Vrij grauw, wel veelal droog maar vooral ook KOUD. Het gaat vriezen 's nachts. KAK, zou Rubendepuben zeggen. Ik heb qua trui wellicht wat optimistisch ingepakt, zeg maar géén trui. En al helemaal geen dikke jas. En laat ik ook maar pro-actief LPG tanken deze week dan, lullig om vast te vriezen aan je campermatrasje als midden in de nacht de kachel er mee kapt. 

We zullen zien, jullie zullen het wel lezen. Alvast maar wat foto's op FB. Tot snel.



zaterdag 9 april 2016

Yorkshire Dales en Lake District: Voorpret - alsnog.

Dit voorjaar gaan we dus alsnog - twee jaar na de oorspronkelijk geplande reis - naar het noorden van Engeland; Yorkshire en The Lake District. 
Ik gebruik doodleuk (deels) de blogtekst van 2 jaar geleden nog eens, ik schrijf immers tijdloze en - voor de vier mensen die de vorige keer gelezen hebben- zeer herleesbare teksten. Daarnaast ben ik heel bescheiden. 

The Lake District dan. 
Het district van de meren is ook een gebied vol bergen. Misschien zou het beter The Mountain District With Some Lakes heten. Het wordt gezien als de moeder van de bergsport. Nee, alpinisme is niet ontstaan in de Alpen; daar was de vaardigheid om met de bergen overweg te kunnen een survival skill. In de 19e eeuw in het Verenigd Koninkrijk begonnen de eerste contouren van wat modern toerisme zou worden, zich te laten zien. Bergbeklimnmen was een manier om, nadat oorlogvoeren (tijdelijk, dat wel) en duelleren minder gangbaar waren geworden, je heldhaftigheid te bewijzen. Natuurlijk was het de upper class die als eerste de tijd vrij kon maken om, in plaats van werk te verrichten, elitaire hobby's als trektochten door onherbergzame delen van het Verenigd Koninkrijk er op na te houden. Terwijl in de Alpen de enige noodzaak om een alp te beklimmen het redden van een prijsgeit was, hield men in de Angelsaksische traditie er andere ideeën met betrekking tot noodzaak op na. Why climb that mountain? Because it's there! Zo hebben ze de halve wereld ontdekt, veroverd en als eerste beklommen (Hillary - Mount Everest) of bezocht (Shackleton - Noordpool, wel dood, shit happens).

De hoogste berg van Engeland ligt in the Lake District. Scafell Pike is 3200 voet hoog. Beklimmen is een optie maar op en af is een dagtocht en ik denk niet dat ik de dames zo ver krijg om vroeg op te staan, de hele dage eerst bergop te ploeteren en als beloning 's middags het hele end weer naar beneden te lopen. Ik zal wel een wat bescheidenere piek opzoeken - bij voorkeur met een Primark op de top. De hoogste berg van het Verenigd Koninkrijk ligt trouwens in Schotland - dat terzijde. 

Alfred Wainwright (1907-1991) heeft vanaf 1952 zijn leven lang gewerkt aan reisgidsen voor The Lake District. Als jonge man, van zijn eerste spaarcenten samen met zijn neef op een trektocht door het gebied in de vroege  jaren '30 van de vorige eeuw was hij er dermate door gefascineerd dat hij de rest van zijn leven is gaan lopen. Hij liep als kind al veel; wandelingen van 20 mijl waren heel gewoon. Geschat is dat hij in zijn leven meer dan een half miljoen mijl (zo'n 800.000 kilometer) gelopen heeft. In het Verenigd Koninkrijk. Na zijn pensioen ging hij pas goed los. Hij vestigde zich midden in het district en ging aan de slag. Iedere dag om vijf uur in de ochtend er uit, om 9 uur 's avonds terugkomen bij zijn zus - natuurlijk was hij een ongehuwde monomane gek- aan wie hij dicteerde wat hij die dag allemaal had gezien.

Toen hij in 1991 stierf liet hij een collectie reisgidsen achter van het Lake District. Het zijn bijzondere gidsen; ze zijn uitgegeven in het pietepeuterig precieze handschrift van zijn zus, met er kris-kras tussen alle schetsjes en tekeningen die hij in zijn aantekenboekjes achterliet. Ze worden nog steeds uitgegeven, ik wil er graag eentje kopen. Ondertussen loopt een andere, minstens even bejaarde en eveneens zeer excentrieke Brit alle tochten van Wainwright nu na; hij corrigeert voor nieuwe en verdwenen paden, zodat de gidsen actueel blijven.
Dat het Lake District een inspirerende en indrukwekkende omgeving is, blijkt uit het aantal kunstenaars dat zich heeft laten verleiden om te proberen het landschap te vereeuwigen. William Turner, Sidney Richard Percy, om er maar eens twee te noemen.



Het meest beroemd in de Angelsaksische cultuur evenwel zijn de gedichten van William Wordsworth over het gebied. Het allerberoemdst is Daffodils. Zoals bijna iedereen in Nederland de regels van Marsman ("Denkend aan Holland zie ik breede rivieren, traag door oneindig laagland gaan" (etc)) kent, zo kent elke Brit wel een strofe uit het onderstaande gedicht:

Daffodils (by William Wordsworth) 

(1804)


I wander'd lonely as a cloud,
That floats on high o'er vales and hills,
When all at once I saw a crowd,
A host, of golden daffodils
Beside the lake, beneath the trees,
Fluttering and dancing in the breeze.

Continuous as the stars that shine,
And twinkle on the Milky Way,
They stretch'd in never-ending line
Along the margin of a bay
Ten thousand saw I at a glance,
Tossing their heads in sprightly dance.

The waves beside them danced; but they
Out-did the sparkling waves in glee
A poet could not but be gay,
In such a jocund company
I gazed - and gazed - but little thought
What wealth the show to me had brought

For oft, when on my couch I lie,
In vacant or in pensive mood,
They flash upon that inward eye
Which is the bliss of solitude
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the daffodils.




Ik ben niet zo van de hogere cultuur maar dit vind ik wel een mooi - en nog opvallend begrijpelijk en leesbaar, 210 jaar oud! - gedicht.  Weet iemand trouwens wat "jocund" is?

De camper staat geld te kosten in de garage in Budel. Het ding wordt uit de winterslaap gereanimeerd en voor APK en enkele kleine verbouwingswerkzaamheden. Een oudere camper mankeert altijd wat. 

En dan. En dán. Dan gáán we weer. Het Verenigd Koninkrijk, briljante combinatie van gevarieerde hartverscheurend mooie landschappen, eeuwenoude cultuur, bruisende steden en vooral uiterst aardige inwoners. Deze keer naar de Yorkshire Dales om te beginnen. Het hiervoor beschreven Lake District is voor de tweede helft van de reis. Yorkshire is het prachtige heuvelgebied waar James Herriot dierenarts was - voor de fossielen onder ons. We beginnen in de North York Moors; dat is het gebied waar Wuthering Heights van Emily Bronte zich afspeelt. Ja ja, dat is dat verhaal waar Kate Bush over zingt in de gelijknamige classic, van Heathcliff en smachtende boezems en zo.

De nieuwe versie van Google Maps werkt goed mee voor de rondtrekkende reiziger. Je kunt eigen kaarten maken met spelden erop waarbij popups komen die je zelf kan inrichten met tekst en webadressen, zodat je alles wat in de voorbereiding de moeite van het bekijken waard lijkt, aangevinkt en toegelicht kan worden. Als je daar klaar mee bent, kun je de route grofweg uitzetten aan de hand van je markeringen.

Alleen de namen al. Scarborough, Middlesborough, Whitehaven. Buttermere,Windemere, York, Haweswater, Uilswater. Veel Britser wordt het niet. Er zijn zó veel must-see markeringen op mijn kaart nu - drie jaar kunnen sprokkelen immers - dat we eigenlijk 5 weken nodig hebben om alles te zien. In tegenstelling tot het oorspronkelijke plan gaan we dan ook niet naar het zuiden, richting London; we blijven in Noord-Engeland en vertrekken met dezelfde ferry als we mee gekomen zijn.

We varen van Rotterdam naar Hull. Opnieuw nachtboot, 's avonds inchecken, lekker pitten, 's ochtends uitgerust aan land in Groot-Brittanië. Meteen Ürlaub, zogezegd (don't mention the war!). 

In Hull rijden we vanaf de boot naar het lokale vliegveld. Dat is aan de zuidkant, over de diepe voor die de monding van de River Humber in de oostkust van Engeland snijdt. We moeten namelijk onze gast ophalen. Stijn, Emma's vriend, komt op vrijdagavond van zijn schoolreisje  naar Madrid (!) terug - een uurtje nadat de boot uit Rotterdam wegvaart. Nou werkt papastijn bij Air France KLM - wat vliegen zoiets als fietsen maakt daar in Uithoorn. Stijn wordt dus 's ochtends op de vlucht van Schiphol naar Hull gezet en komt precies aan als wij de lokale Airport naderen. Humberside Airport, om precies te zijn. Ben benieuwd of ik de juiste terminal kan vinden van dat megavliegveld.

Ik zal jullie op de hoogte houden van onze vorderingen. Zowel in beeld als in woord. 

zaterdag 1 augustus 2015

The Uninvited Guest

Inmiddels zijn we een week verder en onderweg naar huis. Dat is, vanuit Barcelona gezien, geen afstand on af te raggen. We hebben immers een camper; de reis is de vakantie. 

Barcelona viel tegen. Simpel maar waar. Camping El Masnou, het zal u verbazen, gelegen in El Masnou, was onze uitvalbasis. Zwembad, tegenover strand, naast station – ideaal. Goede voorbereiding is het halve werk. De oudste camping van Spanje, sinds 1958 toeristen berovend, is een prettige en vriendelijke camping, helaas wel aanhanger van de nieuwe campingtrend: het armbandje. Al drie campings op deze reis menen dat het nodig is om hun gasten tot hun tijdelijk eigendom te bestempelen. De nieuwe kuisheidsgordel heet het disposable armbandje – kan één keer worden vastgemaakt en werkt als een magneet op elke louche aanbieder van rondvaarten, schimmige nepjuwelen, drugs en wat dies meer zij. Dat het je in een wereldstad als Barcelona onmiddellijk tot potentiele prooi van de leden van het TSZ-gilde  (tasjesdieven, straatrovers & zakkenrollers) bestempelt zal de uitbaters van de desbetreffende camping een oprechte rotzorg wezen.

Dus in de trein de handboeien maar verwijderd. Goede treinen, lekkere airco, fraaie displays met duidelijke reisinfo – tweetalig, niet te vergeten. Zowel in het Spaans als in het Catalaans. Ik verval in herhalingen.

La Sagrada Familia! De eerste middag/avond-trip naar Barca ons doel. Gevonden ook. Ondanks alle steigers, hijskranen, bouwketen en bedekkende doeken.
Het is vast een indrukwekkende kerk. Tussen de bouwvakkersactiviteiten door zie je flarden van genialiteit, prachtige details, van wat een monumentaal gebouw moet zijn. De buitenzijde echter was het aanzien nauwelijks waard, er viel geen fatsoenlijke foto van te maken - op wat detailopnames na heb ik het niet eens geprobeerd. De binnenkant hebben we niet gezien. Schikte Mrs. A. niet.

We reizen niet alleen, er is een vijfde lid in het gezelschap waar niemand om gevraagd heeft maar die wel haar stempel op onze reis drukt. 
Laten we haar Annie noemen, of Mrs. A. Annie reist de hele dag mee en neemt veel beslissingen. Ze praat mee over dagindeling, boodschappen, plotse aanpassingen in het reisschema, onverwachte ontwikkelingen en heeft eigenlijk in alles een aanzienlijke vinger in de pap. Annie is de schaduw die tevoorschijn komt als we iets spontaan anders willen doen. Schikt mij dit? Past dit in mijn schema? Kan ik dit rijmen met de gemaakte afspraken? 

Het ligt niet aan Emma. Hoewel de dwingende beperkingen van haar uit beginnen is haar dappere inzet en vastberaden weerstand tegen Annie deze vakantie zeer inspirerend geweest. Verbijsterend, ingewikkeld, onbegrijpelijk, lachwekkend, grimmig, allemaal van toepassing. Splijtend. Niet schizofreen of zo, maar splijtend. Bitter, ironisch, bijtend, zuur. Ambivalente fase noemen ze dat. Nou en óf!

Dag erna: écht sjoppen. Rambla. Het ding heet Rambla. Alle winkelstraten bij elkaar heten vast wel Ramblas maar "de Ramblas " heb ik niet kunnen vinden. Drukke, weinig sfeervolle brede straat met bomen, Grote, ik bedoel GROTE winkels met veel lichtreclame en mooie inrichting. Oude stad fraai maar zoals zo veel in Spanje, lijkt veel van wat je ziet op een decor; fraaie voorkant maar als je er goed naar kijkt is de achterkant van karton, vervallen slecht hout en vol met grafitti gespoten. Heel Spanje zit vol met graffiti. Overal waar je kijkt, graffiti. 

Waar Spanje tot mijn verbazing niét vol mee zit, is toeristen. Blijkbaar is Europa bang voor een Spaxit. De stranden van Lloret de Mar en de kust naar Barcelona zijn leeg. In Barcelona is het druk; de camping in El Masnou zat vol maar de stranden waren leeg - iets minder leeg als het weer héél goed was. Overigens vooral Spanjaarden op de stranden. Met spuitbussen voor de graffiti. 

Nee, Barcelona is de eerste wereldstad  - sprak hij licht verveeld en blasé - die ik weinig indrukwekkend vond en waar ik niet per se naar terug hoef. London, Parijs, Vegas, Brussel, LA, San Francisco - zelfs knarsetandend toegegeven Amsterdam- steden die aan de verwachting voldeden en je achteraf, jaren later, nog dingen laten zien op internet en/of TV waar je van denkt "Fuck dat heb ik óók nog gemist". Als de Sagrada tegenvalt blijft er van Barcelona weinig over, vind ik.

Andorra. Eerst door de Pyreneeeeeen- zeer matig weer, veel bergop, weinig zicht, meer Nee dan Pyre. Jammer, daar had ik wel naar uitgekeken.
Supermarkt met belastingvoordeel binnengestormd met creditcard in de ene en helaas geen Whisky Bible (want vergeten in Zitterd) in de andere hand. Groot blik olijfolie en twee flessen whisky en kratten likeur om de vrouw gelukkig te houden verder - inderdaad heel goedkoop - weer naar buiten. Nog steeds pokkeweer. Willekeurige berg opgereden, lokale begraafplaats met ruime parkeer-gelegenheid ontdekt: BINGO! Camperplaats.
Opmerkelijk is dat ze hier in de bergen efficient met de ruimte omgaan; de graven zijn een soort van kastenwand, Ikea's Billy voor urnen. Maar ook voor kisten; je kist in een kast. Er zijn aluminium trappen in overvloed; de derde verdieping immers is voor een normaal volwassen mens vér buiten bereik. Op elk graf prijkt een foto van de bewoner - en ervoor een grote bos dan wel plantenbak vol plastic bloemen en planten. 's Ochtends, om de bewoners te bedanken en na een stormachtige nacht, heb ik wat zwerfaval en rotzooi opgeruimd (om mijn schuldgevoel omdat ik de container met ons huishoudpuin belastte) en aardig wat van die omgewaaide bakken overeind gezet. 
De rit van Andorra naar Carcassonne was lang maar fraai, het weer klaarde op en de Pirunejen lieten zich van hun beste kant zien. Dat dan weer wel.

En nu dus Carcassonne. Dat stadje is wél de moeite. Loeidruk en tjokvol toeristen - wat the fuck we zijn zelf ook toeristen. Consequent fraai, geen MacDonalds, Kentucky Fried Chicken, Desigual of Primark. Fraai oud, versleten en geloofwaardig. En het weer werd ook nog beter vandaag. 
Vanavond speelt Roger Hodgson hier in de Arena van Carcassonne. Natuurlijk uitverkocht. Voor de barbaren onder u: de stem van Supertramp. Had wel mooi geweest maar zoals zoveel in deze vakantie: nét niet. Nét niet naar Coullioure, nét niet naar het Dali-museum, nét niet de Sagrada Familia goed kunnen bekijken, nét niet het goede weer toen we door de Pyrëëëeeeeeeeeeen trokken, 

We komen nu naar huis, het is goed geweest. Zegt Mrs. A. Quit while you're ahead, zeggen ze. Het is een geslaagde vakantie geweest, ondanks dat we wat eerder naar huis gaan en niet alles is gegaan zoals we wilden. 

Op de terugweg gaan we proberen om Frank, een collega die ik al twintig jaar ken en die een pelgrimage naar Santiago de Compostella loopt deze zomer, op te zoeken. Hij is ergens halverwege Frankrijk, voorbij Bourges. De kinderen heb ik zijn verhaal, doel en tijdschema laten zien en ze kennen hem niet maar willen hem dolgraag ontmoeten. Ze zijn minstens net zo onder de indruk van zijn reis als ik. Het lijkt me een passend einde aan onze trip om een inspirerende en bevlogen man één dag gezelschap te gaan houden op zijn anderszins eenzame voettocht vol moeilijkheden en ontberingen. Doet me toch ergens aan denken.

zondag 26 juli 2015

Hell's Bells

Nog met wat spierpijn van het sjouwen met flessen en stijve benen van het duiken met zwemvliezen - inmiddels is mijn voorlaatste duik zeker 12 jaar geleden en mijn laatste 1 dag - zijn we vandaag op pad gegaan met grote plannen. Spanje binnentrekken, in Figueres het Museo Salvador Dali bezoeken en wild kamperen ergens langs de kust.

Elke vakantie heeft zo'n dag. Beter had je thuis gebleven, zou een Vlaming zeggen. Niet opstaan, omdraaien, in je nest blijven, overslaan. Je weet alleen nooit tevoren welke dag dat het gaat worden. Erger nog, ik weet nu niet eens zeker of dit 'm was of dat hij nog komen moet.

Het begon op de camperplaats. We hadden keurig ons grijswater in het putje gedumpt, onze chemische tank gespoeld bij het daarvoor bestemde apparaat en bulderend van de lach het daarnaast gelegen drinkwater-vulpunt genegeerd - dat wordt regelmatig door viespeuken gebruikt om het pleetje te spoelen immers. Wij weten wel beter.

Tevreden, want vroeg weg en niet eens zo heet, begaf het gezelschap zich naar de slagbomen om á raison van 12 euro het terrein te verlaten. De inrijkaart paraat, de creditcard in de andere hand: wat kan er nou misgaan?

Dus. Bijna een uur later, weigerende betaalautomaten, behulpzame Fransozen (!!!) , wel VISA en geen MASTER-cards, de hemel zij dank cash op zak - niet alleen handig in Griekenland -  en lichtelijk geirriteerd alsnog op pad. Nou ja, kan gebeuren. Sprak hij teder, zich realiserend dat het lezen van voortekenen nooit zijn sterkste punt was.

Dat Spanje binnentrekken dan. Daarvoor kun je hiero de péage afrossen en hersenloos Catalonië inracen. Leek me saai, ongeïnspireerd en slap. Er ligt immers ook een prachtige, 700 jaar oude kustpas langs de Pyreneeeeeeeeeëën. Hoe je het ook spelt. Dat is een absolute aanrader; volgens de boekjes en inmiddels ook volgens mij - maar niet zonder slag of stoot. In het alom bekende dorp Banyus-Sur-Mere houdt men namelijk elke zaterdag een markt. En dan zet men de boel af. En schijnt er een omleiding te zijn. En dan zijn die schattige havenstraatjes best krap. Met bijna acht meter camper.
Okee, na een dik half uur op en neer kneuren en keren - altijd een feest, zeker in de verstikkende toeristendrukte - gelukkig was het niet heet, anders was het feest helemaal compleet geweest - uiteindelijk ontsnapt.
En toen! Espanha! Meteen na de grens een prachtig uitzichtpunt waar we natuurlijk even moesten stoppen. Even uitstappen. Met dat ik de deur open wordt die door een spijkerharde zeewind uit mijn handen gerukt en in een onnatuurlijke hoek, met verontrustend metaalgeluid, het plaatwerk van het linkervoorspatbord ingeramd. Uit zijn voegen. Sluit nog wel maar maakt verontrustende geluiden steeds bij het gebruik. Ach, dat soort dingen gebeurt.

Op naar Figueres. Het Dali-museum staat op het to-do lijstje immers. Rond de luch aankomen, zelf wat hongerig en moe, in de drukte van de stad - die groter is dan ik had gedacht - proberen een parkeerplaatsje van 10 meter te vinden. Tussen de dubbel geparkeerde auto's doorworstelend nog even boompje gepakt, klein deukje, niet erg, kan gebeuren.

Langzaam de stad weer uit meanderend, nog steeds geen plekje, in een licht ongure woonwijk, staat er plots een knappe jonge Spanjaard te wuiven, probeert me af te laten slaan en zegt in uitstekend Engels pech te hebben met zijn accu en of ik even wil helpen. De padvinder in mij wil al afslaan maar ik ben- ooit als naieve sukkel toerist bijna belazerd in Parijs-  ietwat achterdochtig geworden. Waarom vraagt een Spanjaard (die Engels spreekt... alsof je water hoort branden, maar daarover later meer) aan nota bene een toerist in een camper hulp? Waarom staat daar achter in de straat zijn auto midden op de weg en kan je er niet meer langs? Hm. Toch maar iets gemompeld over te groot en te warm en de kinderen en zo en doorgereden. Ik ben niet bang aangelegd maar deze beslissing ben ik wel tevreden over.

Verderop parkeerruimte zat. Neergezet. Klein vinnig mannetje in wielertrui spreekt me aan en - als ik hem goed begreep - vertelde dat hij de baas van de Tour de France was en dat ik hier zeker niet moest gaan staan omdat Marokkanen hier patrouilleerden om ruiten van campers en andere toeristenvoertuigen in te slaan. In de waterval van Spaans bleek geloof ik dat hij veel met zijn camper de Tour achterna reisde en daarom wist waar ik wel en niet moest staan.
Suggestie maar opgevolgd, weer weggereden, opnieuw geen plekje. Ach, zo gaat dat, shit happens.

Uiteindelijk, om de dag maar niet van minuut tot minuut te beschrijven, plek gevonden, naar Dali museum gelopen. Je kunt online ruimschoots van te voren tickets boeken - maar dan wel voor een bepaalde tijd op een bepaalde dag. Daar wij niet weten wanneer we waar zijn moesten we dus tickets aan de kassa kopen. Net als die andere 700 mensen voor ons. Wachttijd minstens 2 uur. Jammer, Salvador, volgende keer beter. Winkelen maar. Slechtste levende standbeeld ooit gezien, die driftig kleine jochies wegjoeg en sigaretten pafte - elke vijf minuten. Dat weet ik omdat ik buiten stond te wachten bij de zoveelste kledingwinkel, beursgeslagen door de dag.

Kopje koffie? Kopje koffie. Terrasje. Serveerster; kwam niet. Met de kaart naar binnen en aangewezen wat we wilden; niemand die in dit toeristenstadje, twintig kilometer van de Franse grens, ook maar één woord Engels, Frans of Duits spreekt. In heel kleine winkels staan twee, soms wel drie man personeel. Bij het geautomatiseerde tankstation zitten twéé dames het fort te bewaken, schrijven eerst geld van je creditcard af, laten je dan tanken en doen ingewikkelde dingen zodat het teveel betaalde weer teruggestort wordt. Inmiddels was het rondje koffie-ijs en 1 gewone cappuccino (Heiss! Chaude! Hot!... no comprende...) op een hele discussie met de bazin en de serveerster uitgelopen. Tenminste, als we ook maar één woord van elkaar hadden verstaan had het een discussie geweest. Toename van volume leidt, zoals wel vaker is gebleken, niet tot toename van begrip.

Ik snap wel waarom er in Spanje crisis is. De winkels zijn dicht van 12 uur tot drie uur, half vier, sommige weer vier uur. Winkels puilen uit van het personeel. Ze zijn zo internationaal georiënteerd dat ze zich tweetalig noemen als ze Spaans en Catalaans spreken. Fransen komen daar nog mee weg, iedereen krijgt Frans op school en je moet altijd wel een keer door dat land heen als je ergens naar toe wilt. Spanje echter is een schiereiland dat de hele middag ligt te pitten en waar niemand je verstaat - of iedereen.

Hoezo iedereen? Nou, uiteindelijk wilde men graag toch naar een Camping, zodat het geplande Wild Kamperen op de lange baan werd geschoven en er een camping uitgezocht werd. Vader was inmiddels te verslagen om nog te protesteren. Camping Resort Illa Mateua, díe moest het worden, veel sterren in het enige beschikbare gidsje - wat moet ik met een campinggids?
Na een venijnige rit door L'Escala aangekomen op mijn definitie van de hel - vandaar de titel. Familiecamping tjokvol van die schreeuwjochies zo rond de 10 jaar. Twéé zwembaden. Discotheek. Bar. Supermarkt. Activiteitenbegeleiding. En alles spreekt Nederlands want alles ís Nederlands. Aan de receptie spreekt men Nederlands. De mensen van het entertainmentteam zijn Nederlands. Het publiek is Nederlands. De teksten op de bordjes zijn in het Nederlands. Om de hoek is er een Vlaamse Patatkraam. Alle auto's zijn Nederlands. De omroepberichtjes zijn in het Nederlands. Alleen het weer en de bomen zijn niet Nederlands, dus dat zal dan wel de reden zijn dat al die mensen 1400 kilometer met hun sleurhut hebben gereisd om hier hun keurig ingerichte voortenten gedurende drie of vier weken te bevolken - alsof ze thuis zijn. Twee nachten - dan mag ik hier weer weg.




vrijdag 24 juli 2015

Druk druk

De eerste zin is meestal de moeilijkste. Hoogdravend geneuzel - "Terwijl de donkere wolken van achter de Pyreneeën het zuidelijkste deel van Frankrijk in komen jagen en de lucht snel donkerder wordt" staat recht tegenover al te pragmatische opsommingen - "Gisteren waren we op een camping met een mooi zwembad maar die was wel heel duur en vandaag zijn  we op een camperplaats vlakbij gaan staan want die was veel goedkoper".

Beide stijlvoorbeelden zijn inhoudelijk juist en zijn desondanks niet de wijze waarop ik graag mijn reiservaringen met mijn publiek deel.

Saint Cyprien. Klein havenstadje - enorme plezierhaven, veel boten te koop, verontrustend goedkoop - je zou er een aanschaffen gewoon omdat het kan. Hemelsbreed 25 kilometer van de Spaanse grens. De tussenstop die we willen maken is het dorpje Coullioure, zo'n 10 kilometer verderop. Belangrijk detail: Coullioure is de ansjovishoofdstad van de wereld. Ik zie uit naar de ontdekking van deze culinaire hemel, om Mulisch vrij te interpreteren. Daarnaast is het een nog aardig intact middeleeuws stadje.

Vooralsnog echter zijn we dus in Saint Cyprien. Daar is een reden voor; vanuit de voornoemde dure camping van gisteren is het maar vijf minuten fietsen - en nog vlak ook - naar de haven.

Daar moet ik straks op terug komen. Eerst even die camping. Le Soleil Du Mediterranée, zo heet'ie. Adverteren met de suggestie van een zwemparadijs. Vooruit, het zwembad is zeer de moeite waard - maar de foto's op de website laten een ander beeld zien, een wirwar van glimmende hyperslides en whirlpools. Dat blijkt het nabijgelegen separaat te betalen aqua-paradise te zijn.
De camping zelf begint goed. Een zowaar Engels sprekende receptioniste met een vastgelijmde glimlach maakt van de afgesproken prijs van 43 euro vlotjes een totaalsom van 60 euro - four persons, n'est ce pas? Mais quarante-y-tres c'est pour deux personnes. Snol. Mooi dat ik de hond verzwegen heb.
Na de ondertekening van het contract blijkt de ware aard van dit door ehemalige SS-angehorigen geleide kamp. Er moeten armbandjes om. Blauwe. Door de cipier persoonlijk om te doen. Nee iedereen de camper uit. Nee niet zelf omdoen. Nee niet afdoen anders onmiddellijke verwijdering van Het Zonnetje van de Middellandse Zee. Nee u mag niet zelf naar uw plaats rijden u wordt begeleid. Morgenochtend vóór tien uur het terrein verlaten want anders weer 60 euro betalen. Nee niet later. Nee ook geen half uurtje.

Ondertussen dat ik schrijf - live door uw verslaggever - raast er een Mirage van de Franse luchtmacht over onze camper. De naverbrander aan, hoogte niet meer dan 200 meter. Onwaarschijnlijk spektakel, loopings, vrilles en kurketrekkers, indrukwekkend en wat verontrustend geweld. Demonstratie van de heren; later volgt ook nog een grote show van het Luchtacrobatiekteam - iets minder agressieve vliegtuigen -  waar drommen mensen op af gekomen zijn. Overmorgen finished de Tour de France in Parijs, er moet even geoefend worden.

Maar ik dwaal af. Tussen de vorige zin en deze - om het nog wat ingewikkelder te maken - zitten drie uur op een boot, duiken met de dames en zo. Daarover later meer.

Ik ben wel klaar met de camping. Je wordt door sommige uitbaters als een wandelende zak geld behandeld, met name degrote, kindvriendelijke kleurrijke "animation chaque jour!" campings zijn niet geinteresseerd in daggasten met campers en ontmoedigen hun aanwezigheid met doldrieste tarieven.

Dus vanochtend naar de lokale camperplaats. Diverse antropologische doctoraalstudies kunnen worden losgelaten op het territoriumgedrag van de - inmiddels gelukkig hoofdzakelijk Franse - camperbezitters die geconfronteerd worden met een campersite met kleine vakken. Zolang het rustig is, neemt eenieder lekker de ruimte en pikt zonder enige terughoudendheid twee plaatsen in met zijn camper; ééntje om te parkeren, ééntje voor het luifel en tuinameublement.
Het wordt wat onrustig als er steeds meer campers arriveren. Er is natuurlijk een grens in aantocht; er komt een moment dat iemand zijn dubbele plek kwijt gaat raken als alle andere plaatsen ingenomen zijn. Vorsende blikken naar elkaar, wat verwijtend van aard als de ontvanger van de blik over een buitenmodel groot, blinkend nieuw camperbakbeest beschikt. In zo'n blik zit besloten dat jij altijd al te veel plaats inneemt en nou maar eens als eerste moet schuiven.
De dikke - het is altijd een dikke, blootbuikige Fransman- eigenaar van de dubbelasser in kwestie is niet rijk geworden (want zo'n bakbeest kost me een geld) door verlegen te schuiven voor andere mensen. Hij zit dan ook ófwel stoicijns voor zich uit te lezen, óf, en dat is misschien nog wel erger, kijkt uitdagend naar elke nieuwkomer. Kom maar op. Je ne regrette rien. Pas de poepé.

Die haven dan. Camperplaats om de hoek van het Centre de Plongée. Een sjieke naam voor wat in werkelijkheid een houten tuinhuis (kantoor)  en een klein uitgewoond appartement op de begane grond (loods met duikmaterialen) is. Dus wij om half zes met de boot naar de baptism de plongee voor de dames Omvlee. Half uur varen, Charlotte al bij voorbaat wat pips om de neus want duiken = eng. Een geduldige, jonge Franse duikinstructeur - die wat weg had van Jamie Oliver, maar dat terzijde - heeft beide dames deskundig, rustig en bekwaam naar 6 meter geloodst en ze een onvergetelijke eerste duik bezorgd. Als enige aan boord sprak hij redelijk Engels - een moeder die als au pair in London had gewerkt had hem zijn middelbare schooltijd doorgezaagd over het belang van Engels kunnen spreken.  Lilian was trouwens ook mee, zij heeft gesnorkeld.

Inmiddels blijkt mijn hypothese - als ik een tijdje in Frankrijk ben dan komt dat Frans vanzelf wel weer - opnieuw waarheid gebleken. Ik heb zelfs een mop verstaan (bij de reparateur van de turboslang, alles wel, dank u) en begrepen en vertel hem nu aan iedereen die het maar horen wil - in het Frans. Hoe heet iemand die drie talen spreekt? Een trilanguiste. Hoe heet iemand die twee talen spreekt? Een bilanguiste. Hoe heet iemand die één taal spreekt? Un Francais.






zaterdag 18 juli 2015

On the road again

Het moest er maar weer eens van komen. Na bijna twee jaar radiostilte - omstandigheden en zo - nu weer een nieuw reisverslag opstarten. Het voelt wat onwennig, na de zware anderhalf jaar bijna schunnig luchtig, om weer op vakantie te gaan en er over te ouwehoeren op internet.

Het voelt wat gemakeerd. Matilde is thuisgebleven, het is de eerste grote reis zonder haar. Ze past op onze nieuwe huisgenoot Hugo, een kitten van 9 weken, Een handjevol kat met de energie van een op hol geslagen rhinoceros. Ik kan niet wachten tot zijn ballen eraf mogen.

We zijn op weg naar Barcelona. Niet met een bepaalde aankomstdatum, niks geboekt, niks gereserveerd. We hebben drie weken de tijd en hoe we dat indelen zien we onderweg wel. 
Helemaal waar is dat niet, de camping waar we nu staan was wel gereserveerd - volledig ten overvloede trouwens, hier kan een compleet circus zijn tenten nog opslaan.

Niet al mijn lezertjes weten dat dit voorjaar, na een zeer geslaagd intercollegiaal retraite-weekend in het Verenigd Koninkrijk, onze camper een hartinfarct gehad heeft. Twee verbrande zuigers, een nieuw vliegwiel, nieuwe koppeling en 6000 euro armer (de sponsor wordt nog steeds zeer hartelijk bedankt voor de bijdrage) rijden we nu met een volledig aan de moderne tijden aangepaste, in tiptop conditie verkerende camper rond. 

Ware het niet dat voorbij Metz gisterenavond er een raar sissend geluid onder de motorkap vandaan kwam en enkele kilometers later de gevreesde "Notlauf" intrad. Begrensd tot 90 km/u en 3000 toeren - bergop dus maar 65 km./u - voorgehobbeld tot Beaune, onze geplande overnachtingsplaats. Werkdiagnose kapotte turbo, begroting 1500 euro. 
Toen ik vanochtend, na een toch wat matige nacht - hitte en ongerustheid zijn een kwalijke combinatie - met mijn garage belde moest ik smerige slangen onder de motorkap betasten. Mijn schatting van 1500 euro bleek correct - mijn diagnose echter niet (ik hoor een enkeling, initialen JA,  al lezende "alweer" mompelen). Na aanvankelijk de verkeerde slang bepoteld te hebben (Brabantse instructies over links en rechts willen nog wel eens verwarrend zijn) viel me op een geheel andere, eveneens aan de beschrijving voldoende slang op dat daar een fikse scheur in zat. Niks kapotte turbo, kapotte turboslang. Verschil 1400 euro. 

Opgelucht naar de Carrefour. Onze camperplaats in Beaune was zorgvuldig gekozen, naast een (overigens aardedonker inbraakprovocerend) politiebureau en vlak bij een supermarché, genoemde Carrefour. Steenkoud tussen de koelkasten - de enige keer vandaag dat het koud was. 

De Fransen lijken wat veranderd. Vriendelijk geholpen bij de Poisson, opgelucht over de beperkte ellende aan het kampeervoertuig stond ik kalm en vredig bij de kassa, waar de aanvankelijk pinnig lijkende cassiere vriendelijk was toen ik in mijn steenkolenfrans mijn best begon te doen. 
Beaune is een typische stopplaats, het was dan ook geen wonder dat de supermarché afgeladen met Ollanders was. Zo ook achter mij aan de kassa, waar een nietsvermoedende dame - aan de tongval te horen uit Gelderland - braaf haar boodschapjes op de lopende band stond te takelen. Daarbij een family-sized pakket L'eau Potable, joekels van drinkwaterflessen. Nog vriendelijk knikkend naar mij draaide de kassaharpij zich venijnig naar onze Gelderse landgenote om in razendsnel, evident onvriendelijk bedoeld Frans haar toe te blaffen dat dat toch niet de bedoeling was.

Als een hert in de koplampen - grote, onschuldige bruine ogen gericht op de inmiddels aardig schuimbekkende cassiere - verstijfde de mevrouw, in totale verwarring over wat er van haar verwacht werd. Ik siste haar snel toe "flessen van de band!!!" waarop zij razendsnel het loeizware pakket terug in haar winkelwagen hees. Terwijl ik wegliep keek ik over mijn schouder naar de cassiere. Ik zag een blik van verstandhouding en triomf.

Toen maar met notlauf en al naar Saint-Claire-Du-Rhone gereden. Tweehonderdveertig kilometer, op wat toch gerust tenminste een grijze zaterdag mag heten, dikke drie-en-een-halve ton en maar de helft van het vermogen - ik heb relaxtere ritten gekend. Maar goed, we zijn er, blijven nu twéé nachten in plaats van één. Lullig, moeten we nog een dag op de camping met zwembad blijven. Vooral Charlotte (die zojuist binnen kwam stormen met Lot, die ongetwijfeld de eerste in een lange rij vakantievriendinnen is) vindt het heel erg dat we hier blijven. Maandag naar de garage, wel fijn als we vóór de Pyreneeën (ff gegoogeld) weer 160 PK hebben. 

Meer volgt. Morgen maar eens wat foto's maken voordat ik met de airco aan naar de Tour ga zitten kijken. Biertje erbij. Zwaar leven.


zaterdag 19 juli 2014

Katwijk aan Zee.

De chaos van het leven slaat de laatste maanden in alle hevigheid toe. Alle vanzelfsprekendheden zijn van de agenda verdwenen. De plannen zijn radicaal veranderd. Waar eerst "Zwerftocht door Noord-Engeland" stond staat nu "Blij dat ze uit het Ziekenhuis Is". Waar ""Zomerreis langs de Riviera, via Barcelona naar Andorra" stond staat nu "Ik heb 1 tot 14 dagen geboekt in Katwijk aan Fucking Zee".

En dus gingen we. Voorspoedige reis over strakke - en redelijk filevrije (want woensdag 15 uur) - snelwegen in Nederland. In Nederland moet je rechts houden, trouwens. Er staat niet om de honderd meter een bordje met Rappel erop. Evenmin zitten er grote kuilen in de weg en/of is diezelfde weg aan de zijkanten gewoon afwezig.
De bewegwijzering is voortreffelijk; de borden zij er allemaal in je eigen taal en ze komen zowaar overeen met de informatie zoals die verstrekt wordt door je navigatiesysteem. Opmerkelijk is de volstrekte afwezigheid van welke vorm van hoogtevariatie whatsoever.
Wanneer je de snelweg verlaat is er wel een opmerkelijk aantal fietsers waar te nemen. Die overigens overal voorrang hebben. Of anders nemen.

Tot zover het reisverslag. Vanaf nu volgt het verblijfsverslag. Door omstandigheden gedwongen is er van de gebruikelijke vakantiemigratie geen sprake; op één plaats blijven is al een hele opgave.

Kattuk. Alsof Katwijk nog afgekort moet. Als je de lange IJ als één letter ziet dan is het geeneens een afkorting, trouwens. Bible Belt Capital. Camping "Honden Niet Toegelaten Maar Wel een Zwembadje".
Met innige deelneming en mezelf ernstig zielig voelend zijn we neergestreken op wat mogelijk de braafste en waarschijnlijk de meest burgerlijke kampeerplaats van de Nederlandse kust is. Jongeren onder de 35 zonder begeleiding worden niet toegelaten - alles wat ouder is echter krijgt massaal asiel hier, ik zal er wat foto's van maken. The Rocky Senior Horror Show. Vlakbij staat een stacaravan die van Henk en Jopie is. Een meneer op leeftijd met aanzienlijke borsten woont aan de andere kant. Een adipeuze meneer met een nogal strak zittend t-shirt maant me middels de opgedrukte tekst dat in niet moet worry-en maar happy moet wezen. En de 2,3 Children Promo; internationaal gemiddelde gezinnen bij de bosjes. Kortom, een weinig spannende populatie op het soort camping dat - wanneer ik er uberhaupt per ongeluk terecht kom- voor het eind van de ochtend verdwijnt in mijn achteruitkijkspiegel.

Toch kan ik niet ontkennen dat er een soort van sadomasochistisch genoegen kleeft aan deze omgeving. Verrassingen: uitgesloten; licht uit om 23 uur, Kapo schiet anders de (natuurlijk energiezuinige) lampjes aan gort. Onverwachte verwikkelingen: het winkeltje is om 17 uur 55 al dicht. Spektakel: een kind heeft over de clown (alleen op ma-woe-vrij) gekotst. Calamiteit: zwanger moeder breekt onder het zandscheppen in het spelparadijsje vliezen - maar wel precies op de dag waarop ze is uitgeteld. Sensatie: voortent waait om. Van een Duitser, dat dan weer wel.

Het is bespottelijk mooi weer. Warm en niet eens benauwd; 30 graden en Mediterraan. Zo kan een mens niet met goed fatsoen een hekel aan zo'n Nederlandse badplaats krijgen. En dan is het volk hier ook nog eens zo vriendelijk en aardig, wat je toch niet echt verwacht in een toeristenval als dit dorp. Ze zijn beleefd en behulpzaam, vriendelijk en geduldig- zelfs tegen Duitsers! kan ik uit eigen waarneming melden.
De boulevard is een bouwput, ik weet niet of ze nieuwe hotels willen bouwen of dat ze de AtlantikWall aan het versterken zijn.  Er staat nergens een bord dat uitlegt waar het - nogal megalomaan ogende - bouwproject nou precies goed voor is. Zandhoppers varen voor de kust op en neer en sproeien onwaarschijnlijke hoeveelheden duin, strand en - naar ik aanneem - bouwgrond tegen onze kust aan. De vaste verbinding met het Verenigd Koninkrijk is geen fantasie meer, de eerste toerit ligt in Katwijk.

Eén van de dingen die ik vergeten was - als kortstondige gast op diverse campings in Europa - is hoe snel je gehecht kunt raken aan je eigen WC op een camping. In het sanitair-blok het dichtst bij de jouw toegewezen plaats kies je al snel een favoriete poepdoos. Je denkt daar verder niet over na; meestal is het de eerste waar je plaats op hebt genomen. In mijn geval vaak de derde deur- vraag me niet waarom. Die keuze, daar blijf je bij - behalve als er bijvoorbeeld een barst in de bril blijkt te zitten (waar dan weer kwetsbare en gevoelige stukjes huid - ja ook bij mannen- tussen bekneld raken), dan verkas je. Wanneer dat soort inleidende beschietingen achter de rug zijn echter, ben je al snel even honkvast als thuis - da's mijn pot en daarmee uit. (De mensen die niet goed uithuizig kunnen poepen moeten hier overstappen naar een ander blog - of misschien dat 20 jaar geduld hebben. Wie weet word ik ook een geobstipeerde steenpoepert).

De praktische problemen echter beginnen snel. Het WC-blok wordt, net wanneer jij gebruik wilt maken van jouw pot, gepoetst en er staan allerlei hinderlijke gele of oranje obstakels duidelijk te maken dat het misschien wel jouw persoonlijke troon is -  maar nu even niet.
Erger nog echter - het is immers uiteindelijk fijn dat je pot door de beheerder op waarde wordt geschat middels poetsen - is het wanneer je troon niet schoon is. Vlekken op de bril, wc-papier op de grond,  niet doorgespoelde plasjes; ze wijzen je erop dat het niet écht jouw pot is. Het gaat nu snel achteruit. Andermans remsporen, brokjes ondanks de krachtige waterstralen achtergebleven fecaliën die duidelijk niet van jouw naar roosjes ruikend maagdarmkanaal afkomstig zijn; ze verpesten je perceptie van de persoonlijke relatie die je met die specifieke pot aan het opbouwen was. Het wordt duidelijk tijd om 1. naar een andere camping te gaan  / 2. naar huis te gaan, teneinde te gloriëren op de eigen pot - wanneer tenminste niet één van de kinderen er net over de rand staat te plassen (heb ik me laten vertellen) of er om onduidelijke redenen urenlang verblijft -want spiegel (weet ik dan weer uit eigen ervaring).

De eerste dagen zitten erop. Het is niet gemakkelijk geweest maar we zitten er nog steeds en de camper is nog intact. Nieuwe situaties, kleine veranderingen zijn voor Emma moeilijk. Dat heeft zijn weerslag op alles en iedereen; het duurt wel even voordat de storm gaat liggen dan. Vandaag was een heel moeilijke dag; combinatie van slecht slapen, warmte en algehele frustratie en vermoeidheid.
Er zijn gelukkig ook mooie momenten; wandelen door Katwijk, op het strand met Stijn en zijn familie en vannacht - want we konden niet slapen - zijn Emma en ik nog naar het strand geweest en hebben in het aardedonker pootje gebaad.

Technisch goed nieuws is er ook. De schobbejakken van Canal Digitaal (wie mijn blog volgt weet hoe blij ik van die bende fraudeurs word) hadden me, vooruitlopend op 1 augustus wanneer de doorgave van Nederland 1 tot en met 3 van de gratis lijst geschrapt wordt, alvast voor het gemak maar vast afgesloten. Weliswaar na 2 telefoontjes (á 1 euro) opgelost maar ietwat getild voel ik me toch. Het prettige nieuws echter is dat ik al spelend met de satteliet-installatie ontdekt heb dat Astra 2 nu ook gevonden wordt (na een schijnbaar overbodige software-update). Boeit dat? Nou mij wel want daar zitten alle Britse zenders in HD en die zijn allemaal free-to-air; BBC, ITV, Channel 4 en 5; actualiteiten, sport, Glastonbury, films - wat je maar wil, het is te bekijken.

Daarnaast blijkt dat ik de DAB-antenne wel degelijk goed had aangesloten. Ik doe niks verkeerd; ik woon verkeerd. Zodra we Den Bosch gepasseerd waren kwam de ene na de andere DAB-zender erbij. Blijkbaar bestaat Nederland toch echt hoofdzakelijk uit de Randstad; terwijl er op 3FM uurlijkse reklames voorbij komen (met Olivia-Newton John's Let's Get Physical verbasterd tot Let's Get Digital, je weet wel) blijkt dat DAB-netwerk alleen voor de echte Hollanders beschikbaar.

We weten nog niet wanneer we teruggaan. Uiterlijk woensdag over een week. Mogelijk eerder. Het is in ieder geval geen grote mislukking geworden, deze poging tot vakantie. Matilde is vandaag gekomen; ze bracht goed nieuws mee, ze is ingeloot voor HBO-Psychologie. Drukdruk; boeken scoren op de tweedehandsmarkt, OV-chipkaarten regelen enzovoorts enzovoorts. Over de NS trouwens, daar ga ik het ook binnenkort nog eens hebben. Breek me de bek niet open.












zondag 16 maart 2014

Beyoncé

Jullie weten natuurlijk allemaal hoe geduldig en kalm ik van nature ben. Toch wist Beyoncé mij gisteren, door een uur en twintig minuten later te beginnen, aardig van het padje te krijgen. 
De netpanty en naaldhakken begonnen aardig oncomfortabel te worden toe de show geopend werd met Who Runs This World? (Girls!), één van de drie liedjes die ik daadwerkelijk kende. 

Ik kan iedereen aanraden om een concert te gaan zien in de Lanxess Arena in Keulen. Niks fouilleren, even in de tas kijken - ik had mijn nieuwe camera gerust mee kunnen nemen. Geen hinderlijke pilaren in het zicht, steile tribunes waardoor je vrij dicht op de show zit - ook als je de goedkope kaarten hebt, op de bovenste ring.

Het geluid echter was knudde en promoveerde tijdens de avond naar hooguit zeer matig. Bonzende bassen, geen middentonen en schel hoog, genoeg om bipolaire mensen een aardig weekje uit balans te krijgen. De gastvrouwe was goed bij stem, er zat geen valse noot tussen. Zingen kan ze wel, die Mrs. Carter.

De meiden hebben het erg naar hun zin gehad; Charlotte heeft flink staan swingen. De lichtshow was druk, bombastisch, veelkleurig en fel. Geweldige dansers (waarvan 2 mannen, rest dames) en een all-girl band (érg goede muzikanten) zorgden voor de ondersteuning van mevrouw Z. 

Ik was er niet kapot van. Goed, een naar bijholtegriepje dat weinig vrolijkmakend al dagen mijn wereld vertroebelt, dat helpt niet. Veel te laat beginnen en  pretentieus geneuzel met boodschap (over feminisme en gelijke kansen voor vrouwen), daar wordt het evenwel ook niet beter van. En dan zingen dat er maar een ring om gepoet moet worden en schudden met alles dat wil bewegen. Ik heb me geen moment erg betrokken gevoeld, er was wat mij betreft geen contact met het publiek (dat grotendeels uit gillende bakvisssen bestond - en die zijn gauw tevreden). Het einde kwam na ruim anderhalf uur, tjuus, tabé en de groeten. Niks toegift, opzouten. Meteen het zaallicht aan. Ik dacht dat "zugabe" gebruikelijk was voor het Duitse publiek maar iedereen pakte zijn jas en droop af.

Al met al een leuke avond omdat het belangrijkste doel, de dames blijmaken, voortreffelijk bereikt is. 

donderdag 6 februari 2014

Lake District - voorpret.

Dit voorjaar gaan we dus naar het noorden van Engeland; Yorkshire en The Lake District. Het district van de meren is ook een gebied vol bergen. Misschien zou het beter The Mountain District With Some Lakes heten. Het wordt gezien als de moeder van de bergsport. Nee, alpinisme is niet ontstaan in de Alpen; daar was de vaardigheid om met de bergen overweg te kunnen een survival skill. In de 19e eeuw in het Verenigd Koninkrijk begonnen de eerste contouren van wat modern toerisme zou worden, zich te laten zien. Bergbeklimnmen was een manier om, nadat oorlogvoeren (tijdelijk, dat wel) en duelleren minder gangbaar waren geworden, je heldhaftigheid te bewijzen. Natuurlijk was het de upper class die als eerste de tijd vrij kon maken om, in plaats van werk te verrichten, elitaire hobby's als trektochten door onherbergzame delen van het Verenigd Koninkrijk er op na te houden. Terwijl in de Alpen de enige noodzaak om een alp te beklimmen het redden van een prijsgeit was, hield men in de Angelsaksische traditie er andere ideeën met betrekking tot noodzaak op na. Why climb that mountain? Because it's there! Zo hebben ze de halve wereld ontdekt, veroverd en als eerste beklommen (Hillary - Mount Everest) of bezocht (Shackleton - Noordpool, wel dood, shit happens).


De hoogste berg van Engeland ligt in the Lake District.Scafell Pike is 3200 voet hoog. Beklimmen is een optie maar op en af is een dagtocht en ik denk niet dat ik de dames zo ver krijg om vroeg op te staan, de hele dage eerst bergop te ploeteren en als beloning 's middags het hele end weer naar beneden te lopen. Ik zal wel een wat bescheidenere piek opzoken - bij voorkeur met een Primark op de top. De hoogste berg van het Verenigd Koninkrijk ligt trouwens in Schotland - dat terzijde. 


Alfred Wainwright (1907-1991) heeft vanaf 1952 zijn leven lang gewerkt aan reisgidsen voor The Lake District. Als jonge man, van zijn eerste spaarcenten samen met zijn neef op een trektocht door het gebied in de vroege  jaren '30 van de vorige eeuw was hij er dermate door gefascineerd dat hij de rest van zijn leven is gaan lopen. Hij liep als kind al veel; wandelingen van 20 mijl waren heel gewoon. Geschat is dat hij in zijn leven meer dan een half miljoen mijl (zo'n 800.000 kilometer) gelopen heeft. In het Verenigd Koninkrijk. Na zijn pensioen ging hij pas goed los. Hij vestigde zich midden in het district en ging aan de slag. Iedere dag om vijf uur in de ochtend er uit, om 9 uur 's avonds terugkomen bij zijn zus - natuurlijk ongehuwde monomane gek) aan wie hij dicteerde wat hij die dag allemaal had gezien.

Toen hij in 1991 stierf liet hij een collectie reisgidsen achter van het Lake District. Het zijn bijzondere gidsen; ze zijn uitgegeven in het pietepeuterig precieze handschrift van zijn zus, met er kris-kras tussen alle schetsjes en tekeningen die hij in zijn aantekenboekjes achterliet. Ze worden nog steeds uitgegeven, ik wil er graag eentje kopen. Ondertussen loopt een andere, minstens even bejaarde en eveneens zeer excentrieke Brit alle tochten van Wainwright nu na; hij corrigeert voor nieuwe en verdwenen paden, zodat de gidsen actueel blijven.
Dat het Lake District een inspirerende en indrukwekkende omgeving is, blijkt uit het aantal kunstenaars dat zich heeft laten verleiden om te proberen het landschap te vereeuwigen. William Turner, Sidney Richard Percy, om er maar eens twee te noemen.



Het meest beroemd in de Angelsaksische cultuur evenwel zijn de gedichten van William Wordsworth over het gebied. Het allerberoemdst is Daffodils. Zoals bijna iedereen in Nederland de regels van Marsman ("Denkend aan Holland zie ik breede rivieren, traag door oneindig laagland gaan" (etc)) kent, zo kent elke Brit wel een strofe uit het onderstaande gedicht:

Daffodils (by William Wordsworth) 

(1804)

I wander'd lonely as a cloud
That floats on high o'er vales and hills,
When all at once I saw a crowd,
A host, of golden daffodils;
Beside the lake, beneath the trees,
Fluttering and dancing in the breeze.

Continuous as the stars that shine
And twinkle on the Milky Way,
They stretch'd in never-ending line
Along the margin of a bay:
Ten thousand saw I at a glance,
Tossing their heads in sprightly dance.

The waves beside them danced; but they
Out-did the sparkling waves in glee:
A poet could not but be gay,
In such a jocund company:
I gazed - and gazed - but little thought
What wealth the show to me had brought:

For oft, when on my couch I lie
In vacant or in pensive mood,
They flash upon that inward eye
Which is the bliss of solitude;
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the daffodils.

Ik ben niet zo van de hogere cultuur maar dit vind ik wel een mooi - en nog opvallend begrijpelijk en leesbaar, 210 jaar oud! - gedicht.  Weet iemand trouwens wat "jocund" is?

Ben even bosje narcissen kopen. Tot snel.

vrijdag 10 januari 2014

Yorkshire 2014 - eerste voorbereidingen

De rampmaand december zit er weer op. Tjokvol als gebruikelijk met blije dagen, dit jaar hysterisch ondersteund door dat Heppieliedje van Farell, schoolgedoe met proefwerkweken en rapporten, steeds kortere dagen met steeds vollere programma's. Snieklaas in Ubachsberg (waar? Ubachsberg!), Rijks Amsterdam, downtown Weert, Kerkrade Buiten, Didi Heerlen, Antwerpen. Dagelijks retour Sittard - Eindhoven. Hollen, kilometers. Ik word er moe van als ik eraan denk.
En dan wordt de IC nog niet eens met vuurwerk beschoten door dronken hersenbeschadigde halvegaren - het lastigvallen van hulpverleners is nog niet tot voorbij de SEH gevorderd.

2014 begint zoals ik het graag zie. Veel te warm voor de tijd van het jaar. Enige nadeel is dat het gesjouw met winterbanden er enkel toe geleid heeft dat ik nu beduidend minder wegligging heb dan met zomerbanden - life sucks. Van mij mag de lente beginnen; tegenover ons huis staat al een struik paars te bloeien.

De camper staat uit te rusten in Weert. Nou ja, Weert; net voor de Belgische grens ligt Vetpeel. Negorij is een liefkozend compliment voor de afgelegen boerderij waar ons monster staat te overwinteren.
Enfin, begin april wordt het ding gereanimeerd en voor APK en enkele kleine verbouwingswerkzaamheden (volgens mij, zo leert de ervaring langzaam, is dat zeker twee keer per jaar nodig, slijtagegevoelig intensief gebruikt ding, zo'n camper).

En dan. En dán. Dan gáán we weer. Opnieuw het Verenigd Koninkrijk, nu naar het Noorden van Engeland; de Yorkshire Dales en het Lake District dat, het zal u niet verbazen, diverse meren omhelst. Yorkshire is het prachtige heuvelgebied waar James Herriot dierenarts was - voor de fossielen onder ons.

De nieuwe versie van Google Maps werkt goed mee voor de rondtrekkende reiziger. Je kunt eigen kaarten maken met spelden erop waarbij popups komen die je zelf kan inrichten met tekst en webadressen, zodat je alles wat in de voorbereiding de moeite van het bekijken waard lijkt, aangevinkt en toegelicht kan worden. Als je daar klaar mee bent, kun je de route grofweg uitzetten aan de hand van je markeringen.

Alleen de namen al. Scarborough, Middlesborough, York, Whitehaven. Buttermere,Windemere, Haweswater, Uilswater. Veel Britser wordt het niet.

We varen van Rotterdam naar Hull. Opnieuw nachtboot, 's avonds inchecken, lekker pitten, 's ochtends uitgerust aan land in Groot-Brittanië. Meteen Ürlaub, zogezegd (don't mention the war!). Terug gaan we via London, deze keer een paar dagen op een camping vrij dichtbij de stad - maar buiten de Congestion Zone. Met de camper aanwezig zijn (dus ook gewoon stilstaan) binnen die zone kost 100 pond (120 euro) PER DAG. Doe maar treinkaartje dus. Daarna naar Dover of Folkestone; laat boeken isde moeite daar. Vanwege de frequente afvaarten en treinverbindingen door de tunnel is last minute daar een interessante optie. Dat kán evenwel betekenen dat je 's ochtends om 5 uur de trein op moet rijden - dat nooit dus- maar meestal is er wel een goedkoop plekje te vinden.

Krijg er zin in zo langzamerhand. Zal de eerste keer zijn dat ik met mijn D610 foto's ga maken in the UK; fullframe it is. Ben Benieuwd; Bekwaam Belichte Big Ben Bijzonder Belangrijk Bij Buitengewoon Blits Beeldapparaat.